Macroprudentieel toezicht op banken 

Het prudentiële toezicht op banken bestaat uit twee onderdelen; micro- en macroprudentieel toezicht. Het eerste richt zich op de stabiliteit van iedere bank en iedere bank wordt hierin op zichzelf behandeld. Het tweede aspect kijkt naar het systeem van banken en behandelt de banken vanuit hun gezamenlijke activiteiten. Macroprudentieel toezicht is daarmee een manier om het financiële systeem als geheel te beschermen tegen risico's.

Straat met mensen

Macroprudentieel toezicht is ontstaan na de financiële crisis van 2007-2008, toen bleek dat problemen bij banken grote gevolgen konden hebben voor de hele economie. Tot dat moment was altijd de aanname dat wanneer banken op zichzelf er goed voor staan, het systeem ook veilig is. Overheden en financiële instellingen wilden na 2008 voorkomen dat zo'n crisis zich opnieuw zou voordoen. Daarom werd door deze partijen het macroprudentieel toezicht (Bazel III) ontwikkeld in de Zwitserse stad Bazel, waar al eerder internationale afspraken werden gemaakt voor toezicht en risicobeheer. De maatregelen die in Bazel zijn ontwikkeld door het Basel Committee on Banking Supervision (BCBS). De belangrijkste akkoorden zijn: 

  • Bazel I (1988): Richtte zich op minimale kapitaalvereisten voor banken. 

  • Bazel II (2004): Introduceerde een verfijnder risicobeheer en kapitaalvereisten gebaseerd op drie pijlers: minimale kapitaalvereisten, toezicht en marktdiscipline. 

  • Bazel III (2010, aangescherpt in latere jaren): Verhoogde de kapitaalbuffers en introduceerde macroprudentiële en liquiditeitsvereisten en om banken beter bestand te maken tegen financiële schokken. 


Hoe werkt macroprudentieel toezicht?

Macroprudentieel toezicht richt zich op het signaleren en beperken van risico's die het financiële systeem kunnen schaden. Dit gebeurt op verschillende manieren: 

  • Risicoanalyse: Toezichthouders verzamelen en analyseren gegevens om te zien waar mogelijke problemen kunnen ontstaan. 

  • Waarschuwingen en aanbevelingen: Als er risico's worden ontdekt, kunnen toezichthouders waarschuwingen geven en aanbevelingen doen aan banken en overheden. 

  • Kapitaalbuffers: Banken kunnen verplicht worden om extra kapitaal aan te houden, zodat ze beter bestand zijn tegen financiële schokken. 

  • Regels voor leningen: Soms worden regels aangescherpt, bijvoorbeeld door strengere eisen te stellen aan hypotheken, zodat banken minder risicovolle leningen verstrekken. 


Doorvertaling naar Europese en Nederlandse regelgeving 

De Bazel-akkoorden worden in Europa omgezet in wetgeving via de Capital Requirements Directive (CRD) en de Capital Requirements Regulation (CRR). Deze regels bepalen onder andere hoeveel kapitaal banken moeten aanhouden en hoe ze risico’s moeten beheersen. In Nederland worden deze regels geïmplementeerd via de Wet op het financieel toezicht (Wft)1 en het toezicht door De Nederlandsche Bank (DNB). Het vaststellen van macroprudentiële vereisten wordt in Nederland door DNB gedaan.


Welke organisaties houden zich bezig met macroprudentieel toezicht?

Verschillende organisaties houden zich bezig met macroprudentieel toezicht in Europa: 

  • European Systemic Risk Board (ESRB): monitort risico's in het financiële systeem en geeft waarschuwingen en aanbevelingen. 

  • European Central Bank (ECB): speelt een belangrijke rol in het toezicht op het systeem en werkt samen met andere Europese toezichthouders. 

  • European Banking Authority (EBA): treedt vaak opiniërend op wanneer een nationale bevoegde autoriteit (DNB in Nederland) een macroprudentiële maatregel voorstelt.

  • De Nederlandsche Bank (DNB): In Nederland is DNB de nationale bevoegde autoriteit voor macroprudentieel beleid. Dat houdt in dat DNB het financiële systeem in Nederland in de gaten houdt, het macroprudentieel beleid voor Nederland vaststelt en toeziet op de uitvoering daarvan.


De belangrijkste instrumenten van macroprudentieel toezicht

  • Kapitaal conserveringsbuffer (CCoB): Deze buffer dient als een extra stootkussen bovenop de minimale kapitaaleisen. De buffer kent een vaste omvang en als een bank deze aan moet spreken, moet deze zo snel mogelijk weer worden aangevuld. Dat laatste geldt overigens voor alle buffers. Oorsprong: Basel-standaarden.

  • Contracyclische buffer (CCyB): Deze buffer wordt verhoogd tijdens economische bloei en verlaagd tijdens recessies. Het doel is om banken te verplichten extra kapitaal aan te houden in goede tijden om verliezen in slechte tijden op te vangen. Oorsprong: Basel-standaarden.

  • G-SII Buffer: Deze buffer geldt voor "Globaal Systeemrelevante Instellingen" (G-SIIs). Deze banken hebben een wereldwijde impact op de financiële stabiliteit en moeten extra kapitaal aanhouden om systeemrisico's te beperken. Oorsprong: Basel-standaarden.

  • O-SII Buffer: Deze buffer geldt voor "Overige Systeemrelevante Instellingen" (O-SIIs). Deze banken hebben een grote impact op de financiële stabiliteit in Europa en moeten extra kapitaal aanhouden om systeemrisico's te beperken. Oorsprong: Europese regelgeving.

  • Systeemrisicobuffer (SyRB): Deze buffer is gericht op het aanpakken van systeemrisico's die niet door andere buffers worden afgedekt. Het kan variëren per instelling en is bedoeld om structurele risico's in het financiële systeem te mitigeren. Oorsprong: Europese regelgeving

  • Naast de bovengenoemde buffers die in de Capital Requirements Directive (CRD) zijn opgenomen, kent ook de Capital Requirements Regulation (CRR) nog een aantal aanvullende instrumenten. Dit gaat met name om:

    • artikel 124, waar autoriteiten hogere risicogewichten op kunnen leggen voor blootstellingen op commercieel en residentieel vastgoed

    • artikel 164 waar het minimale verlies in geval van wanbetaling wordt vereist voor banken die gebruikmaken van een door de toezichthouder goedgekeurd intern model

    • artikel 458, waarin autoriteiten andere macro prudentiële risico’s kunnen kapitaliseren, wanneer die niet door andere maatregelen kunnen worden afgedekt.


De positie van de NVB met betrekking tot macroprudentieel toezicht

In onderstaande position papers geeft de NVB haar positie weer op het gebied van macroprudentieel toezicht.