Gedragscode Kleinzakelijke Financiering
Denkt u als kleine ondernemer na over een zakelijke lening? Of heeft u er al een? Dan is het goed te weten dat banken zich houden aan de Gedragscode Kleinzakelijke Financiering. Deze code geeft aan wat klanten (minimaal) aan dienstverlening van hun bank mogen verwachten. Zodat zij meer duidelijkheid en zekerheid krijgen over het financieringsproces. Ook biedt de code toegang tot het geschillenloket Kifid bij een geschil tussen klant en bank.
In de code staat wat bank en klant doen in de zogeheten oriëntatie-, aanvraagfase en beheerfase van de financiering. Alle banken die lid zijn van de Nederlandse Vereniging van Banken en die krediet aanbieden aan kleinzakelijke ondernemers, moeten zich houden aan deze code.
Er staat ook in wat er gebeurt bij bijzonder beheer en bij klachten- en geschillenbeslechting. Klanten waarop de Gedragscode van toepassing is kunnen een eventueel geschil met de bank – mits de interne klachtenprocedure bij de bank is doorlopen – voorleggen aan het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening (Kifid).
De Gedragscode is van toepassing op financieringsaanvragen van ondernemers met een omzet tot €5.000.000,- en een maximale hoofdsom aan financieringen van € 2.000.000,-. De Gedragscode gaat onder andere over duidelijke informatieverstrekking van de bank aan de klant. In de oriëntatiefase geven banken heldere informatie over de voor- en nadelen van verschillende financieringsvormen. Bij een aanvraag laat de bank de klant weten hoe lang de beoordeling ongeveer zal duren. Bij een afwijzing motiveert de bank haar besluit. Ook geeft de bank inzicht in rente, aflossing en kosten van een financiering.
De code is er omdat de kleinzakelijke klant vaak niet de financiële expertise en ervaring heeft van een groter bedrijf. De Gedragscode is opgesteld door de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB), in overleg met ondernemingsvertegenwoordigers, ministeries en toezichthouders. Ingegaan in 2018 en herzien in 2022 en 2023. De Gedragscode bevat minimumnormen; elke bank mag haar klanten altijd meer bescherming bieden of een hoger niveau van dienstverlening.
Publicaties
Veelgestelde vragen
1. Wat is de Gedragscode Kleinzakelijke Financiering?
In de Gedragscode staan minimumnormen waar banken zich aan houden bij het verstrekken van financieringen aan kleinzakelijke klanten. Het betreft een vorm van zelfregulering. De Gedragscode is opgesteld door de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) in nauwe samenspraak met haar leden. Er heeft daarbij overleg plaatsgevonden met ondernemingsvertegenwoordigers, ministeries en toezichthouders.
2. Waarom is er een Gedragscode Kleinzakelijke Financiering gemaakt?
Banken willen hun dienstverlening aan kleinzakelijke klanten blijven verbeteren. De Gedragscode is een stap in dit proces, gericht op de kleinzakelijke klant. De kleinzakelijke klant heeft andere financieringsbehoeftes dan een consument, maar beschikt over het algemeen niet over de financiële expertise en ervaring die bij een groter bedrijf aanwezig is. De Gedragscode stelt expliciete normen die van toepassing zijn op de dienstverlening aan kleinzakelijke klanten bij financiering.
3. Wat is het doel van de Gedragscode Kleinzakelijke Financiering?
De Gedragscode heeft als doel algemene normen te stellen voor wat een kleinzakelijke klant mag verwachten van een bank om zo de dienstverlening te verbeteren en de positie van kleinzakelijke klanten te versterken, zowel tijdens de oriëntatiefase, de aanvraagfase als de beheerfase. Klanten krijgen meer duidelijkheid over wat ze van de bank kunnen verwachten.
4. Hoe is de Gedragscode Kleinzakelijke Financiering opgebouwd?
In de Gedragscode staan normen voor de drie fasen van het financieringsproces. Het financieringsproces begint met de oriëntatiefase, waarin u onderzoek doet naar de type(n) financiering(en) die het beste aansluiten bij uw bedrijf en uw plannen. Daarnaast gaat u na welke financier(s) die financiering(en) kunnen verstrekken.
De volgende fase is de aanvraagfase waarin u bij één of meer financier(s) een aanvraag indient voor een financiering. De financier beoordeelt of de financiering kan worden verstrekt, en zo ja, onder welke voorwaarden.
