Depositogarantiestelstel

Het depositogarantiestelsel beschermt spaarders als een bank onverhoopt failliet mocht gaan. In dat geval zijn spaartegoeden tot € 100.000 per rekeninghouder gegarandeerd. Daarmee draagt het depositogarantiestelsel bij aan het vertrouwen van spaarders in de banken.

Highlights

  • Sinds juli 2015 geldt een nieuwe Europese richtlijn voor de garantie van spaartegoeden. In de richtlijn is bepaald dat tegoeden van spaarders tot € 100.000 per bank zijn gegarandeerd. Is er sprake van een tijdelijk hoog spaartegoed vanwege de verkoop van een huis, dan wordt hiervoor gedurende een periode van drie maanden tot € 500.000 per rekeninghouder gegarandeerd. Dit zijn de zogenaamde “temporary high balances”.
  • In Europa is afgesproken dat elk land een fonds opricht, dat vooraf door de banken wordt gevuld. Gaat een bank failliet, dan worden spaarders uit dit fonds gecompenseerd. Tot € 100.000 hebben spaarders en MKB bedrijven de garantie dat zij hun spaargeld terugkrijgen.
  • Ook is bepaald dat spaarders na faillissement van een bank sneller over hun geld moeten kunnen beschikken dan nu het geval is. Uiterlijk in 2024 moet de uitbetalingstermijn zijn teruggebracht van 20 naar 7 werkdagen. De Nederlandse banken voldoen hier al aan sinds 1 januari 2019. Begin augustus 2019 is ook de wettelijke grondslag voor de verwerking van het Burgerservicenummer van kracht geworden.  Dit betekent dat DNB als DGS autoriteit in principe in staat is om spaarders binnen 7 werkdagen uit te betalen.
  • Alle banken die deelnemen aan het depositogarantiestelsel dragen bij aan het fonds. De hoogte van de bijdrage is mede afhankelijk van het risicoprofiel van de bank: hoe meer risico’s een bank neemt, des te meer deze aan het fonds moet bijdragen. Sinds begin 2016 storten de banken hun bijdrage in het fonds. In 2024 zal het volledig gevuld zijn.
  • De Nederlandse banken storten per jaar ongeveer € 450 miljoen in het fonds. Naar verwachting dragen de banken uiteindelijk € 3,5 tot € 4 miljard bij. De precieze omvang van de bijdrage is afhankelijk van het totale spaartegoed bij de banken.

DGS autoriteit

Voor de uitvoering van de depositogarantieregeling heeft DNB een DGS autoriteit op gericht. Rekeninghouders kunnen bij de DGS autoriteit aanspraak maken op vergoeding van het spaarsaldo als een bank niet meer aan zijn verplichtingen kan voldoen. Spaarders kunnen zelf navragen of hun bank onder het depositogarantiestelsel valt of de volledige lijst bekijken in het Wft-register. Uitgebreidere informatie over de werking en voorwaarden van het stelsel is te vinden op de website van DNB.

Veelgestelde vragen

Mocht een bank onverhoopt failliet gaan dan garandeert het depositogarantiestelsel bepaalde tegoeden van rekeninghouders tot een bedrag van € 100.000 per rekeninghouder per bank. De banken bouwen hiertoe tot 2024 gezamenlijk een fonds op. De Nederlandsche Bank (DNB) voert de regeling uit. Dit betekent dat rekeninghouders bij DNB aanspraak kunnen maken op hun vergoeding uit het depositogarantiestelsel.

In november 2015 heeft de Europese Commissie ook een voorstel gepubliceerd met plannen voor een Europese Deposit Insurance Scheme (EDIS).

Meer informatie vindt u op de pagina Bankenunie en op de pagina Depositogarantiestelsel.

Dat kunt u navragen bij uw bank of zelf opzoeken in het Wft-register. Dit register biedt een compleet overzicht van alle banken die onder het Nederlandse depositogarantiestelsel vallen. Staat uw bank niet in dit overzicht, dan valt zij niet onder het Nederlandse depositogarantiestelsel. 

De voorwaarden zijn dat u rekeninghouder bent bij een bank die gedekt wordt onder het depositogarantiestelsel en dat ook het product onder de regeling valt. De maximale vergoeding uit het depositogarantiestelsel is €100.000 euro per rekeninghouder per bank. Daarnaast is er een regeling met een tijdelijke verhoogde uitkering tot €500.000 euro voor een periode van 6 maanden bij verkoop van een woning.

Meer informatie vindt u op de pagina Bankenunie en op de pagina Depositogarantiestelsel.