Veelgestelde vragen

Bank en maatschappij

Kijk op basisbankrekening.nl voor uitleg voor zowel aanvragers als hulpverleningsorganisaties.

Ja.
De btw is een belasting over de toegevoegde waarde. Deze belasting wordt uiteindelijk betaald door de consument van een product of een dienst. De onderneming die dit product of deze dienst aan de consument levert brengt de btw aan die consument in rekening en betaalt die btw door aan de Belastingdienst. De btw over haar omzet ontvangt zij van de consument en de btw die zij zelf betaalt op haar inkopen en investeringen ontvangt zij terug van de Belastingdienst. Op deze manier is de totale toegevoegde waarde van deze producten of diensten belast met btw. Bij gewone ondernemingen drukt deze btw niet op de winst van die onderneming.

Wanneer banken producten of diensten inkopen betalen zij daarover, net als andere bedrijven, ook btw. Anders dan ‘gewone ondernemers’ kunnen banken de betaalde btw niet terugontvangen van de Belastingdienst. Daartegenover zijn veel diensten van banken vrijgesteld. Dit betekent dat er over de door de banken toegevoegde waarde geen btw wordt berekend aan de consument. Concreet: ondernemers en consumenten betalen daarom geen btw over de rente op hun bedrijfslening of woninghypotheek en de betaalde btw is daarom een kostenpost voor de bank.

De btw-vrijstellingen zijn overigens in een Europese btw-richtlijn geregeld. Behalve enkele financiële diensten zijn ook diensten in bijvoorbeeld de gezondheidszorg, onderwijs, postdiensten etc. vrijgesteld van btw. Bepaalde financiële diensten zoals het aanhouden van een betaal- of spaarrekening, het bemiddelen bij en uitvoeren van effectentransacties of het verstrekken van een lening zijn wettelijk vrijgesteld van btw. Algemeen erkend is dat een argument voor de vrijstelling is dat de te belasten toegevoegde waarde van financieringen niet goed te bepalen is. Onderzoek door de Europese Commissie afgelopen jaren naar de mogelijkheid om de btw behandeling van financiële producten te moderniseren en te kunnen belasten heeft niet tot resultaat geleid.

Bijna vier op de vijf Nederlanders (16-75 jaar) regelen hun bankzaken op het internet. In totaal maken zo’n 11 miljoen klanten gebruik van internetbankieren. Ongeveer 93% van de overboekingen gaat tegenwoordig via internet. Per jaar gaat het om ongeveer 3 miljard transacties met een totale waarde van € 3200 miljard.

Probeer eerst met uw bank tot een gelijk te komen. Komt u er niet uit, neem dan contact op met Het Financiële Klachteninstituut, KiFiD. De Nederlandse Verenging van Banken kan niet in gaan op individuele klachten of geschillen.

Kijkt u hiervoor bij de veelgestelde vragen op Slapendetegoeden.nl

Ja dat kan, alleen moet u er wel rekening mee houden dat een bank alleen gegevens en tegoeden prijs geeft, indien blijkt dat u ook daadwerkelijk recht hebt op het tegoed. Neem, tenzij u geregistreerd partner of echtgenoot/ echtgenote van de overledenen bent (dan kan in sommige gevallen een akte van overlijden en uw (geldig) identiteitsbewijs voldoende zijn – informeer bij de bank), vooral uw verklaring van erfrecht mee.

Kijk ook op Slapendetegoeden.nl/veelgestelde-vragen

Kijk op de pagina vraag & antwoord op de website overstapservice.nl

Nee. De Overstapservice is een dienst die de banken aanbieden om het veranderen van betaalrekening voor u eenvoudiger te maken. De Overstapservice draagt er aan bij dat uw betalingsverkeer soepel kan doorlopen.

overstapservice.nl

Een betaalrekeningnummer meenemen is technisch zeer complex en duur. Invoeren van nummerportabiliteit is met het nieuwe Europese rekeningnummer, waarin bank- en landcode zit, niet mogelijk. Vanwege de hoge kosten van invoering is destijds in overleg met het Ministerie van Financiën besloten tot de Overstapservice. Op aandringen van de Nederlandse overheid is in Europa afgesproken dat alle landen eerst een overstapservice inrichten. Als dat rond is, kan op de lange termijn gekeken worden naar Europese nummerportabiliteit. Vanuit conceptueel en analytisch oogpunt is de Nederlandse Vereniging van Banken op termijn voorstander van nummerportabiliteit, maar niet hier en nu in Nederland.

De Overstapservice maakt veranderen van betaalrekening van de ene naar de andere bank eenvoudiger en zorgt ervoor dat het betalingsverkeer soepel doorloopt. Voor meer vragen over de Overstapservice, kijkt u op overstapservice.nl.

Tien vragen over geldschepping

 

1. Wat is geld?

Geld omvat zowel chartaal geld als banktegoeden. De precieze definitie van geld bepaalt welke banktegoeden meetellen bij de geldhoeveelheid, variërend van alleen direct opvraagbare tot en met tegoeden met een looptijd van 2 jaar.  

2. Wat is geldschepping?

Geldschepping betekent dat de hoeveelheid geld in handen van het publiek - particulieren, ondernemingen en overheid – toeneemt; banken horen, als geldscheppende instellingen, niet bij het publiek. Geld “in de kluis” van een bank telt dus niet mee bij de geldhoeveelheid.

3. Wat zijn de bronnen van geldschepping?

Kredietverlening door banken is de belangrijkste bron van geldschepping, maar niet de enige: zo kan het zijn dat consumenten hun geld dat vrij komt van een langere termijn spaardeposito overboeken naar hun betaalrekening, ook dan neemt de geldhoeveelheid toe. Het tegenovergestelde is geldvernietiging; dit vindt bijvoorbeeld plaats als een consument aflost op een eerder bij de bank aangegane lening.

4. Waarom is de geldschepping zo belangrijk?

Het is vooral belangrijk om de hoeveelheid geld in omloop goed te controleren. Als de toename van de maatschappelijke geldhoeveelheid de groei van de productie overtreft, is de kans groot dat geld te veel in waarde daalt: er is dan veel geld ten opzichte van de hoeveelheid goederen waardoor de waarde van geld afneemt; dat verschijnsel noemt met inflatie. Te weinig geld in omloop kan dan de economische groei doen remmen. Dan dreigt mogelijk het omgekeerd: een waardestijging van het geld, oftewel deflatie. Sommige economen zien momenteel grote deflatierisico’s in het eurogebied; dat zou er toe kunnen leiden dat mensen hun aankopen uitstellen (omdat producten naar verwachting nog verder in prijs dalen) en dat schulden moeilijker te dragen zijn omdat lonen dalen maar schulden niet.