De daaropvolgende fase is de beheerfase. In deze fase heeft u een financiering bij de financier. In de Gedragscode wordt ook aandacht besteed aan doorverwijzing van klanten naar andere financiers, bijzonder beheer en het proces rondom klachten en geschillen. Zie hiervoor het volgende overzicht.
5. Wat betekent de Gedragscode Kleinzakelijke Financiering voor u als klant?
De Gedragscode biedt u als klant meer duidelijkheid en zekerheid over het financieringsproces. In de Gedragscode staan minimumnormen, waardoor u weet wat u mag verwachten van de dienstverlening van de bank wanneer u op zoek gaat naar financiering of een financiering afsluit. Elke bank mag haar klanten altijd meer bescherming of een hoger niveau van dienstverlening bieden. De Gedragscode gaat ook over de oriëntatie- en aanvraagfase, wanneer nog geen financieringsovereenkomst is afgesloten.
De Gedragscode leidt tot concrete aanpassingen in financieringsvoorwaarden en financieringsprocessen.
Enkele voorbeelden daarvan zijn:
Meer duidelijkheid in de oriëntatie- en aanvraagfase over de belangrijkste kenmerken van een financiering, de voor- en nadelen van een financieringsproduct en hoe u een financiering kunt aanvragen;
Meer duidelijkheid over de omstandigheden waaronder de rente, provisies en kosten kunnen wijzigen;
Concrete termijnen om klanten te informeren bij renteherziening en aflossing aan het eind van de looptijd van de lening;
Een verbeterd klachtenproces bij de bank en een onafhankelijk en laagdrempelig loket voor geschillenbeslechting (Kifid).
6. Hoe wordt ervoor gezorgd dat de Gedragscode Kleinzakelijke Financiering wordt nageleefd?
Alle banken die lid zijn van de NVB en actief zijn op de Nederlandse markt van financiering voor de doelgroep verbinden zich aan de Gedragscode. Dit geldt ook voor in Nederland gevestigde dochterondernemingen, waarvan een bank volledig eigenaar is. Banken zullen op hun website vermelden dat zij zich gecommitteerd hebben aan de Gedragscode. Verder zal een onafhankelijke partij in opdracht van de NVB de Gedragscode monitoren en op jaarlijkse basis verslag doen van haar bevindingen.
7. Vanaf wanneer geldt de Gedragscode Kleinzakelijke Financiering?
De Gedragscode is vanaf 1 juli 2018 van kracht (Gedragscode versie 2018, Code of Conduct 2018). De Gedragscode is sindsdien jaarlijks gemonitord en in 2021 geëvalueerd. Naar aanleiding hiervan heeft een herziening van de Gedragscode plaatsgevonden in 2022 en 2023. De herziene Gedragscode is van kracht vanaf 1 juli 2023.
8. Welke financieringen vallen onder de Gedragscode Kleinzakelijke Financiering?
De Gedragscode is van toepassing op financieringen die Klanten vanaf 1 juli 2018 hebben aangevraagd. De herziene Gedragscode is van kracht vanaf 1 juli 2023. De bepalingen uit de herziene Gedragscode zijn van toepassing op financieringen die Klanten vanaf 1 juli 2023 aanvragen. Het kan voorkomen dat een Klant vóór 1 juli 2018 een financieringsovereenkomst heeft gesloten (waarop dus nog geen Gedragscode van toepassing was) en daarna een nieuwe financieringsovereenkomst sluit die de oude financieringsovereenkomst vervangt. In dat geval wordt op die nieuwe financieringsovereenkomst de Gedragscode van toepassing die in werking is getreden op het moment dat de nieuwe financieringsovereenkomst wordt gesloten. Hetzelfde geldt voor Klanten die een financieringsovereenkomst hebben gesloten vóór 1 jui 2023 waarop de Gedragscode van toepassing was en daarna een nieuwe financieringsovereenkomst sluiten die de oude financieringsovereenkomst vervangt. Op die nieuwe financieringsovereenkomst zal de herziene Gedragscode van toepassing zijn.
9. Hoe weet u of de Gedragscode Kleinzakelijke Financiering van toepassing is op uw financiering?
Tijdens het aanvraagproces zal de bank nagaan of de Gedragscode van toepassing is. Als dat zo is, zal de bank dat in de financieringsdocumentatie aan de klant schriftelijk bevestigen. Uw bank beoordeelt uiteindelijk of u onder de Gedragscode valt en zal dit aan u aangeven.
