1 minuut

Rente

Rente is een vergoeding voor het tijdelijk uitlenen van geld. Wie geld spaart bij een bank, krijgt rente. Wie bij een bank leent - bijvoorbeeld voor de aankoop van een woning - moet rente betalen. Banken bepalen de hoogte van de rente op basis van kosten, risico en een winstopslag.

Highlights
  • Rente kan zowel vast als variabel zijn. Een vaste rente geeft zekerheid voor een langere periode; een variabele rente kan omhoog of omlaag aan. Een variabele rente is doorgaans lager dan een vaste rente maar brengt ook meer risico met zich mee.
  • De hoogte van de rente wordt bepaald door het basistarief, de kosten die de bank moet maken, de risico’s die de bank loopt en een winstopslag.
  • De basisrente is de ‘kale’ inkoopprijs van geld. Banken berekenen de basisrente aan de hand van een of meer rentestandaarden. Een veelgebruikte rentestandaard is Euribor, het rentetarief dat banken in rekening brengen als ze elkaar geld uitlenen.
  • Daarnaast maakt de bank kosten die in het rentetarief worden verrekend. Dat zijn onder andere kosten voor de dienstverlening (zoals personeel en computersystemen) en voor het aantrekken van geld op de geldmarkt.
  • Als een bank geld uitleent, bestaat het risico dat de lening niet wordt terugbetaald. De kosten van dat risico zitten ook in het rentetarief. Banken kijken daarbij onder andere naar inkomen en andere schulden van de klant. Bij een hypotheek speelt ook de waarde van de woning en eventuele inbreng van eigen geld een rol.
Verschil spaar- en hypotheekrente

De spaarrente en de hypotheekrente zijn niet met elkaar te vergelijken. Bij een hypotheek wordt geld voor lange tijd uitgeleend tegen een meestal vaste rente, terwijl geld op een spaarrekening direct op te nemen is. Bij een hypotheek is het risico dan ook groter en de kosten hoger. Dat verschil is terug te zien in de verschillende tarieven voor spaar- en hypotheekrente.

Meer informatie