Bank & Maatschappij

Een bank is geen gewoon bedrijf. Klanten en de samenleving moeten kunnen rekenen op stabiele, dienstbare en betrouwbare banken. Daarom is het essentieel dat banken een evenwichtige en herkenbare koers varen, afzonderlijk en als sector. Een koers die is gebaseerd op een afweging van de belangen van al hun stakeholders.

Het functioneren van banken is onderwerp van maatschappelijke discussie. Terecht, want iedereen heeft met banken te maken. En de financiële crisis heeft aangetoond hoe belangrijk een robuuste financiële sector is voor de samenleving. Het is zaak te voorkomen dat overheidsingrijpen in de toekomst opnieuw nodig is om de continuïteit van banken en het financiële systeem te garanderen.

De bancaire sector is bezig aan een ongekend veranderingsproces. Sinds 2008 zijn maatregelen genomen om te zorgen dat de rekening voor excessief risicovol gedrag van partijen in het financiële systeem niet meer bij de belastingbetaler terechtkomt. Wetgevers, toezichthouders en banken werken hard aan een stabieler en minder risicovol financieel systeem.

De maatschappelijke kernfunctie van banken is daarbij leidend: het aantrekken van spaargeld en dat uitzetten in de (reële) economie in de vorm van beleggingen en leningen aan consumenten en bedrijven.

Veelgestelde vragen

Kijk op basisbankrekening.nl voor uitleg voor zowel aanvragers als hulpverleningsorganisaties.

Ja.
De btw is een belasting over de toegevoegde waarde. Deze belasting wordt uiteindelijk betaald door de consument van een product of een dienst. De onderneming die dit product of deze dienst aan de consument levert brengt de btw aan die consument in rekening en betaalt die btw door aan de Belastingdienst. De btw over haar omzet ontvangt zij van de consument en de btw die zij zelf betaalt op haar inkopen en investeringen ontvangt zij terug van de Belastingdienst. Op deze manier is de totale toegevoegde waarde van deze producten of diensten belast met btw. Bij gewone ondernemingen drukt deze btw niet op de winst van die onderneming.

Wanneer banken producten of diensten inkopen betalen zij daarover, net als andere bedrijven, ook btw. Anders dan ‘gewone ondernemers’ kunnen banken de betaalde btw niet terugontvangen van de Belastingdienst. Daartegenover zijn veel diensten van banken vrijgesteld. Dit betekent dat er over de door de banken toegevoegde waarde geen btw wordt berekend aan de consument. Concreet: ondernemers en consumenten betalen daarom geen btw over de rente op hun bedrijfslening of woninghypotheek en de betaalde btw is daarom een kostenpost voor de bank.

De btw-vrijstellingen zijn overigens in een Europese btw-richtlijn geregeld. Behalve enkele financiële diensten zijn ook diensten in bijvoorbeeld de gezondheidszorg, onderwijs, postdiensten etc. vrijgesteld van btw. Bepaalde financiële diensten zoals het aanhouden van een betaal- of spaarrekening, het bemiddelen bij en uitvoeren van effectentransacties of het verstrekken van een lening zijn wettelijk vrijgesteld van btw. Algemeen erkend is dat een argument voor de vrijstelling is dat de te belasten toegevoegde waarde van financieringen niet goed te bepalen is. Onderzoek door de Europese Commissie afgelopen jaren naar de mogelijkheid om de btw behandeling van financiële producten te moderniseren en te kunnen belasten heeft niet tot resultaat geleid.

Bijna vier op de vijf Nederlanders (16-75 jaar) regelen hun bankzaken op het internet. In totaal maken zo’n 11 miljoen klanten gebruik van internetbankieren. Ongeveer 93% van de overboekingen gaat tegenwoordig via internet. Per jaar gaat het om ongeveer 3 miljard transacties met een totale waarde van € 3200 miljard.

