Veel belangstelling bij kleinere banken voor Europees toezicht

02 juli 2015
Op 30 juni organiseerde de NVB een seminar over het toezicht door de ECB. Op deze drukbezochte middag, waar zo’n 80 bankmedewerkers op afkwamen, werd uitgebreid ingegaan op de gevolgen van het ECB toezicht voor de kleinere Nederlandse banken.

Het toezicht vanuit Frankfurt is van start gegaan per 4 november 2014 en is een belangrijk onderdeel van de vorming van een Europese BankenUnie. In de beginperiode lag de nadruk vooral op het toezicht voor de zeven grootste Nederlandse banken die direct onder het toezicht van de ECB vallen. Dit betreft onder meer ABN AMRO, ING, Rabobank en SNS Bank.

De overige banken in Nederland (ruim 50) vallen direct onder het toezicht van De Nederlandsche Bank, maar uiteindelijk is de ECB ook verantwoordelijk voor het toezicht op deze banken. Nu de ECB inmiddels ruim een half jaar onderweg is, krijgt ook deze vorm van indirect toezicht steeds meer invulling.

Het seminar werd geopend door Chris Buijink (voorzitter van de NVB). Jukka Vesala (hoofd toezicht kleine banken bij de ECB) gaf vervolgens een interessante lezing over het toezicht door de ECB. Daarna schetste Anthony Kruisinga (partner PWC) een overzicht van de ervaringen van kleine banken in andere eurolanden met het ECB toezicht.

Tot slot ging Gisella van Vollenhoven (divisiedirecteur on-site toezicht DNB) in op het on-site toezicht. Dit is een vorm van toezicht waarbij de instelling ter plekke voor langere tijd wordt bezocht. Gedurende het seminar was er ruim voldoende aandacht voor vragen uit het publiek. Dit leidde tot een open en vruchtbare discussie.