5. Kunnen banken echt geld maken?

Ja, banken zijn zogenaamde geldscheppende instellingen. Dit doen ze bijvoorbeeld door het verstrekken van een lening die leidt tot het ontstaan van een banktegoed. Omdat dit een maatschappelijk belangrijke functie is, moeten banken hier een vergunning voor hebben en staan ze onder toezicht van De Nederlandsche Bank en de Europese Centrale Bank.

6. Kunnen banken deze geldschepping niet heel gemakkelijk gebruiken voor hun eigen gewin?

Een bank vergroot zijn bezit niet door geld te scheppen. Het geld dat een bank schept is namelijk geen bezit van die bank, maar een schuld. Als de bank een krediet verleent, krijgt de bank een vordering op de kredietnemer. Deze persoon of instelling moet het krediet in de toekomst weer aflossen. De bank ‘bezit’ dus eigenlijk een lening. In ruil hiervoor krijgt de kredietnemer de beschikking over geld om bijvoorbeeld een huis mee te kopen. Dit nieuw gecreëerde geld is een claim op de bank. Als de kredietnemer zijn tegoed opneemt, moet de bank hem dat uitbetalen.

7. Als geldschepping zo’n belangrijke maatschappelijke betekenis heeft, waarom doet de overheid dit dan niet zelf?

Het feit dat geldschepping maatschappelijk gezien erg belangrijk is, betekent niet zonder meer dat de overheid deze taak zou moeten uitvoeren. Veel maatschappelijk relevante taken (van voedselvoorziening tot zorg) zijn in handen van private partijen. Dit wordt bovendien strikt gecontroleerd door de centrale banken. Deze zijn hier niet onfeilbaar, zo is onder andere bij de kredietcrisis gebleken, maar dat wil niet zeggen dat de overheid of de kapitaalmarkt het beter zou doen. Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat staatseigendom van banken samengaat met relatief veel economische inefficiënties en dus kosten voor de samenleving.

8. Maar wie controleert de geldhoeveelheid, kunnen banken dan niet onbeperkt geld scheppen?

Nee. Banken moeten aan eisen voldoen die beperkingen opleggen aan de kredietverlening en geldschepping. Zo moeten allereerst tegenover banktegoeden reserves en liquide middelen worden aangehouden, zodat rekeninghouders nooit voor een lege geldautomaat komen te staan. Ten tweede moet een bank naast banktegoeden ook aan andere verplichtingen voldoen, zoals het hebben van voldoende eigen vermogen. Dit eigen vermogen dient als buffer voor het opvangen van eventuele kredietverliezen, zodat de waarde van de banktegoeden niet aangetast wordt. Als derde waarborg analyseert een bank natuurlijk het risico van ieder nieuw krediet dat zij verstrekt. Op dit risicobeheer houdt de centrale bank toezicht. En ten vierde heeft de centrale bank de bevoegdheid om de kredietverstrekking en daarmee de geldschepping af te remmen; indirect door de rente te verhogen of direct een bank een maatregel op te leggen met als doel het financiële stelsel stabiel te houden.
Er zijn dus meerdere manieren waarop de kredietverstrekking en geldschepping door banken wordt ingeperkt.

9. Dus we moeten banken de ‘geldschep’ niet afpakken, zodat we dat kunnen verdelen onder het publiek?

Zoals hierboven gesteld schept een bank geen bezit voor hem zelf maar een schuld. Bovendien is dit proces aan hele strikte regels gebonden. Ervaringen leren dat dit proces niet beter of eerlijker verloopt als het in overheidshanden is. Het antwoord is dus nee, er ligt geen gemakkelijke pot met geld door geldschepping uit particuliere handen te geven.

10. Meer weten of meer vragen?

Eva/ Ifi registratiesysteem

Er is een mogelijkheid om een betaalrekening onder het Convenant Basisbankrekening te openen. Informatie hierover vindt u op basisbankrekening.nl.

Hebt u vernomen dat u bent opgenomen in het Incidentenregister van een financiële instelling of het Externe Verwijzingsregister? Dan kunt u een schriftelijk verzoek om inzage indienen. Dat kunt u doen bij de afdeling Veiligheidszaken van de betrokken financiële instelling. Stuur een kopie van een geldig legitimatiebewijs mee.

Hebt u vernomen dat u bent opgenomen in het Incidentenregister van een financiële instelling of het Externe Verwijzingsregister? Dan kunt u een schriftelijk verzoek om inzage indienen. Dat kunt u doen bij de afdeling Veiligheidszaken van de betrokken financiële instelling. Stuur een kopie van een geldig legitimatiebewijs mee.
Ook kunt u terecht bij het Bureau Kredietregistratie (BKR)

De registratie van incidenten en opname in het Externe Verwijzingsregister blijft maximaal acht jaar staan. Deze termijn gaat opnieuw in als zich tussentijds nieuwe incidenten voordoen. 

Bent u het niet eens met de registratie van uw gegevens in het Incidentenregister of het Externe Verwijzingsregister? Dan kunt u bezwaar maken bij de financiële instelling die u heeft geregistreerd. De klachtenprocedure vindt u op de website van uw bank of financiële instelling. Leidt dat niet tot oplossing van het geschil, dan kunt u een klacht indienen bij de Stichting Klachteninstituut Financiële Dienstverlening (KiFiD) of de bevoegde rechter. 

Banken registreren gegevens van rechts(personen) die hebben gefraudeerd of op een andere manier een integriteitsrisico vormen. Meer informatie kunt u vinden in het Protocol Incidentenwaarschuwingssysteem Financiële Instellingen

Banken en andere financiële instellingen leggen incidenten vast in hun eigen Incidentenregister. In het Externe Verwijzingsregister - dat toegankelijk is voor alle deelnemende financiële instellingen - worden alleen de naam en geboortedatum (of het KvK-nummer) van de betrokken (rechts)persoon geregistreerd.

Om er achter te komen welke instantie u heeft geregistreerd, kunt u uw eigen bank vragen wie dit is geweest. De instantie die u heeft geregistreerd kan u als enige vertellen waarom dit is gebeurd. Andere banken/instellingen hebben hier geen inzage in. 

Ondernemen en financieren

In de Gedragscode staan minimumnormen waar banken zich aan houden bij het verstrekken van financieringen aan kleinzakelijke klanten. Het betreft een vorm van zelfregulering. De Gedragscode is opgesteld door de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) in nauwe samenspraak met haar leden. Er heeft daarbij overleg plaatsgevonden met ondernemingsvertegenwoordigers, ministeries en toezichthouders.
 

Gedragscode Kleinzakelijke Financiering

Banken willen hun dienstverlening aan kleinzakelijke klanten blijven verbeteren. De Gedragscode is een stap in dit proces, gericht op de kleinzakelijke klant. De kleinzakelijke klant heeft andere financieringsbehoeftes dan een consument, maar beschikt over het algemeen niet over de financiële expertise en ervaring die bij een groter bedrijf aanwezig is. De Gedragscode stelt expliciete normen die van toepassing zijn op de dienstverlening aan kleinzakelijke klanten bij financiering.


