Kies voor een eenvoudige, proportionele digitale euro en gefaseerde invoering
09 september 2026
Op 23 juni heeft het Europees Parlement zijn positie over de digitale euro vastgesteld. Daarmee zijn de politieke onderhandelingen over dit voorstel in een beslissende fase beland. De NVB stelt vast dat Europese wetgevers hierbij niet primair kiezen voor het verder versterken van bestaande, goed functionerende en Europese private betaaloplossingen. In plaats daarvan is de inzet een nieuw publiek digitaal betaalmiddel te ontwikkelen.

De NVB erkent dat hiermee een politieke keuze is gemaakt. Hoewel de NVB fundamentele vragen zal blijven stellen bij de noodzaak, proportionaliteit en mogelijke marktimpact van de gekozen aanpak, acht zij het van belang dat de verdere uitwerking begrijpelijk en veilig is voor gebruikers, financiële stabiliteit beschermt en optimaal aansluit op bestaande Europese betaalinfrastructuren.
Als de digitale euro er komt zullen banken en betaaldienstverleners een centrale rol spelen bij de distributie, beveiliging en ondersteuning van de digitale euro. Hun praktijkervaring en bestaande investeringen in betaalinfrastructuur, cybersecurity, fraudepreventie en klantondersteuning zijn essentieel voor een autonoom, weerbaar en stabiel financieel ecosysteem. Een te complex of te breed opgezet model vergroot de kosten, operationele risico’s en mogelijke verstoring van bestaande betaaloplossingen. Ook voor consumenten moet de digitale euro eenvoudig te begrijpen en veilig te gebruiken blijven, zonder extra complexiteit of onnodige risico’s. Daarom is het wenselijk dat zowel de verdere technische uitwerking als de finale wettekst wordt gebaseerd op heldere randvoorwaarden.
De NVB formuleert er vijf:
Gelijk speelveld als belangrijk uitgangspunt
Een gelijk speelveld tussen publieke en private betaaloplossingen moet een leidend uitgangspunt zijn bij de invoering van de digitale euro. Door te hergebruiken wat vandaag al veilig, betrouwbaar en breed inzetbaar is, kan de digitale euro bestaande Europese betaaloplossingen versterken in plaats van deze te verdringen.Een robuust compensatiemodel is onmisbaar
Het gebruik van de digitale euro verloopt via de inzet van banken en andere betaaldienstverleners. Deze private instellingen krijgen een uitgebreide rol bij onder meer klant-onboarding, KYC- en AML-controles, fraudepreventie, klantondersteuning, het onderhoud van digitale infrastructuur en het beheersen van operationele risico’s. Deze, door wetgeving opgelegde rol, brengt aanzienlijke kosten met zich mee. Het is daarom belangrijk dat betrokkenheid bij de digitale euro niet uitmondt in een structureel verlieslatende exploitatie voor banken.
Zonder een geloofwaardig Europees compensatiemodel en zonder nationale uitzonderingen, dat aanvangsinvesteringen, vaste kosten en transactiekosten dekt, bestaat het risico dat de digitale euro vooral middelen onttrekt aan private innovatie, cybersecurity-investeringen en dienstverlening aan klanten.Beperk de impact op bancaire financiering
Deposito's vormen een fundamentele financieringsbron voor Europese banken. Elke euro die wordt aangehouden als digitale euro bij de centrale bank is een euro die niet langer beschikbaar is op de balans van commerciële banken voor kredietverlening aan huishoudens en bedrijven. Daarom is het goed dat de keuze is gemaakt de digitale euro expliciet te ontwerpen als betaalmiddel [SB1.1]en niet als spaar- of beleggingsinstrument. [TB2.1]Een zo laag mogelijke holding limit past hierbij.Gefaseerde invoering met minimale functionaliteit
Indien wordt besloten de digitale euro in te voeren, verdient een stapsgewijze aanpak de voorkeur. Nieuwe Europese betalingsinfrastructuren worden doorgaans niet via een “big bang” uitgerold. De ervaring met SEPA, TARGET en recent Wero, laat zien dat een gefaseerde implementatie van functionaliteiten en gebruiksmogelijkheden risico’s beperkt, de voorspelbaarheid voor marktpartijen vergroot en ruimte biedt om ervaringen van gebruikers mee te nemen in de verdere ontwikkeling.
De NVB pleit er daarom voor om eenvoudig te beginnen:
• één rekening per gebruiker;
• één gekoppelde bankrekening per gebruiker;
• offline functionaliteit als startpunt;
• een eerste fase uitsluitend gericht op peer-to-peer betalingen;
• uitbreiding alleen na bewezen toegevoegde waarde;
• een retail-betaalproduct voor betalingen door natuurlijke personen en niet door bedrijven of overheden.Houd het voor klanten begrijpelijk en veilig
Een nieuw publiek betaalmiddel naast contant geld en bestaande digitale betaaloplossingen moet eenvoudig te begrijpen, veilig te gebruiken en zorgvuldig begrensd in opzet en functionaliteit zijn. Automatische funding- en defundingmechanismen zullen extra complexiteit en ’veiligheidsrisico’s veroorzaken. Geldstromen tussen bankrekening en digitale-eurorekening moeten daarom gebaseerd blijven op expliciete toestemming van de gebruiker en aansluiten bij consumentenbescherming van PSD3, PSR, en gebruik maken van Strong Customer Authentication.
Conclusie
De NVB beoordeelt de digitale euro niet vanuit het streven naar maximale adoptie, maar vanuit de vraag of publieke doelstellingen kunnen worden gerealiseerd zonder afbreuk te doen aan het goed functionerende Europese betaalecosysteem, de financiële stabiliteit en het gebruiksgemak voor consumenten. Daarom [HJ3.1]moet deze proportioneel worden vormgegeven, ruimte laten voor private initiatieven en innovatie, zoveel mogelijk gebruikmaken van bestaande infrastructuur en voor consumenten eenvoudig te begrijpen en veilig te gebruiken zijn.
Daarbij moet worden gewaarborgd dat de digitale euro geen verstorende werking heeft op bancaire financiering, dat distributiepartijen passend worden gecompenseerd voor hun rol en kosten, en dat het gelijke speelveld met bestaande private betaaloplossingen behouden blijft. Daarom pleit de NVB ervoor maximaal voort te bouwen op bestaande Europese betaalinfrastructuren en initiatieven, zodat onnodige kosten, operationele complexiteit en verdere fragmentatie van het Europese betaallandschap worden voorkomen. Alleen onder deze randvoorwaarden kan de digitale euro een proportionele aanvulling vormen op het bestaande Europese betalingsverkeer.
Het NVB-statement is een meerderheidsstandpunt. Triodos Bank heeft een afwijkend standpunt.


