Tegengaan terrorismefinanciering
17 februari 2017
2 minuten
 

Bank|Wereld online - Tegengaan terrorismefinanciering (2)

In een special over terrorismefinanciering beantwoordt Prof. Dr. Marieke de Goede, Professor of Political Science aan de Universiteit van Amsterdam die onderzoek doet naar het tegengaan van terrorismefinanciering vandaag de vraag: Hoe moeilijk is voor financiële instellingen om profielen van terrorismefinanciers op te stellen?

Hoe moeilijk is voor financiële instellingen om profielen van terrorismefinanciers op te stellen? En, kunnen deze instellingen hier niet meer aan doen?


Er is al zeker vijftien jaar discussie over de vraag of het mogelijk is om profielen van de financiële patronen van terroristen op te stellen. In de eerste jaren na 9/11, zag je dat FATF (Financial Action Task Force) naarstig op zoek was naar het definiëren van het financiële profiel van de terrorist. Maar dat leidde soms tot de formulering van hele brede categorieën die weinig opleverden. De FATF heeft het idee van duidelijke financiële profielen de laatste jaren meer losgelaten.

Het probleem is dat aanslagen goedkoop zijn. De aanslagen van 9/11 zelf kostte niet meer dan US$500.000, en dat is veel vergeleken bij de aanslagen in Madrid (2004) en Londen (2005). Recente aanslagen in Brussel, Parijs en Berlijn bevestigen dat er niet veel geld nodig is voor een aanslag met grote maatschappelijke impact. Sommige terroristen verkrijgen geld door bijvoorbeeld huursubsidie, een consumentenlening of uitkeringen verstuurd via een geldtransferbedrijf.

De financiering van aanslagen behelst vaak kleine bedragen en alledaagse financiële patronen. Onderzoek laat zien dat aanslagen in Europa werden gefinancierd met diverse bronnen, en geen vast financieel patroon hadden. Dit alles maakt het preventief identificeren en afsnijden van deze geldstromen zo complex.

Of financiële instellingen en andere actoren meer zouden kunnen doen, is éen van de vragen die mijn collega Mara Wesseling en ik onderzoeken in het kader van een WODC studie die in 2018 klaar moet zijn. De vraag is volgens mij niet alleen of men meer zou moeten doen, maar vooral ook wat anders gedaan zou moeten worden als we kijken naar de kwesties rondom effectiviteit en neveneffecten.