Gedragscode Kleinzakelijke Financiering

De Gedragscode heeft als doel algemene normen te stellen voor wat een kleinzakelijke klant mag verwachten van een bank om zo de dienstverlening te verbeteren en de positie van kleinzakelijke klanten te versterken, zowel tijdens de oriëntatiefase, de aanvraagfase als de beheerfase. Klanten krijgen meer duidelijkheid over wat ze van de bank kunnen verwachten.


Gedragscode Kleinzakelijke Financiering

In de Gedragscode staan normen voor de drie fasen van het financieringsproces. Het financieringsproces begint met de oriëntatiefase, waarin u onderzoek doet naar de type(n) financiering(en) die het beste aansluiten bij uw bedrijf en uw plannen. Daarnaast gaat u na welke financier(s) die financiering(en) kunnen verstrekken. 

De volgende fase is de aanvraagfase waarin u bij één of meer financier(s) een aanvraag indient voor een financiering. De financier beoordeelt of de financiering kan worden verstrekt, en zo ja, onder welke voorwaarden. 

De daaropvolgende fase is de beheerfase. In deze fase heeft u een financiering bij de financier. In de Gedragscode wordt ook aandacht besteed aan doorverwijzing van klanten naar andere financiers, bijzonder beheer en het proces rondom klachten en geschillen.

Zie hiervoor het volgende overzicht 


Gedragscode Kleinzakelijke Financiering

De Gedragscode biedt u als klant meer duidelijkheid en zekerheid over het financieringsproces. In de Gedragscode staan minimumnormen, waardoor u weet wat u mag verwachten van de dienstverlening van de bank wanneer u op zoek gaat naar financiering of een financiering afsluit. Elke bank mag haar klanten altijd meer bescherming of een hoger niveau van dienstverlening bieden. De Gedragscode gaat ook over de oriëntatie- en aanvraagfase, wanneer nog geen financieringsovereenkomst is afgesloten. 

De Gedragscode leidt tot concrete aanpassingen in financieringsvoorwaarden en financieringsprocessen. Enkele voorbeelden daarvan zijn:

  • Meer duidelijkheid in de oriëntatie- en aanvraagfase over de belangrijkste kenmerken van een financiering, de voor- en nadelen van een financieringsproduct en hoe u een financiering kunt aanvragen;
  • Meer duidelijkheid over de omstandigheden waaronder de rente, provisies en kosten kunnen wijzigen;
  • Concrete termijnen om klanten te informeren bij renteherziening en aflossing aan het eind van de looptijd van de lening;
  • Een verbeterd klachtenproces bij de bank en een onafhankelijk en laagdrempelig loket voor geschillenbeslechting (Kifid).


Gedragscode Kleinzakelijke Financiering

 Alle banken die lid zijn van de NVB en actief zijn op de Nederlandse markt van financiering voor de doelgroep verbinden zich aan de Gedragscode. Dit geldt ook voor in Nederland gevestigde dochterondernemingen, waarvan een bank volledig eigenaar is. Banken zullen op hun website vermelden dat zij zich gecommitteerd hebben aan de Gedragscode. Verder zal een onafhankelijke partij in opdracht van de NVB de Gedragscode monitoren en op jaarlijkse basis verslag doen van haar bevindingen.


Gedragscode Kleinzakelijke Financiering

De Gedragscode is 1 juli 2018 in werking getreden.


Gedragscode Kleinzakelijke Financiering

De Gedragscode is niet van toepassing op financieringen die zijn aangevraagd of afgesloten vóór de inwerkingtreding van de Gedragscode op 1 juli 2018. Wanneer uw lopende/huidige financiering na de inwerkingtreding van de Gedragscode wordt verhoogd, waarbij een nieuwe financieringsovereenkomst wordt overeengekomen die de eerdere afspraken vervangt, dan zal de nieuwe financiering wel onder de Gedragscode vallen. Daarvoor is uiteraard wel vereist dat de nieuwe financiering binnen het toepassingsgebied van de Gedragscode valt.


Gedragscode Kleinzakelijke Financiering

Tijdens het aanvraagproces zal de bank nagaan of de Gedragscode van toepassing is. Als dat zo is, zal de bank dat in de financieringsdocumentatie aan de klant schriftelijk bevestigen. U kunt gebruikmaken van dit hulpmiddel om na te gaan of (uw aanvraag van) een financiering mogelijk onder de Gedragscode valt. U kunt geen rechten ontlenen aan de uitkomst. Uw bank beoordeelt uiteindelijk of u onder de Gedragscode valt en zal dit aan u aangeven.


Gedragscode Kleinzakelijke Financiering

De Gedragscode is van toepassing op financieringen. Daarmee worden bedoeld geldleningen, kredietfaciliteiten, kredieten in rekening courant, factoring, financial lease of combinaties daarvan.


Gedragscode Kleinzakelijke Financiering

De Gedragscode is niet van toepassing op andere vormen van financiering, zoals creditcards, effectenkredieten en achtergestelde leningen. De Gedragscode is ook niet van toepassing op kredieten die niet aan de klant in de uitoefening van zijn/haar beroep of bedrijf worden verstrekt (bijvoorbeeld eigen-woninghypotheken en consumptief krediet). De Gedragscode is daarnaast niet van toepassing op factoring waarbij de bank de vorderingen van de klant koopt. Ook is de Gedragscode niet van toepassing op andere vormen van lease dan financial lease, zoals bijvoorbeeld een gebruiksovereenkomst (huur/operational lease) en vendor lease. Voor onder meer bankgaranties en letters of credit geldt dat alleen de onderliggende lening/faciliteit onder de Gedragscode kan vallen en niet de bankgarantie of letter of credit zelf.


Gedragscode Kleinzakelijke Financiering

De Gedragscode is van toepassing op (rechts)personen die beroeps- of bedrijfsmatig handelen en (op groepsniveau) een jaaromzet van maximaal € 5.000.000 hebben. Voor (rechts)personen die beroeps- of bedrijfsmatig vooral actief zijn in het beleggen in commercieel verhuurd onroerend goed, geldt in plaats van de omzetgrens een marktwaardecriterium in relatie tot de beleggingen in commercieel verhuurd onroerend goed van € 2.000.000. Aanvullend kan gekeken worden of de totale hoofdsom van de financieringen van de klant niet hoger is dan € 2.000.000. Het toepassen van deze hoofdsomgrens is voor banken optioneel.

Gedragscode Kleinzakelijke Financiering

Ja, dat is mogelijk. Bij een startende onderneming wordt voor de jaaromzet gekeken naar de verwachte omzet in het lopende of eerstvolgende boekjaar en voor het marktwaardecriterium naar de verwachte marktwaarde van de beleggingen in commercieel verhuurd onroerend goed.


