Johnson wil back-stop uit de Brexit uittredingsovereenkomst; weinig animo bij EU voor fundamentele heronderhandeling

Johnson wil de back-stop uit de Brexit uittredingsovereenkomst verwijderen

Boris Johnson heeft de interne leiderschapsstrijd binnen de Britse Conservatieven gewonnen en heeft als nieuwe premier beloofd “do or die” (alles of niets), om te zorgen dat het Verenigd Koninkrijk (VK) de EU verlaat op 31 oktober 2019. In de heronderhandeling wenst hij de back-stop te schrappen. De back-stop is een optie waarin in laatste instantie op teruggevallen kan worden als er geen goede oplossing wordt gevonden voor onbelemmerd verkeer tussen Ierland en Noord-Ierland. De back-stop houdt in dat Noord-Ierland en het VK voor onbepaalde tijd in de EU douane unie zouden blijven, hetgeen vrij verkeer van goederen relatief ongehinderd zou laten plaatsvinden. Deze back-stop werd in eerdere onderhandelingen afgesproken, omdat de EU wil voorkomen dat er een hard grens komt op het Ierse eiland, terwijl het VK geen harde grens wil tussen Ierland en de rest van het VK. Vandaar dat beide in uiterste geval onderdeel van de douane unie zouden blijven vormen.  Deze eerdere afspraak is de regering van Boris Johnson een doorn in het oog, omdat dit betekent dat een aantal van de interne markt regels van toepassingen zullen blijven en het daarmee lastig wordt voor het VK om zelf handelsovereenkomsten te sluiten met landen buiten de EU. Tegelijk wordt vanuit het Europese Unie perspectief de back-stop noodzakelijk geacht, omdat in de Good Friday Agreements dit een belangrijk onderdeel was en er zorgen zijn dat het conflict dat decennia geduurd heeft, weer zal oplaaien.

Weinig animo bij EU voor zo’n fundamentele heronderhandeling; wel bereidheid om Brexit-datum uit te stellen

De Europese onderhandelingspositie zal niet worden gewijzigd, tenzij het VK bereid is om ook haar eigen “red lines” in de onderhandelingen te herzien. Juncker - tot 1 november nog de voorzitter van de Europese Commissie – gaf aan dat heronderhandeling van de back-stop geen optie is. Tegelijk heeft zijn beoogde opvolgster Ursula von der Leyen gesteld dat ze voorstander is van uitstel van de Brexit-datum, om een no-deal Brexit te voorkomen. Een verzoek tot uitstel moet echter vanuit de Britse regering komen, voordat daar met unanimiteit over besloten kan worden door de 27 EU-lidstaten.

Veel weerstand in het Britse parlement tegen een “no-deal”; een vertrouwensstemming in september lijkt waarschijnlijk

De Britse regering verliest langzaam zijn meerderheid door een regionale herverkiezing en heeft op het moment nog een meerderheid van 1 zetel (op een totaal van 650 zetels). Daarnaast zijn er ook een aantal Tories (Conservatieven) die eigenlijk willen dat het VK binnen de EU blijft. Als er in september een motie van wantrouwen in stemming wordt gebracht, bestaat er een kans dat een meerderheid hiervoor zal stemmen.

Een meerderheid voor een motie van wantrouwen stopt waarschijnlijk geen no-deal Brexit uitkomst, want nieuwe verkiezingen zouden pas plaatsvinden na een Brexit-datum

Als de motie wordt aangenomen, dan is er een periode van 14 dagen waarin een nieuwe regering kan worden gevormd. Om een nieuwe alternatieve regering te vormen, zouden veel verschillende soorten partijen moeten samenwerken om tot een meerderheid te komen en dit lijkt daarmee onwaarschijnlijk. Nieuwe verkiezingen zijn daarom vermoedelijk nodig. De Britse regering heeft na deze periode 25 dagen om een datum voor de verkiezingen te bepalen. Boris Johnson zal er waarschijnlijk voor kiezen om deze te laten plaatsvinden na 31 oktober, om zo te verzekeren dat hij zijn Brexit-belofte nakomt en om te voorkomen dat zijn partij wordt weggevaagd in de verkiezingen.

Is er nog een kans dat het VK vraagt om de Brexit-datum van 31 oktober uit te stellen?

De kans dat de huidige Britse regering dit zal vragen is gering, maar valt toch niet helemaal uit te sluiten. Voorafgaand aan 29 maart heeft het Britse parlement ook een wet ingediend die de Britse regering de opdracht gaf om een “no-deal” uitkomst te vermijden en om uitstel te vragen. De regering van Theresa May was daartoe bereid, ondanks dat dit tot deelname aan de Europese verkiezingen leidde. De regering onder leiding van Boris Johnson stelt de optie van een no-deal te accepteren als heronderhandelingen niet lukken. Voor deze Britse regering lijkt het vrij eenvoudig om een vraag om uitstel te saboteren door zich oncoöperatief op te stellen. Zeker aangezien dit een besluit met unanimiteit van de zijde van de EU lidstaten vereist is er een grote kans dat het VK daar in zou slagen. Verder speelt mee dat het VK bij uitstel in principe ook recht heeft om een nieuwe Eurocommissaris te benoemen. Boris Johnson heeft gezegd dit niet te willen doen. Dit zou kunnen betekenen dat bij een Brexit-uitstel een nieuwe Europese Commissie juridisch gezien niet als compleet kan worden beschouwd waardoor en onzekerheid ontstaat over de legitimiteit van het nieuwe college van Eurocommissarissen. De vraag is of de EU lidstaten bereid zullen zijn dit te riskeren of dat ze wellicht een oplossing hiervoor vinden. Echter het is de vraag of de EU-lidstaten dit willen riskeren voor een Britse regering die met een “alles of niets”-attitude de onderhandelingen in gaat.