Publiek-private samenwerking sleutel om terrorismefinanciering op spoor te komen

31 januari 2019
De Nederlandse Vereniging van Banken deelt het belang dat De Nederlandsche Bank (DNB) benadrukt om integriteitsrisico’s bij hun klanten scherp in beeld te hebben. Financiële instellingen moeten hun poortwachtersfunctie goed op orde hebben. DNB stelt vast dat banken laten zien dat zij hierin hun verantwoordelijkheid willen nemen, zo blijkt uit de Nieuwsbrief Banken.

Terrorismefinanciering kan vele vormen aannemen: van consumentenkredieten tot zorgtoelagen of studiefinanciering die worden aangewend voor uitreizen. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat het voor banken zeer lastig is om harde indicatoren te bepalen voor het monitoren van terrorismefinanciering.

Publiek-private samenwerking is de sleutel om te komen tot de verbetering van de resultaten die DNB en de banken wensen. Daarom zijn het Openbaar Ministerie, de politie en de Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst (FIOD) begonnen om actuele informatie met een aantal banken te delen over personen waarvan er aanwijzingen zijn dat zij betrokken zijn bij terroristische activiteiten of dat zij het financiële stelsel misbruiken voor terrorismefinanciering. Dit betekent dat banken niet langer naar de naald in de hooiberg hoeven zoeken, maar deze aangereikt krijgen.

Hierdoor kunnen banken kwalitatief goede meldingen doen waar de Financial Intelligence Unit (FIU) en de opsporing ook echt iets mee kunnen. Een eerste evaluatie leert dat in deze samenwerking 63 procent van de gemelde transacties ook daadwerkelijk door de FIU als “verdacht” bestempeld kon worden. Normaal gesproken ligt dat percentage op slechts 10 à 20 procent. Om nog effectiever te zijn, is het ook van belang om kennis, trends en ervaringen te delen om ook de terroristen te kunnen detecteren die nog niet op de radar van het OM en de politie staan.