10. Op welke financieringsproducten is de Gedragscode Kleinzakelijke Financiering van toepassing?
De Gedragscode is van toepassing op financieringen. Daarmee worden bedoeld geldleningen, kredietfaciliteiten, kredieten in rekening courant, factoring, financial lease of combinaties daarvan.
11. Op welke financieringsproducten is de Gedragscode Kleinzakelijke Financiering niet van toepassing?
De Gedragscode is niet van toepassing op andere vormen van financiering, zoals creditcards, effectenkredieten en achtergestelde leningen. De Gedragscode is ook niet van toepassing op kredieten die niet aan de klant in de uitoefening van zijn/haar beroep of bedrijf worden verstrekt (bijvoorbeeld eigen-woninghypotheken en consumptief krediet). De Gedragscode is daarnaast niet van toepassing op factoring waarbij de bank de vorderingen van de klant koopt. Ook is de Gedragscode niet van toepassing op andere vormen van lease dan financial lease, zoals bijvoorbeeld een gebruiksovereenkomst (huur/operational lease) en vendor lease. Voor onder meer bankgaranties en letters of credit geldt dat alleen de onderliggende lening/faciliteit onder de Gedragscode kan vallen en niet de bankgarantie of letter of credit zelf.
12. Op welk type klanten is de Gedragscode Kleinzakelijke Financiering van toepassing?
De Gedragscode is van toepassing op (rechts)personen die beroeps- of bedrijfsmatig handelen en (op groepsniveau) een jaaromzet van maximaal € 5.000.000 hebben. Voor (rechts)personen die beroeps- of bedrijfsmatig vooral actief zijn in het beleggen in commercieel verhuurd onroerend goed, geldt in plaats van de omzetgrens een marktwaardecriterium in relatie tot de beleggingen in commercieel verhuurd onroerend goed van € 2.000.000. Aanvullend kan gekeken worden of de totale hoofdsom van de financieringen van de klant niet hoger is dan € 2.000.000. Het toepassen van deze hoofdsomgrens is voor banken optioneel.
13. Kan de Gedragscode Kleinzakelijke Financiering ook van toepassing zijn op een startende onderneming?
Ja, dat is mogelijk. Bij een startende onderneming wordt voor de jaaromzet gekeken naar de verwachte omzet in het lopende of eerstvolgende boekjaar en voor het marktwaardecriterium naar de verwachte marktwaarde van de beleggingen in commercieel verhuurd onroerend goed.
14. Wat is commercieel verhuurd onroerend goed?
Met commercieel verhuurd onroerend goed wordt bedoeld onroerend goed (waaronder kantoren, bedrijfspanden, winkels, woningen, etc.), bestaand en/of in ontwikkeling, dat met een commercieel oogmerk wordt verhuurd aan andere partijen dan de eigen onderneming.
15. Hoe wordt de totale hoofdsom aan financieringen berekend?
Voor leningen en financial leases wordt bij de berekening van de totale hoofdsom uitgegaan van de resterende hoofdsom (na de reeds betaalde aflossingen) ten tijde van de beoordeling van de aanvraag. Voor kredietfaciliteiten en rekening courant kredieten wordt uitgegaan van de limiet van deze faciliteiten en kredieten ten tijde van de beoordeling van de aanvraag. In de berekening van de totale hoofdsom van de financieringen wordt de financiering waarop u zich oriënteert of de financiering die u aanvraagt, meegenomen.
Bij de berekening van de totale hoofdsom blijven alle kredieten die niet aan u in de uitoefening van uw beroep of bedrijf zijn verstrekt buiten beschouwing (bijvoorbeeld eigen-woninghypotheken en consumptief krediet). Daarnaast worden alle effectenkredieten en limieten op credit cards die aan u zijn verstrekt niet meegerekend.
Voor de berekening van de totale hoofdsom aan zakelijke financieringen wordt alleen gekeken naar uw uitstaande en aangevraagde financieringen bij de bank zelf en niet naar uw uitstaande en aangevraagde financieringen bij andere banken.