Gedragscode Kleinzakelijke Financiering

Met commercieel verhuurd onroerend goed wordt bedoeld onroerend goed (waaronder kantoren, bedrijfspanden, winkels, woningen, etc.), bestaand en/of in ontwikkeling, dat met een commercieel oogmerk wordt verhuurd aan andere partijen dan de eigen onderneming.

Gedragscode Kleinzakelijke Financiering

Voor leningen en financial leases wordt bij de berekening van de totale hoofdsom uitgegaan van de resterende hoofdsom (na de reeds betaalde aflossingen) ten tijde van de beoordeling van de aanvraag. Voor kredietfaciliteiten en rekening courant kredieten wordt uitgegaan van de limiet van deze faciliteiten en kredieten ten tijde van de beoordeling van de aanvraag. In de berekening van de totale hoofdsom van de financieringen wordt de financiering waarop u zich oriënteert of de financiering die u aanvraagt, meegenomen.

Bij de berekening van de totale hoofdsom blijven alle kredieten die niet aan u in de uitoefening van uw beroep of bedrijf zijn verstrekt buiten beschouwing (bijvoorbeeld eigen-woninghypotheken en consumptief krediet). Daarnaast worden alle effectenkredieten en limieten op credit cards die aan u zijn verstrekt niet meegerekend.

Voor de berekening van de totale hoofdsom aan zakelijke financieringen wordt alleen gekeken naar uw uitstaande en aangevraagde financieringen bij de bank zelf en niet naar uw uitstaande en aangevraagde financieringen bij andere banken.

Gedragscode Kleinzakelijke Financiering

Iedere bank bepaalt zelf hoe de omzet wordt vastgesteld. Als hoofdregel geldt dat de bank bij de vaststelling van totale omzet kijkt naar alle (rechts)personen, waarmee de kredietnemer organisatorisch is verbonden. Hieronder is een aantal voorbeelden opgenomen.

  • Voorbeeld 1
    Indien een onderneming in één of meer rechtspersonen meer dan 50% van de aandelen heeft, wordt gekeken naar de totale jaaromzet van deze rechtspersonen.

  • Voorbeeld 2
    Indien een onderneming in één of meer rechtspersonen 50% of minder van de aandelen heeft, kijkt de bank in beginsel alleen naar de jaaromzet van deze onderneming. De bank kan er voor kiezen om naar de gecombineerde jaaromzet van de onderneming en deze rechtspersonen te kijken indien er sprake is van organisatorische verbondenheid.

  • Voorbeeld 3
    Indien een natuurlijk persoon in één of meer B.V.'s 100% van de aandelen heeft, wordt gekeken naar de totale jaaromzet van de natuurlijk persoon en deze B.V.'s.


Gedragscode Kleinzakelijke Financiering

Voor het vaststellen van de marktwaarde van de beleggingen in commercieel verhuurd onroerend goed op groepsniveau gelden dezelfde uitgangspunten als voor het vaststellen van de jaaromzet op groepsniveau (zie vraag 16). Als hoofdregel geldt dat de bank bij de vaststelling van de marktwaarde kijkt naar alle (rechts)personen, waarmee de kredietnemer organisatorisch is verbonden.

Gedragscode Kleinzakelijke Financiering

  • Omzet wordt lager dan € 5.000.000:
    Of de Gedragscode van toepassing is, wordt vastgesteld door de bank bij de beoordeling van de betreffende financieringsaanvraag. Was de Gedragscode niet van toepassing toen de betreffende financiering werd aangevraagd? Dan zal de Gedragscode voor die financiering gedurende de gehele looptijd niet van toepassing zijn, ook niet als later de jaaromzet lager wordt dan € 5.000.000. Op financieringen die worden aangevraagd vanaf het moment dat de omzet lager is dan € 5.000.000, is de Gedragscode wél van toepassing, mits ook aan de overige voorwaarden is voldaan.
  • Omzet wordt hoger dan € 5.000.000:
    Of de Gedragscode van toepassing is, wordt vastgesteld door de bank bij de beoordeling van de betreffende financieringsaanvraag. Was de Gedragscode van toepassing toen de betreffende financiering werd aangevraagd? Dan blijft de Gedragscode voor deze financieringen gedurende de gehele looptijd van toepassing, ook als later de jaaromzet van de onderneming hoger wordt dan € 5.000.000. Op financieringen die worden aangevraagd vanaf het moment dat de jaaromzet van de onderneming hoger is dan € 5.000.000, is de Gedragscode niet van toepassing.


Gedragscode Kleinzakelijke Financiering

Hiervoor gelden dezelfde uitgangspunten als voor de jaaromzet (zie vraag 18).

Gedragscode Kleinzakelijke Financiering

Andere (alternatieve en complementaire) financiers kunnen de Gedragscode op hun dienstverlening aan kleinzakelijke klanten van toepassing verklaren. Indien andere financiers zich verbinden aan de Gedragscode dienen zij op hun website kenbaar te maken dat zij zich verbinden aan de Gedragscode van de NVB. Zij dienen zelf hun klanten te informeren en in te staan voor de naleving van de Gedragscode.


Gedragscode Kleinzakelijke Financiering

In 2015 heeft de NVB de Handreiking Bijzonder beheer opgesteld. In de Handreiking zijn algemene richtlijnen opgenomen over wat een zakelijke klant in bijzonder beheer mag verwachten van zijn of haar bank. De Handreiking geldt voor alle klanten met een zakelijke financiering, ongeacht of ze onder de Gedragscode vallen. Het artikel bijzonder beheer in de Gedragscode is alleen van toepassing op zakelijke klanten die onder de Gedragscode vallen en dus aan de criteria voor het toepassingsbereik voldoen. De algemene richtlijnen uit de Handreiking Bijzonder Beheer gelden voor kleinzakelijke klanten naast de normen in de Gedragscode.

Gedragscode Kleinzakelijke Financiering

De bank verwijst u alleen door als dit naar haar oordeel voor u toegevoegde waarde heeft en dus in uw belang is. Het doel van de bank is om u op verantwoorde wijze te helpen aan een financiering die bijdraagt aan uw doelstellingen.

Gedragscode Kleinzakelijke Financiering

Banken willen klachten oplossen en geschillen voorkomen. Alle banken hebben klachtenprocedures ontwikkeld die er op gericht zijn om klachten naar tevredenheid af te handelen. De procedures staan beschreven op de websites van de banken. Indien u niet tevreden bent over het verloop van het klachtenproces of de geboden oplossing van de bank, bestaat de mogelijkheid om een tweede beoordeling te vragen bij een andere afdeling of ander persoon bij de bank.