Probeer eerst met uw bank tot een gelijk te komen. Komt u er niet uit, neem dan contact op met Het Financiële Klachteninstituut, KiFiD. De Nederlandse Verenging van Banken kan niet in gaan op individuele klachten of geschillen.

Kijkt u hiervoor bij de veelgestelde vragen op Slapendetegoeden.nl

Ja dat kan, alleen moet u er wel rekening mee houden dat een bank alleen gegevens en tegoeden prijs geeft, indien blijkt dat u ook daadwerkelijk recht hebt op het tegoed. Neem, tenzij u geregistreerd partner of echtgenoot/ echtgenote van de overledenen bent (dan kan in sommige gevallen een akte van overlijden en uw (geldig) identiteitsbewijs voldoende zijn – informeer bij de bank), vooral uw verklaring van erfrecht mee.

Kijk ook op Slapendetegoeden.nl/veelgestelde-vragen

Kijk op de pagina vraag & antwoord op de website overstapservice.nl.

Nee. De Overstapservice is een dienst die de banken aanbieden om het veranderen van betaalrekening voor u eenvoudiger te maken. De Overstapservice draagt er aan bij dat uw betalingsverkeer soepel kan doorlopen.

overstapservice.nl

Een betaalrekeningnummer meenemen is technisch zeer complex en duur. Invoeren van nummerportabiliteit is met het nieuwe Europese rekeningnummer, waarin bank- en landcode zit, niet mogelijk. Vanwege de hoge kosten van invoering is destijds in overleg met het Ministerie van Financiën besloten tot de Overstapservice. Op aandringen van de Nederlandse overheid is in Europa afgesproken dat alle landen eerst een overstapservice inrichten. Als dat rond is, kan op de lange termijn gekeken worden naar Europese nummerportabiliteit. Vanuit conceptueel en analytisch oogpunt is de Nederlandse Vereniging van Banken op termijn voorstander van nummerportabiliteit, maar niet hier en nu in Nederland.

De Overstapservice maakt veranderen van betaalrekening van de ene naar de andere bank eenvoudiger en zorgt ervoor dat het betalingsverkeer soepel doorloopt. Voor meer vragen over de Overstapservice, kijkt u op overstapservice.nl.

Tien vragen over geldschepping

1. Wat is geld?

Geld omvat zowel chartaal geld als banktegoeden. De precieze definitie van geld bepaalt welke banktegoeden meetellen bij de geldhoeveelheid, variërend van alleen direct opvraagbare tot en met tegoeden met een looptijd van 2 jaar.  

2. Wat is geldschepping?

Geldschepping betekent dat de hoeveelheid geld in handen van het publiek - particulieren, ondernemingen en overheid – toeneemt; banken horen, als geldscheppende instellingen, niet bij het publiek. Geld “in de kluis” van een bank telt dus niet mee bij de geldhoeveelheid.

3. Wat zijn de bronnen van geldschepping?

Kredietverlening door banken is de belangrijkste bron van geldschepping, maar niet de enige: zo kan het zijn dat consumenten hun geld dat vrij komt van een langere termijn spaardeposito overboeken naar hun betaalrekening, ook dan neemt de geldhoeveelheid toe. Het tegenovergestelde is geldvernietiging; dit vindt bijvoorbeeld plaats als een consument aflost op een eerder bij de bank aangegane lening.

4. Waarom is de geldschepping zo belangrijk?

Het is vooral belangrijk om de hoeveelheid geld in omloop goed te controleren. Als de toename van de maatschappelijke geldhoeveelheid de groei van de productie overtreft, is de kans groot dat geld te veel in waarde daalt: er is dan veel geld ten opzichte van de hoeveelheid goederen waardoor de waarde van geld afneemt; dat verschijnsel noemt met inflatie. Te weinig geld in omloop kan dan de economische groei doen remmen. Dan dreigt mogelijk het omgekeerd: een waardestijging van het geld, oftewel deflatie. Sommige economen zien momenteel grote deflatierisico’s in het eurogebied; dat zou er toe kunnen leiden dat mensen hun aankopen uitstellen (omdat producten naar verwachting nog verder in prijs dalen) en dat schulden moeilijker te dragen zijn omdat lonen dalen maar schulden niet.