16. Op welke wijze stelt de bank de jaaromzet op groepsniveau vast?
Iedere bank bepaalt zelf hoe de omzet wordt vastgesteld. Als hoofdregel geldt dat de bank bij de vaststelling van totale omzet kijkt naar alle (rechts)personen, waarmee de kredietnemer organisatorisch is verbonden. Hieronder is een aantal voorbeelden opgenomen.
Voorbeeld 1
Indien een onderneming in één of meer rechtspersonen meer dan 50% van de aandelen heeft, wordt gekeken naar de totale jaaromzet van deze rechtspersonen.
Voorbeeld 2
Indien een onderneming in één of meer rechtspersonen 50% of minder van de aandelen heeft, kijkt de bank in beginsel alleen naar de jaaromzet van deze onderneming. De bank kan er voor kiezen om naar de gecombineerde jaaromzet van de onderneming en deze rechtspersonen te kijken indien er sprake is van organisatorische verbondenheid.
Voorbeeld 3
Indien een natuurlijk persoon in één of meer B.V.'s 100% van de aandelen heeft, wordt gekeken naar de totale jaaromzet van de natuurlijk persoon en deze B.V.'s.
17. Op welke wijze stelt de bank de marktwaarde op groepsniveau vast?
Voor het vaststellen van de marktwaarde van de beleggingen in commercieel verhuurd onroerend goed op groepsniveau gelden dezelfde uitgangspunten als voor het vaststellen van de jaaromzet op groepsniveau (zie vraag 16). Als hoofdregel geldt dat de bank bij de vaststelling van de marktwaarde kijkt naar alle (rechts)personen, waarmee de kredietnemer organisatorisch is verbonden.
18. Wat gebeurt er als de jaaromzet lager of hoger wordt dan € 5.000.000?
Omzet wordt lager dan € 5.000.000:
Of de Gedragscode van toepassing is, wordt vastgesteld door de bank bij de beoordeling van de betreffende financieringsaanvraag. Was de Gedragscode niet van toepassing toen de betreffende financiering werd aangevraagd? Dan zal de Gedragscode voor die financiering gedurende de gehele looptijd niet van toepassing zijn, ook niet als later de jaaromzet lager wordt dan € 5.000.000. Op financieringen die worden aangevraagd vanaf het moment dat de omzet lager is dan € 5.000.000, is de Gedragscode wél van toepassing, mits ook aan de overige voorwaarden is voldaan.
Omzet wordt hoger dan € 5.000.000:
Of de Gedragscode van toepassing is, wordt vastgesteld door de bank bij de beoordeling van de betreffende financieringsaanvraag. Was de Gedragscode van toepassing toen de betreffende financiering werd aangevraagd? Dan blijft de Gedragscode voor deze financieringen gedurende de gehele looptijd van toepassing, ook als later de jaaromzet van de onderneming hoger wordt dan € 5.000.000. Op financieringen die worden aangevraagd vanaf het moment dat de jaaromzet van de onderneming hoger is dan € 5.000.000, is de Gedragscode niet van toepassing.
19. Wat gebeurt er als de marktwaarde van de beleggingen in commercieel verhuurd onroerend goed lager of hoger wordt dan € 2.000.000?
Hiervoor gelden dezelfde uitgangspunten als voor de jaaromzet (zie vraag 18).
20. Voor welke banken geldt de Gedragscode Kleinzakelijke Financiering?
De Gedragscode geldt voor alle banken die lid zijn van de NVB en die financiering verstrekken aan kleinzakelijke klanten in Nederland. Dit geldt ook voor in Nederland gevestigde dochterondernemingen, waarvan een bank volledig eigenaar is.
21. Wat is de relatie tussen het artikel over bijzonder beheer uit de Gedragscode Kleinzakelijke Financiering en de NVB-Handreiking Bijzonder Beheer?
In 2015 heeft de NVB de Handreiking Bijzonder beheer opgesteld. In de Handreiking zijn algemene richtlijnen opgenomen over wat een zakelijke klant in bijzonder beheer mag verwachten van zijn of haar bank. De Handreiking geldt voor alle klanten met een zakelijke financiering, ongeacht of ze onder de Gedragscode vallen. Het artikel bijzonder beheer in de Gedragscode is alleen van toepassing op zakelijke klanten die onder de Gedragscode vallen en dus aan de criteria voor het toepassingsbereik voldoen. De algemene richtlijnen uit de Handreiking Bijzonder Beheer gelden voor kleinzakelijke klanten naast de normen in de Gedragscode.