De Gedragscode stelt termijnen waarbinnen een klacht behandeld moet worden. Binnen 2 weken na ontvangst zal de bank bevestigen dat de klacht is ontvangen. Vervolgens dient de bank binnen 8 weken inhoudelijk te reageren op de klacht. Mocht de bank niet inhoudelijk reageren op de klacht, dan kunt u vanaf 8 weken na de ontvangstbevestiging de klacht rechtstreeks voorleggen aan Kifid.


Gedragscode Kleinzakelijke Financiering 

Met ingang van 1 juli 2018 is een onafhankelijk en laagdrempelig geschillenloket open gesteld voor kleinzakelijke financieringen bij het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening (Kifid). Als het doorlopen van de gehele klachtenprocedure van de bank niet heeft geleid tot een voor de klant aanvaardbaar resultaat, kunt u het geschil over een financiering die onder de Gedragscode valt voorleggen aan Kifid. Zie vraag 9 t/m 13 voor het antwoord op de vraag wanneer een financiering onder de Gedragscode valt.

Gedragscode Kleinzakelijke Financiering

In het reglement dat de Geschillencommissie van Kifid hanteert staat beschreven welke soort klachten behandeld kunnen worden. Dit reglement is op de website van Kifid te vinden. Voorbeelden van klachten die aan Kifid kunnen worden voorgelegd zijn onder andere een geschil over de toepassing van de voorwaarden voor het vervroegd aflossen van een financiering, of een wijziging in de afspraken van de financiering zoals het rentetarief. Kifid zal in eerste instantie proberen om met de klant en bank een regeling te treffen waar beide partijen zich in kunnen vinden. Indien dit niet lukt zal er, tot een maximaal toegewezen bedrag van EUR 250.000, een bindende uitspraak worden gedaan.

In het reglement staat ook beschreven welke klachten niet behandeld kunnen worden. Dit is bijvoorbeeld het geval indien een klacht al eerder aan een rechter of geschilleninstantie is voorgelegd. Andere voorbeelden van klachten die Kifid niet kan behandelen zijn de opzegging van de kredietrelatie op grond van fraude of witwassen, of de beslissing van een bank om een financiering niet te verstrekken. Bij Kifid is het ook niet mogelijk om spoedeisende zaken voor te leggen, zoals het tegenhouden van de uitwinning van zekerheden.

Gedragscode Kleinzakelijke Financiering

Voor het starten van een procedure bij Kifid wordt een eigen bijdrage gevraagd van EUR 250. Wanneer de klant in het gelijk wordt gesteld door Kifid zal de bank deze kosten vergoeden, evenals de kosten die de klant heeft gemaakt gedurende de procedure. Andersom geldt dit niet. Wanneer de klant in het ongelijk wordt gesteld zijn er in beginsel, buiten de eigen bijdrage van de klant, geen andere kosten.

Gedragscode Kleinzakelijke Financiering

Stichting Economisch Onderzoek (SEO) zal in samenwerking met de Universiteit van Amsterdam (UvA) in 2018 en 2019 de Gedragscode monitoren en op jaarlijkse basis verslag doen van de bevindingen. Zowel de naleving als de effecten van de Gedragscode zullen worden onderzocht.


Gedragscode Kleinzakelijke Financiering

In 2021 zal de Gedragscode voor het eerst geëvalueerd worden door een onafhankelijk extern advies- of onderzoeksbureau. De NVB, de afzonderlijke banken en eerder geraadpleegde partijen zullen bij de evaluatie worden betrokken. Naar aanleiding van een evaluatie en op eigen initiatief van de banken kan de Gedragscode worden gewijzigd.

Daarnaast kunnen via reguliere gesprekken die de NVB voert met stakeholders altijd vragen en opmerkingen kenbaar worden gemaakt in de aanloop naar de evaluatie. Ook zal er aan de hand van analyse van klachtenmeldingen en uitspraken bij Kifid zicht ontstaan op mogelijke verbeterpunten in de Gedragscode.


Gedragscode Kleinzakelijke Financiering

Startende en bestaande ondernemers die voor het opzetten of uitbreiden van hun bedrijf minder dan € 50.000 nodig hebben, kunnen gebruik maken van microfinanciering. Microfinanciering wordt verstrekt door Qredits.

Toezicht

De bankenbelasting is een belasting voor alle banken die in Nederland actief zijn. Tijdens de kredietcrisis hebben banken die in de problemen kwamen overheidssteun gekregen. De overheid vraagt sinds 2011 een financiële bijdrage van de banken in de vorm van een bankenbelasting. Dit is ter dekking van de impliciete overheidsgarantie. De bankenbelasting moet er ook voor zorgen dat banken - en daarmee de samenleving - in de toekomst minder risico lopen. Dat maakt het financiële stelsel gezonder. Kijk voor meer informatie op deze pagina.

Mocht een bank onverhoopt failliet gaan dan garandeert het depositogarantiestelsel bepaalde tegoeden van rekeninghouders tot een bedrag van € 100.000 per rekeninghouder per bank. De banken bouwen hiertoe tot 2024 gezamenlijk een fonds op. De Nederlandsche Bank (DNB) voert de regeling uit. Dit betekent dat rekeninghouders bij DNB aanspraak kunnen maken op hun vergoeding uit het depositogarantiestelsel.

In november 2015 heeft de Europese Commissie ook een voorstel gepubliceerd met plannen voor een Europese Deposit Insurance Scheme (EDIS).

Meer informatie vindt u op de pagina Bankenunie en op de pagina Depositogarantiestelsel.

In 2012 heeft de Europese Commissie de hoofdlijnen voor de bankenunie uiteengezet. De Europese Bankenunie bestaat uit drie verschillende onderdelen ('pijlers'): het Single Supervisory Mechanism (SSM; het Europese toezicht), het Single Resolution Mechanism (SRM) met een Single Resolution Fund (het Europese crisismanagement) en het Single Rulebook (gemeenschappelijk handboek) vormen de basis voor het Europese toezicht.

Net als het nationale toezicht, wordt ook het Europese toezicht (SSM) volledig worden bekostigd door de banken. Dit geldt ook voor de kosten die voortvloeien uit het Single Resolution Mechanism (SRM). De bijdragen voor het SSM en SRM worden mede berekend aan de hand van de omvang van de instelling.

Meer informatie vindt u op de pagina Bankenunie.

Dat kunt u navragen bij uw bank of zelf opzoeken in het Wft-register. Dit register biedt een compleet overzicht van alle banken die onder het Nederlandse depositogarantiestelsel vallen. Staat uw bank niet in dit overzicht, dan valt zij niet onder het Nederlandse depositogarantiestelsel. 

De voorwaarden zijn dat u rekeninghouder bent bij een bank die gedekt wordt onder het depositogarantiestelsel en dat ook het product onder de regeling valt. De maximale vergoeding uit het depositogarantiestelsel is €100.000 euro per rekeninghouder per bank. Daarnaast is er een regeling met een tijdelijke verhoogde uitkering tot €500.000 euro voor een periode van 6 maanden bij verkoop van een woning.

