'Bankenbelasting heeft geen functie meer'

Column Chris Buijink, verschenen in rubriek Tegenspraak, Weekblad Fiscaal recht 7158

Overkoepelende stelling: Zijn er nog steekhoudende argumenten voor handhaving van de bankenbelasting?

Op 22 juni 2016 schreef minister Dijsselbloem van Financiën aan de Tweede Kamer dat er sinds het uitbreken van de crisis veel maatregelen zijn genomen en resultaten bereikt om banken weerbaarder te maken. Ik ben dat van harte met hem eens. Nederlandse banken hebben hier zelf veel meters gemaakt en altijd maatregelen gesteund die banken veiliger maken. De Europese stresstest eind juli (2016) wees uit dat Nederlandse banken er wat dat betreft goed voor staan. Het vergroten van de weerbaarheid betekent dat banken bij problemen niet hoeven terug te vallen op de overheid; het kernargument voor de bankenbelasting.

Banken hebben de buffers substantieel verhoogd en sinds januari van dit jaar zijn Europese wetten van kracht geworden die ervoor zorgen dat als een bank onverhoopt toch in de problemen komt, niet de belastingbetaler (bail-out) maar de aandeelhouders en andere kapitaalverschaffers (bail-in) de verliezen dragen. Als dat niet voldoende is, zal in uitzonderlijke gevallen een beroep worden gedaan op een door banken zelf gevuld Europees resolutiefonds (uiteindelijk  55 miljard euro groot). Daarnaast zijn spaarders tot 100.000 euro beschermd doordat banken in de komende jaren een depositogarantiefonds vullen voor wanneer een bank zou omvallen.

Het vullen van het resolutie- en het depositogarantiefonds samen kost de Nederlandse banken jaarlijks ongeveer 900 miljoen euro. Dit is goed besteed geld omdat banken hierdoor veiliger worden en de kans dat de belastingbetaler moet bijspringen, afneemt.

De bankenbelasting maakt banken niet veiliger en draagt evenmin bij aan het verminderen van de impliciete overheidsgarantie. De andere maatregelen doen dat wel. Nu de economie weer aantrekt kunnen banken de jaarlijkse afdracht van 500 miljoen euro aan bankenbelasting die wegvloeit in de algemene middelen van de staat beter gebruiken voor dienstverlening aan hun klanten, de versterking van hun buffers en innovatie. Daar liggen belangrijke opgaven voor de toekomst.

Eén van de randvoorwaarden voor invoering van de bankenbelasting was dat er sprake moest zijn van coördinatie op Europees niveau om een gelijk speelveld tussen verschillende landen te waarborgen. Inmiddels heeft de helft van deze landen die volgens de minister oorspronkelijk een bankenbelasting overwoog, aangekondigd dat zij deze nationale belasting op termijn gaan afschaffen dan wel structureel verlagen, zoals Duitsland en Frankrijk. Hierdoor komt Nederland steeds meer alleen te staan.

De belangrijkste motivering voor de invoering van een bankenbelasting was het vragen van een bijdrage voor de impliciete overheidsgarantie aan de bancaire sector. Daarnaast moest de belasting een bijdrage leveren aan de risicobeheersing bij banken en perverse prikkels in het beloningsbeleid tegengaan. Uit de evaluatie van de bankenbelasting die begin dit jaar naar de Kamer is gestuurd, blijkt dat die laatste twee doelen met andere maatregelen zijn bereikt en dat niet kan worden aangetoond dat de bankenbelasting hieraan heeft bijgedragen. Dan blijft dus één argument over: bijdrage voor de impliciete overheidsgarantie. Die garantie is door alle maatregelen ter bevordering van de financiële stabiliteit die met de steun van banken zijn genomen, veel kleiner geworden. Daarmee valt de ratio achter deze heffing grotendeels weg en wordt het tijd om de bankenbelasting geleidelijk af te schaffen. Het wegvallen van de overheidsgarantie leidt er overigens toe dat de ongelijkheid tussen grote systeemrelevante banken (die eerder gered zouden worden) en kleinere banken komt te vervallen.

Het lijkt sterk op dat de rechtvaardiging van de bankenbelasting aan het verschuiven is. Zo stelt het PvdA-Tweede Kamerlid Henk Nijboer dat banken te weinig belasting betalen: ‘Een gewone ondernemer betaalt BTW. Banken niet. De bankenbelasting is een bijdrage aan de maatschappij.’ Ik hoef de lezers van dit blad niet uit te leggen dat banken net als andere bedrijven gewoon BTW betalen over de producten en diensten die zij afnemen. Doordat bepaalde bancaire diensten wettelijk zijn vrijgesteld hebben zij wel veel minder mogelijkheden dan andere bedrijven om de BTW te verrekenen.

Belasting is een maatschappelijk plicht, maar de ratio voor een specifieke bankenbelasting is verdwenen. Het zou dan ook goed zijn wanneer het volgende kabinet de bankenbelasting geleidelijk afschaft, parallel aan de verdere opbouw in nationaal en Europees verband van resolutie- en depositogarantiefondsen.