22. Waar kan ik terecht met een klacht over de bank?
Banken willen klachten oplossen en geschillen voorkomen. Alle banken hebben klachtenprocedures ontwikkeld die er op gericht zijn om klachten naar tevredenheid af te handelen. De procedures staan beschreven op de websites van de banken. Indien u niet tevreden bent over het verloop van het klachtenproces of de geboden oplossing van de bank, bestaat de mogelijkheid om een tweede beoordeling te vragen bij een andere afdeling of ander persoon bij de bank.
De Gedragscode stelt termijnen waarbinnen een klacht behandeld moet worden. Binnen 2 weken na ontvangst zal de bank bevestigen dat de klacht is ontvangen. Vervolgens dient de bank binnen 8 weken inhoudelijk te reageren op de klacht. Mocht de bank niet inhoudelijk reageren op de klacht, dan kunt u vanaf 8 weken na de ontvangstbevestiging de klacht rechtstreeks voorleggen aan Kifid.
23. Wat kan ik doen als de uitkomst na het doorlopen van de klachtenprocedure niet naar tevredenheid is?
Met ingang van 1 juli 2018 is een onafhankelijk en laagdrempelig geschillenloket open gesteld voor kleinzakelijke financieringen bij het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening (Kifid).
Als het doorlopen van de gehele klachtenprocedure van de bank niet heeft geleid tot een voor de klant aanvaardbaar resultaat, kunt u het geschil over een financiering die onder de Gedragscode valt voorleggen aan Kifid. Zie vraag 9 t/m 13 voor het antwoord op de vraag wanneer een financiering onder de Gedragscode valt.
24. Welke soort klachten behandelt de Geschillencommissie van Kifid?
In het reglement dat de Geschillencommissie van Kifid hanteert staat beschreven welke soort klachten behandeld kunnen worden. Dit reglement is op de website van Kifid te vinden. Voorbeelden van klachten die aan Kifid kunnen worden voorgelegd zijn onder andere een geschil over de toepassing van de voorwaarden voor het vervroegd aflossen van een financiering, of een wijziging in de afspraken van de financiering zoals het rentetarief. Kifid zal in eerste instantie proberen om met de klant en bank een regeling te treffen waar beide partijen zich in kunnen vinden. Indien dit niet lukt zal er, tot een maximaal toegewezen bedrag van EUR 250.000, een bindende uitspraak worden gedaan.
In het reglement staat ook beschreven welke klachten niet behandeld kunnen worden. Dit is bijvoorbeeld het geval indien een klacht al eerder aan een rechter of geschilleninstantie is voorgelegd. Andere voorbeelden van klachten die Kifid niet kan behandelen zijn de opzegging van de kredietrelatie op grond van fraude of witwassen, of de beslissing van een bank om een financiering niet te verstrekken. Bij Kifid is het ook niet mogelijk om spoedeisende zaken voor te leggen, zoals het tegenhouden van de uitwinning van zekerheden.
25. Wat zijn de kosten voor de klant voor het voorleggen van een klacht aan Kifid?
Voor het starten van een procedure bij Kifid wordt een eigen bijdrage gevraagd van EUR 250. Wanneer de klant in het gelijk wordt gesteld door Kifid zal de bank deze kosten vergoeden, evenals de kosten die de klant heeft gemaakt gedurende de procedure. Andersom geldt dit niet. Wanneer de klant in het ongelijk wordt gesteld zijn er in beginsel, buiten de eigen bijdrage van de klant, geen andere kosten.
26. Op welke manier wordt de Gedragscode Kleinzakelijke Financiering gemonitord?
Een onafhankelijke en deskundige partij zal in opdracht van de NVB de Gedragscode monitoren en op jaarlijkse basis verslag doen van haar bevindingen aan de NVB.
27. Hoe wordt de Gedragscode Kleinzakelijke Financiering geëvalueerd?
De Gedragscode wordt elke drie jaar geëvalueerd. De NVB schakelt voor de driejaarlijkse evaluaties een onafhankelijk extern advies- of onderzoeksbureau in. Bij de evaluatie wordt nagegaan of de Gedragscode effectief is en aansluit bij het doel van de Gedragscode. De NVB, de afzonderlijke Banken en de andere stakeholders zullen bij de evaluatie worden betrokken. Naar aanleiding van een evaluatie kan de Gedragscode worden gewijzigd.