Meer informatie vindt u op de pagina Bankenunie en op de pagina Depositogarantiestelsel.

In een herstelplan leggen banken vast welke maatregelen zij nemen als hun financiële stabiliteit in het geding is. Op die manier zijn banken beter voorbereid op mogelijke problemen en kunnen deze beter, sneller en efficiënter worden aangepakt. Resolutieplannen worden door de resolutie autoriteit (De SRB) opgesteld en treden in werking als de bank niet meer zelf is staat is om dreigend onheil af te wenden. Het doel is om de essentiële activiteiten van een bank te waarborgen en de gevolgen voor de financiële stabiliteit en de belastingbetaler te beperken.

Meer informatie vindt u op de pagina Bankenunie.

Bail-in houdt in dat de kosten en gevolgen van een bank in problemen worden genomen gezamenlijk door haar aandeelhouders en haar vreemd vermogen verschaffers. In plaats dat een bank in de problemen door de overheid gered wordt met het geld van belastingbetalers, de zogenoemde bail-out, zijn nu de investeerders en schuldeisers van de bank degenen die geld inleggen om een bank te redden of overeind te houden, via bail-in. Vreemd vermogen wordt op die manier onder strenge voorwaarden in aandelenvermogen. Een eventuele beslissing tot bail-in wordt in gang gezet door de SRB.

Onder het Single Resolution Mechanism (SRM) valt ook het resolutiefonds. Het fonds wordt gefinancierd door de Europese banken en is primair bedoeld voor die kosten die niet door middel van bail-in gefinancierd kunnen worden. Vanaf 2016 kan het fonds in bijzondere omstandigheden, worden ingezet voor het opvangen van verliezen en versterking van kapitaalbuffers. Het fonds wordt in een periode van 9 jaar door alle banken die deelnemen aan de Europese Bankenunie gevuld met ongeveer 55 miljard euro.

Kijk hier voor meer informatie over het Single Resolution Board.

Het Single Resolution Mechanism (SRM) vormt de tweede pijler van de bankenunie. Dit raamwerk beschrijft de manier waarop overheden, prudentiële toezichthouders en resolutie autoriteiten moeten samenwerken in geval van grensoverschrijdende problemen, harmoniseert de instrumenten op Europees niveau die toezichthouders tot hun beschikking hebben (bijvoorbeeld het toepassen van bail-in) en verplicht het banken tot het opstellen van herstel- en resolutieplannen.

Het SRM is op hoofdlijnen op dezelfde wijze ingericht als het SSM. Het hoofdbestuur zetelt in Brussel. Dit bestuur is verantwoordelijk voor de aanpak van crisismanagement voor alle banken waarop de ECB direct toezicht houdt. Effectief crisismanagement is lastig bij grensoverschrijdende activiteiten, door het grote aantal partijen (toezichthouders, ministeries etc.) dat erbij betrokken is. Daarom is de reikwijdte van de SRM board breed opgevat en vallen hier ook banken onder die grensoverschrijdend opereren. Alle overige banken zullen onder de verantwoordelijkheid staan van de nationale resolutie autoriteit. Voor Nederland is DNB als nationale resolutie-autoriteit (NRA) aangewezen.

Kijk voor meer informatie over dit onderwerp op de pagina Europees resolutiemechanisme (SRM).

Systeembanken zijn banken waarvan het faillissement ernstige schade kan berokkenen aan andere financiële instellingen, consumenten, bedrijven en de gehele maatschappij. Het beleid van toezichthouders Europese Centrale Bank (ECB) en De Nederlandsche Bank (DNB) is erop gericht de kans op en de gevolgen van een faillissement van een systeembank zoveel mogelijk te verkleinen. Systeembanken moeten daarom voldoen aan hogere kapitaaleisen en staan onder verscherpt toezicht. Naast de hogere kapitaalseisen worden er herstel en resolutieplannen opgesteld. Door de hogere kapitaalseisen en deze plannen wordt het besmettingsrisico van het faillissement van een systeembank naar de rest van de economie zoveel mogelijk ingeperkt. 

Veiligheid en fraude

Banken zien nog steeds veel pogingen van criminelen om fraude via internetbankieren te plegen. Ze maken daarbij gebruik van malware, schadelijke software om computers van klanten te infiltreren en te manipuleren en van phishing, het ‘hengelen’ naar vertrouwelijke gegevens. Maar doordat banken de fraude steeds sneller kunnen herkennen en voorkomen, daalt de schade die wordt geleden. Door de campagnes over veilig bankieren zijn consumenten zich beter bewust van de methodes die criminelen gebruiken en trappen ze er minder vaak in.

Sinds enige tijd zijn diverse (meestal grote) bedrijven -ook in ons land- slachtoffer van een geavanceerde vorm van fraude. Hierbij geven criminelen zich uit als directeur dan wel een ander hooggeplaatst persoon binnen een bedrijf en verzoeken in die hoedanigheid medewerkers van bijvoorbeeld de financiële administratie een groot geldbedrag over te maken.

Dan krijgt u een foutmelding op de display van de geldautomaat, niets meer, niets minder. Als u de pincode driemaal verkeerd invoert, wordt uw betaalpas geblokkeerd. Verhalen dat door het omgekeerd invoeren van uw pincode (indien uw pincode 1234 luidt, dus 4321 invoeren) allerlei andere zaken in gang worden gezet, berusten op louter nonsens.

Hypotheekfraude is het verkrijgen van een hypotheek op basis van valse informatie. Kijk op stichtingfraudebestrijdinghypotheken.nl voor meer informatie.

  • Vervalsen van werkgeversverklaringen en/of loongegevens, al dan niet in samenspraak met de werkgever.
  • Frauduleuze uitbetalingen bouwdepot.
  • Gebruik onderpand voor doel anders dan opgegeven bij financier (hennepteelt, onrechtmatige verhuur, illegale prostitutie, enzovoort).
  • Gefingeerde winst creëren door georganiseerde ABC-constructies (het in korte tijd kopen en doorverkopen van een woning, waardoor de hypotheekverstrekker eindigt met een onderpand dat ver boven de marktwaarde is aangekocht) en witwassen.
  • Verzwijgen bezit meerdere onroerende goederen.

Met identiteitsfraude wordt bedoeld dat iemand de schijn oproept van een identiteit die niet bij hem hoort, met als doel deze te misbruiken voor criminele doeleinden. Naast het creëren van een fictieve identiteit kunnen criminelen de identiteit overnemen van een ander, door gebruik te maken van persoonlijke gegevens die ze hebben bemachtigd via phishing. Bijvoorbeeld om bankrekeningen te openen op naam van deze persoon, waarnaar crimineel geld kan worden doorgesluisd. Of om aankopen op krediet te doen.

  • De Nederlandse banken investeren jaarlijks miljoenen euro’s in de veiligheid van internetbankieren en in de veiligheid van andere producten en systemen.
  • Daarnaast werken zij (onder andere met de lopende campagne veiligbankieren.nl) aan bewustwording van hun klanten over fraudevormen.
  • De banken werken nauw  samen met politie en justitie in het belang van het opsporen en  vervolgen van fraude. Zo is in 2011 de  Electronic Crimes Task Force (ECTF) opgericht waarin banken samenwerken met het  Openbaar Ministerie en politie.

Meer informatie vindt u op veiligbankieren.nl.

Ja, dat mag. Banken, creditcardmaatschappijen, verzekeraars, notarissen en casino’s zijn namelijk wettelijk verplicht de identiteit van hun klanten vast te stellen. Om te kunnen bewijzen dat ze aan deze plicht hebben voldaan, mogen zij een kopie of scan van uw identiteitsbewijs maken. Bijvoorbeeld van uw paspoort of identiteitskaart.

Bewaren kopie identiteitsbewijs
De bank, de creditcardmaatschappij, de verzekeraar, de notaris of het casino moet de kopie of scan van uw identiteitsbewijs 5 jaar bewaren nadat u geen klant meer bent. 

Wettelijke plicht identiteit vaststellen
De verplichting voor banken, creditcardmaatschappijen, verzekeraars, notarissen en casino’s om de identiteit van hun klanten vast te stellen staat in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (WWFT). In deze wet staat ook dat een bank, verzekeraar, notaris of casino een kopie mag maken en bewaren van het identiteitsbewijs van een klant.

Gebruik BSN door bank, notaris of casino
Op uw identiteitsbewijs staat uw burgerservicenummer (BSN). Banken, creditcardmaatschappijen, verzekeraars, notarissen en casino’s mogen van de wet uw BSN gebruiken. U kunt daarom niet uw BSN afschermen of onleesbaar maken op de kopie of scan van uw identiteitsbewijs.

Zie de uitleg hierover van de Autoriteit Persoonsgegevens.

Het aantal plofkraken is in 2017 met bijna 18% gedaald ten opzichte van 2016 en kwam uit op 65.

Kijk voor meer feiten & cijfers op Bankinbeeld.nl

Criminelen die verantwoordelijk zijn voor plofkraken lijken hier mee door te gaan totdat ze gepakt worden of ze een meer profijtelijke criminaliteitsvorm vinden. Ook is er sprake van zogenaamd kopieergedrag. 

De maatregelen zijn gericht op het laten mislukken van de gasaanval en/of het onbruikbaar maken van geld. Ook werken banken nauw samen met de politie.

Bij een plofkraak probeert de crimineel door middel van een (gas)explosie de kluis te kraken en daarmee toegang te krijgen tot de waarde in de geldautomaat. De plofkraken worden bijna altijd ’s nachts gepleegd en gebeuren in het hele land. Vrijwel iedere plofkraak wordt gepleegd in combinatie met een ram, waarbij de ramauto regelmatig in brand gestoken wordt achtergelaten. Bij het merendeel van de plofkraken gaat het om een gasaanval, maar criminelen maken ook in toenemende mate gebruik van vaste explosieven.

Om kopieergedrag te voorkomen doen banken geen gedetailleerde uitspraken over de wijze waarop plofkraken worden gepleegd.

In acht op de tien plofkraken wordt geen buit gemaakt. Daarentegen is sprake van heftige explosies die leiden tot veel schade aan gebouwen en geldautomaten. Soms moeten panden vanwege instortingsgevaar of brand worden ontruimd. Banken maken zich zorgen over de risico’s en overlast voor omwonenden.

Banken investeren tientallen miljoenen euro’s in maatregelen die er op gericht zijn om de plofkraak te laten mislukken, het geld onbruikbaar te maken en om de pakkans te vergroten. Om de effectiviteit van de maatregelen niet te ondermijnen doen banken geen gedetailleerde uitspraken over genomen beveiligingsmaatregelen tegen plofkraken.

Ook werken banken nauw samen met de politie en stellen -waar mogelijk- alle informatie ter beschikking aan de recherche. De opsporing en vervolging van plofkraken heeft in opdracht van de minister hoge prioriteit. In 2013 zijn tientallen personen gearresteerd wegens verdenking van het plegen van plofkraken. De aanhoudingen zijn het resultaat van de publiek- private samenwerking tussen politie, openbaar ministerie en banken.

Een deel van de daders van plofkraken valt in het segment van de zware en georganiseerde criminaliteit. Dat zijn zware en gewelddadige criminelen die systematisch te werk gaan. Voor het overige deel is sprake van zogenaamd kopieergedrag.

U doet er zeer verstandig aan altijd vooraf contact op te nemen met uw bank. Verricht u namelijk zonder overleg met de bank transacties met deze landen, dan bestaat de kans dat de bank de transacties niet uitvoert. Controleer ook regelmatig de sites van de bevoegde autoriteiten (onder andere de Verenigde Naties, de Europese Unie en Verenigde Staten) om er zeker van te zijn dat u nog over de meest actuele informatie beschikt.

Ja, de bank die binnen SEPA-incasso’s (SEPA Direct Debits) ten laste van of SEPA-betalingen ten gunste (SEPA Credit Transfers) van haar klanten ontvangt met éénzelfde, bekende en gecontroleerde tegenpartij kan deze  transacties risico gebaseerd benaderen (periodieke controle). Voorwaarde hierbij is dat de bank zich vergewist van een minimaal risico dat bij een financiële dienst of transactie financiële middelen gaan naar één van de (rechts)personen en entiteiten, genoemd in de Sanctieregelgeving.

Meer informatie vindt u op DNB.nl.

Amerikaanse sancties gelden voor Amerikaanse personen en bedrijven, en voor alle personen en instellingen in de Verenigde Staten. Veel Nederlandse banken zijn ook actief in de VS. Dat betekent dat zij kunnen worden bestraft als zij de Amerikaanse sanctiewetgeving niet naleven. Tevens is van belang dat alle transacties in Amerikaanse dollars via de VS lopen en daarom onder de Amerikaanse wetgeving vallen.

Strategische goederen zijn onder te verdelen in militaire goederen en dual use goederen. Voor de export en doorvoer van militaire goederen gelden strenge regels en is een vergunning vereist. Hier vindt u de lijst met militaire goederen. Dual use goederen zijn goederen die zowel een civiele als militaire toepassing kunnen krijgen. Voor export naar landen buiten de EU is een vergunning nodig. Voor het leveren van strategische diensten, bijvoorbeeld technische bijstand, gelden eveneens beperkingen. Meer informatie vindt u op de site van de Rijksoverheid

De belangrijkste tips zijn:

  • Zorg dat niemand kan meekijken als u de pincode intypt (bijvoorbeeld door met uw hand het toetsenbord af te schermen).
  • Laat u niet afleiden, noem uw pincode nooit.
  • Steek de betaalpas altijd zelf in de kaartlezer. Als dit om praktische redenen niet kan, zorg er dan voor dat u de betaalpas niet uit het oog verliest.
  • Controleer regelmatig uw rekeningafschriften of afboekingen via internetbankieren.
  • Als u betalingen ontdekt die u niet zelf hebt gedaan, neem dan direct contact op met uw kaartuitgever.

 Kijk ook op Veiligbankieren.nl.

Nee. Banken blijven onveranderd verantwoordelijk voor de bewijslast. De bewijslast dat de consument grof nalatig zou hebben gehandeld, ligt volgens de wet bij de bank.

Hierin verandert niets. De pas en pincode zijn strikt persoonlijk. Dat betekent dat u hem ook niet door een familielid mag laten gebruiken. Zou u dit toch doen, dan is er natuurlijk niets aan de hand zolang er geen fraude mee wordt gepleegd. Maar als er wel fraude mee wordt gepleegd, en dit komt doordat u uw pas en pincode aan uw familielid heeft gegeven, dan kan de bank u aansprakelijk stellen. 

Het hebben van illegale software op de computer is qua voorschriften strijdig met punt 3 van de veiligheidsregels

Het gaat er hierbij niet om dat banken met deze regel iets tegen illegale software ondernemen. 
Het punt is wel dat veel illegale software en zeker de programma’s die erbij worden geleverd om zogeheten licentie-sleutels te genereren, boordevol schadelijke zaken zit. 

Wanneer dergelijke schadelijke zaken (malware) op de computer terecht komen, heeft de consument een verhoogde kans om slachtoffer te worden van cybercriminaliteit.

Als de klant het niet eens is met het oordeel van de bank, dan kan hij/ zij gebruik maken van de laagdrempelige klachtenprocedure via het onafhankelijke klachteninstituut voor de financiële sector, het Kifid.

De vierde Veiligheidsregel (controleer uw bankrekening) vermeldt dat als er schade voor de bank ontstaat doordat het voor u enige tijd onmogelijk is geweest uw rekeninginformatie te controleren, de bank u kan vragen aan te tonen dat dit in alle redelijkheid niet mogelijk was. Dit geldt ook als u tijdens uw vakantie geen internet tot uw beschikking heeft. Overigens, veel mensen controleren hun banksaldo via hun tablet of smartphone ook op vakantie, net zoals zij blijven e-mailen en actief zijn op social media.

Voor meer informatie over de veiligheidsregels kunt u terecht bij de Betaalvereniging Nederland

Nee. Wel duidelijker en consistenter. De veiligheidsregels waren er al, ze waren alleen niet bij elke bank hetzelfde. De onderlinge verschillen tussen banken zijn geschrapt, zodat voor iedereen dezelfde regels gelden. Ook zijn verouderde regels geschrapt, zoals het verbod te internet – en/of mobielbankieren via onbeveiligde draadloze netwerken.

De banken zijn zich ervan bewust dat de gemiddelde consument zich niet 100 procent tegen internetcriminelen kan beveiligen. Daar houden de banken rekening mee in hun beoordeling of klanten recht hebben op vergoeding van de schade. Als de consument zich gedeeltelijk niet aan de veiligheidsregels heeft gehouden, wil dat dus niet zeggen dat de bank de schade niet zal vergoeden. De bank zal in dit geval, op grond van de specifieke omstandigheden, beoordelen of de schade het gevolg is van grove nalatigheid van de consument. Deze beoordeling zal plaatsvinden naar redelijkheid en billijkheid. Op basis hiervan zal de bank al dan niet tot vergoeding overgaan. Dit alles staat los van het feit dat elke bank een eigen coulancebeleid hanteert, waarin zij per geval bepaalt, ook al blijkt een klant grof nalatig te hebben gehandeld, om de schade alsnog geheel of gedeeltelijk te vergoeden. De Veiligheidsregels zullen jaarlijks worden geëvalueerd door de NVB en Consumentenbond en waar nodig aangepast. De NVB en Consumentenbond houden de vinger aan de pols of het door de banken bij fraudegevallen hanteren van de vijf Veiligheidsregels ordentelijk verloopt.”

De schade door phishing bij internetbankieren is toegenomen van 1,05 miljoen euro in 2017 naar 3,81 miljoen euro in 2018. Niettemin is de totale schade door fraude in het betalingsverkeer in 2018 licht gedaald, met 2 procent. Die totale daling is vooral het gevolg van veel minder fraude met betaalpassen, automatische incasso’s en overschrijvingsformulieren. Voor mobiel bankieren is er in 2018 wederom helemaal geen fraude gemeld.

Lees meer in het nieuwsbericht d.d. 27 maart 2019

Wonen

Banken kunnen bij het verstrekken van een hypotheek nog steeds afwijken van de in de GHF gestelde normen als er naar eigen oordeel sprake is van een verantwoorde financiering. De bank oordeelt van geval tot geval of het mogelijk is een hypotheek te verstrekken. Dat geldt ook voor de situatie waarin ouders borg willen staan voor de hypotheek van hun kind. De beoordeling is mede afhankelijk van het productenassortiment van de hypotheekverstrekker.

Meer informatie

Nee, het is nog steeds mogelijk om andere hypotheekvormen af te sluiten. Maar om de rente af te mogen trekken moet de lening aflossen in maximaal 30 jaar (360 maanden), en ten minste annuïtair. Dit betekent dat u maandelijks een vast bedrag betaalt, dat bestaat uit rente en aflossing. Ook als u lineair aflost hebt u recht op renteaftrek.

Meer informatie
Bankenoverhypotheken.nl

Met een annuïteitenhypotheek betaalt u elke maand hetzelfde bruto maandbedrag. Dit bedrag bestaat uit een deel rente en een deel aflossing. Tijdens de startfase van de annuïteitenhypotheek betaalt u meer rente en lost u minder af. Later betaalt u juist minder rente en meer aan aflossing. Omdat de hypotheekrenteaftrek alleen geldt voor rente, betekent dit dat u in het begin meer fiscaal voordeel geniet en naarmate u minder rente betaalt minder fiscaal voordeel. Aan het einde van de looptijd van de hypothecaire lening is de hele hypotheekschuld afgelost.

Meer informatie

Meer informatie vindt u op de website Bankenoverhypotheken.nl/restschuld.

Een huis staat onder water als de verwachte verkoopprijs lager is dan de hypotheek. Door deze zogenaamde onderwaarde kan bij verkoop van het huis een restschuld ontstaan.

Kijk voor meer informatie over restschulden op Bankenoverhypotheken.nl/restschuld.

Er ontstaat een restschuld als de verkoopprijs van een huis lager is dan de hypotheekschuld die op de woning rust.
Kijk voor meer informatie over restschulden op Bankenoverhypotheken.nl/restschuld.