5. Kunnen banken echt geld maken?

Ja, banken zijn zogenaamde geldscheppende instellingen. Dit doen ze bijvoorbeeld door het verstrekken van een lening die leidt tot het ontstaan van een banktegoed. Omdat dit een maatschappelijk belangrijke functie is, moeten banken hier een vergunning voor hebben en staan ze onder toezicht van De Nederlandsche Bank en de Europese Centrale Bank.

6. Kunnen banken deze geldschepping niet heel gemakkelijk gebruiken voor hun eigen gewin?

Een bank vergroot zijn bezit niet door geld te scheppen. Het geld dat een bank schept is namelijk geen bezit van die bank, maar een schuld. Als de bank een krediet verleent, krijgt de bank een vordering op de kredietnemer. Deze persoon of instelling moet het krediet in de toekomst weer aflossen. De bank ‘bezit’ dus eigenlijk een lening. In ruil hiervoor krijgt de kredietnemer de beschikking over geld om bijvoorbeeld een huis mee te kopen. Dit nieuw gecreëerde geld is een claim op de bank. Als de kredietnemer zijn tegoed opneemt, moet de bank hem dat uitbetalen.

7. Als geldschepping zo’n belangrijke maatschappelijke betekenis heeft, waarom doet de overheid dit dan niet zelf?

Het feit dat geldschepping maatschappelijk gezien erg belangrijk is, betekent niet zonder meer dat de overheid deze taak zou moeten uitvoeren. Veel maatschappelijk relevante taken (van voedselvoorziening tot zorg) zijn in handen van private partijen. Dit wordt bovendien strikt gecontroleerd door de centrale banken. Deze zijn hier niet onfeilbaar, zo is onder andere bij de kredietcrisis gebleken, maar dat wil niet zeggen dat de overheid of de kapitaalmarkt het beter zou doen. Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat staatseigendom van banken samengaat met relatief veel economische inefficiënties en dus kosten voor de samenleving.

8. Maar wie controleert de geldhoeveelheid, kunnen banken dan niet onbeperkt geld scheppen?

Nee. Banken moeten aan eisen voldoen die beperkingen opleggen aan de kredietverlening en geldschepping. Zo moeten allereerst tegenover banktegoeden reserves en liquide middelen worden aangehouden, zodat rekeninghouders nooit voor een lege geldautomaat komen te staan. Ten tweede moet een bank naast banktegoeden ook aan andere verplichtingen voldoen, zoals het hebben van voldoende eigen vermogen. Dit eigen vermogen dient als buffer voor het opvangen van eventuele kredietverliezen, zodat de waarde van de banktegoeden niet aangetast wordt. Als derde waarborg analyseert een bank natuurlijk het risico van ieder nieuw krediet dat zij verstrekt. Op dit risicobeheer houdt de centrale bank toezicht. En ten vierde heeft de centrale bank de bevoegdheid om de kredietverstrekking en daarmee de geldschepping af te remmen; indirect door de rente te verhogen of direct een bank een maatregel op te leggen met als doel het financiële stelsel stabiel te houden.
Er zijn dus meerdere manieren waarop de kredietverstrekking en geldschepping door banken wordt ingeperkt.

9. Dus we moeten banken de ‘geldschep’ niet afpakken, zodat we dat kunnen verdelen onder het publiek?

Zoals hierboven gesteld schept een bank geen bezit voor hem zelf maar een schuld. Bovendien is dit proces aan hele strikte regels gebonden. Ervaringen leren dat dit proces niet beter of eerlijker verloopt als het in overheidshanden is. Het antwoord is dus nee, er ligt geen gemakkelijke pot met geld door geldschepping uit particuliere handen te geven.

10. Meer weten of meer vragen?