DACSI en NVB starten met het verkorten van de afwikkelingscyclus effectenhandel
21 maart 2025
In de EU is recentelijk besloten om per 2027 de afwikkelingscyclus voor effectenhandel te verkorten van 2 naar 1 dag. Om ook in Nederland de succesvolle overgang naar deze kortere afwikkelingscyclus te realiseren, hebben de Dutch Advisory Committee Securities Industry (DACSI) en de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) een gezamenlijke T+1 Taskforce opgericht. Deze taskforce gaat kennisdeling vanuit het T+1 Europese samenwerkingsverband faciliteren en de specifieke uitdagingen voor de Nederlandse markt in kaart brengen. In de taskforce zitten deelnemers van de gehele marktinfrastructuur, en sluiten DNB en de AFM aan als waarnemers.

Afwikkeling effectenhandel versnelt naar een dag in najaar 2027
Achter het handelen op de beurs schuilt een hele wereld die vrijwel onzichtbaar is voor de consument. Na de aankoop of verkoop van bijvoorbeeld een aandeel moet de transactie financieel en administratief worden afgehandeld. Geld verschuift tussen de rekeningen van koper en verkoper, en het aandeel moet worden overgedragen tussen portefeuilles. Hierbij zijn tal van financiële partijen betrokken, zoals beurzen, brokers, bewaarbanken, centrale tegenpartijen en handelsplatformen. Deze partijen vormen de marktinfrastructuur van onze financiële markten. De komende jaren zal deze post-transactie wereld belangrijke veranderingen ondergaan.
In de EU is namelijk overeengekomen dat de afwikkeling van effectenhandel vanaf oktober 2027 wordt versneld. Bij handelen in effecten zoals obligaties en aandelen is het nu nog gebruikelijk dat de administratieve en financiële afwikkeling binnen twee dagen plaatsvindt. Dit wordt in financiële termen T+2 genoemd. Om de efficiëntie van Europese kapitaalmarkten te vergroten wordt dit ingekort naar slechts een dag, dus T+1.
Het verkorten van de afwikkelingscyclus naar T+1 heeft verschillende voordelen:
Door transacties sneller af te wikkelen worden financiële markten voorspelbaarder en veiliger. Het risico dat de tegenpartij in een transactie haar verplichtingen niet nakomt wordt namelijk kleiner.
Door een snellere doorstroming van fondsen en effecten, hebben beleggers sneller toegang hebben tot hun geld. Marktpartijen (zoals pensioenfondsen) hoeven hierdoor minder geld of onderpand te reserveren voor transactieprocessen, wat leidt tot kostenbesparingen.
Met T+1 wordt de afhandelingscyclus in de EU hetzelfde als in andere grote financiële centra zoals de VS. Dit maakt grensoverschrijdende transacties eenvoudiger.
De overstap van een T+2- naar een T+1-cyclus is zeer arbeidsintensief en complex. De hele financiële sector moet namelijk tegelijkertijd overstappen op de nieuwe afhandelingscyclus en overeenstemming bereiken over de nieuwe handelsprocessen. Voor de EU is dit uitzonderlijk gecompliceerd omdat onze financiële markten gefragmenteerd zijn over 27 lidstaten, met vele verschillende beurzen, handelsplatforms, centrale tegenpartijen, bewaarbanken en valuta's. De overgang naar T+1 vereist daarom een hoge mate van coördinatie tussen beleidsmakers, toezichthouders en de gehele financiële sector.
Om de overgang naar T+1 te coördineren, hebben ESMA, de Europese Commissie en de ECB samen met de industrie een samenwerkingsverband gestart. In verschillende werkgroepen worden de technische en operationele veranderingen, nodig voor een succesvolle migratie, in kaart gebracht. Deze werkgroepen rapporteren aan een comité waarin de financiële sector gezamenlijk tot overeenstemming moet komen over de nieuwe handelsprocedures.
Lees ook:


