BankenBrexit - eerdere berichten

Brexit: Steeds minder tijd om te onderhandelen geeft extra druk, noodzaak voorbereidingen op een no deal Brexit blijft groot

24 november 2020

Over minder dan 5 weken op 31 december 2020 komt er een einde aan de transitieperiode waarin het Verenigd Koninkrijk nog onder Europese regels valt en waarin de EU en het VK een handelsovereenkomst proberen te sluiten. Omdat 1 januari toch echt het wettelijke moment is waarop de Britten en de EU definitief afscheid van elkaar nemen, moet er de komende weken duidelijkheid komen of er wel of geen deal komt.
Op dit moment zijn er optimistische geluiden vanuit het kamp van de onderhandelaars te horen. Wellicht komt er later deze week toch een deal.

De onderhandelingen verlopen tot nu toe stroef, waarbij steeds dezelfde onderwerpen de voornaamste obstakels vormen, de visserij, het gelijke speelveld van regels en de controle daarop. Na een roerige periode waarin de spanningen hoog zijn opgelopen, onder andere doordat het VK bepaalde bepalingen uit het Uittredingsakkoord ongedaan heeft willen maken, zijn partijen ondanks veel retoriek in de media wel in gesprek.

De kans op een “no deal Brexit” blijft reëel en het blijft belangrijk voor het bedrijfsleven en burger op zich voor te bereiden op het geval men er niet uitkomt. Misschien zal de economische druk groter worden op het onderhandelingsteam nu de deadline dichterbij komt en de economieën als gevolg van de Corona-maatregelen verder in het slop raken door de nieuwe lockdown maatregelen.


Drama en deadlines zijn instrumenteel voor een akkoord

Deadlines hebben in de onderhandelingen als functie om de druk zover op te voeren dat een akkoord politiek haalbaar wordt. De Europese top half oktober werd enkele maanden terug nog gezien als een bepalend moment in de onderhandelingen, later werd gesproken over 31 oktober 2020 als de reële deadline en inmiddels zijn beide kampen het eens over het feit dat  half november cruciaal is voor een akkoord. Er zijn beperkingen aan hoeveel de deadline nog kan verschuiven, want er zijn enkele weken nodig om te zorgen dat een handelsakkoord ook officieel kan worden goedgekeurd door het Britse en Europese Parlement. Op 10 en 11 december zal een Europese top plaatsvinden en op 17 december komt het Europese Parlement voor de laatste keer dit jaar bij elkaar.

Al verschillende keren hebben de Britten geprobeerd politiek momentum te creëren voor een deal door te dreigen met weglopen en de optie van een “no deal” uitkomst voor te houden. De Britse Premier Boris Johnson hoopte een akkoord te bereiken voor de afgelopen Europese Raad van 15 tot 16 oktober en reageerde teleurgesteld dat dit niet is gelukt. Tegelijk heeft Boris Johnson ook voldoende druk en drama nodig om steun te krijgen vanuit zijn eigen Conservatieve partij voor een handelsdeal.

Wederzijds is meermalen gaangegeven dat zonder verdere toezeggingen van de andere zijde verder praten weinig zin zou hebben, maar de gesprekken zijn doorgegaan, al is het op het moment wel digitaal. In de raadsconclusies volgend op de EU Raad van 15-16 oktober, gaven de regeringsleiders aan dat nog onvoldoende vooruitgang geboekt is voor een akkoord. De EU leiders herhaalden de ambitie van de EU voor een zo hecht mogelijk partnerschap met het VK en ze riepen het VK op om de nodige stappen te zetten om een akkoord mogelijk te maken. David Frost, Brexit onderhandelaar namens het VK, beschuldigde de EU ervan dat ze concessies eisen van het VK, zonder zelf compromissen te willen sluiten.

De Europese Raad verwees ook naar de Britse Internal Market Bill: het Britse wetsvoorstel dat de uittredingsovereenkomst ondermijnt waarin de voorwaarden beschreven zijn voor het Britse vertrek. Hiermee zou het VK internationaal recht overtreden, wat in de ogen van de EU aantoont dat het VK ook een mogelijke toekomstige deal tussen het VK en de EU zou kunnen overtreden. De uittredingsovereenkomst is met name ook belangrijk voor de Good Friday Agreement, en de vrede in Noord-Ierland.

Michel Barnier, de Brexit onderhandelaar namens de EU, heeft aangegeven dat ze de resterende tijd moeten gebruiken om tot een akkoord te komen. De EU leiders, waaronder Duitse Bondskanselier Angela Merkel en Franse president Emmanuel Macron, hebben aangegeven bereid te zijn tot een compromis. Volgens de laatste berichten zit er weer voortgang in de onderhandelingen.


Waarom is een deal zo belangrijk voor Nederland

Een studie van het Planbureau van de Leefomgeving beschrijft dat een harde Brexit weliswaar het nadeligst uitpakt voor de Britten zelf, maar dat ook Nederlandse bedrijven er relatief veel last van zullen ondervinden. Vooral bedrijven actief in de landbouw, de voedselindustrie, de chemie en de handel en transport kunnen te maken krijgen met hogere inputkosten en een verslechtering van het concurrentievermogen. In het bijzonder de in de Randstad gevestigde bedrijven blijken kwetsbaar. Het bestrijden van de coronacrisis en de voorbereidingen op de Brexit lopen op dit moment door elkaar heen. Ook zal de Brexit – in welke vorm ook – het economisch herstel ná de pandemie afremmen.

Ondanks de beperkte ambitie van een EU-VK handelsakkoord, blijft het van groot belang voor de Nederlandse economie. Uit onderzoek van medewerkers van de Europese Centrale Bank naar de economische impact blijkt dat een deal de schade voor Nederland ongeveer met de helft beperkt. Indien het VK en de EU niet op tijd tot een overeenstemming komen, dan vindt handel inclusief financiële dienstverlening plaats onder WTO regels. Een WTO scenario zou een impact van -0,44% op het Nederlandse GDP hebben. Dit terwijl een handelsakkoord de schade zou beperken tot -0,21% in geval van een handelsdeal vergelijkbaar met Zuid-Korea volgens de ECB.

Een recente raming van ABN AMRO research geeft aan dat een Brexit met een beperkt handelsakkoord tot een daling van 0,7% van het BBP in 2021 kan leiden tov dit jaar. Daarbij komen ongeveer 17.700 banen op de tocht ten opzichte van arbeidsmarkt in 2019. Een deel van de schade van Brexit is indirect via toeleveranciers en de dienstensector, waarvan de diensten vaak zeer verweven zijn met de levering van producten. De Brexit-schade kan het herstel van de economie remmen na corona. De impact is sterk afhankelijk van de vorm van de deal en hoe snel en streng de handhaving zal zijn.

De aandacht van de regeringen en van bedrijven is de afgelopen tijd vooral komen te liggen op het bezweren van de coronacrisis. Het risico bestaat dat er een aanzienlijke verstoring van het bedrijfsleven ontstaat in een tijd waarin overheid en bedrijven nog kampen met de coronacrisis. Vanuit de overheden, VNO NCW, de toezichthouders en de EBA wordt opgeroepen om te blijven voorbereiden ook al is het geloof in een goede afloop groot.


Brexit betekent een grote verandering voor de financiële sector

Financiële diensten zijn slechts in beperkte mate onderdeel van een handelsakkoord en worden met name geregeld via equivalentie maatregelen. Hierbij kan de Europese Commissie de Britse regels als gelijkwaardig erkennen aan die van de EU.

Op dit moment is er slechts één equivalentiemaatregel voor toegang tot Britse clearinghuizen door Europese partijen vastgesteld. Dit is een belangrijke maatregel vanuit de EU, om te voorkomen dat problemen ontstaan met de financiële stabiliteit. De maatregel geldt enkel voor 18 maanden en de Commissie tracht in die periode Europese partijen te bewegen om clearingactiviteiten zoveel mogelijk naar binnen de EU te verplaatsen. Ook op het terrein van CSD’s wordt nog een equivalentiemaatregel verwacht.

Nederlandse banken die actief willen blijven in het VK hebben toestemming moeten vragen onder het Britse Temporary Permissions Regime (TPR). Omgekeerd hebben Britse partijen vergunningen moeten aanvragen in de EU.

BankenBrexit: veelgestelde vragen

Verstrijken van 30 juni onderhandelingsdeadline, lijkt pas echte startschot voor onderhandelingen over nieuwe EU-VK relatie

2 juli 2020

Dinsdag 30 juni was een belangrijke datum in de Brexit-onderhandelingen. Het was de laatste dag waarop aanvraag voor verlening van de onderhandelingsperiode mogelijk was, waarvan het VK geen gebruik wenst te maken. Tevens was die dag de deadline voor de equivalentie beoordeling door de EU van de Britse regels en vice versa. Op terrein van equivalentie lijkt maar zeer beperkt voortgang geboekt te zijn. Tevens zei Michel Barnier, de hoofd Brexit onderhandelaar namens de EU, in een speech dat de voorstellen van het VK  “onaanvaardbaar” zijn voor de Europese Unie, omdat ze de Europese zelfstandigheid om besluiten te nemen beperken.


Officieel geen verlening voor Brexit onderhandelingen: beide partijen streven naar het bereiken van een akkoord in de Herfst  

Zoals vastgelegd in de Uittredingsovereenkomst was 30 juni de laatste dag waarop het VK en de EU om verleningen konden vragen voor de transitieperiode waarin een deal tussen het VK en de EU wordt onderhandeld. Zoals eerder was aangekondigd door de leiders van het VK en de EU, was geen sprake van een aanvraag van verlening. Nu rest feitelijk tot oktober de tijd om tot een deal te onderhandelen, aangezien het Europees Parlement en ook het Britse parlement de overeenkomst moet ratificeren. Tijdens een high level meeting midden juni met onder andere de Britse premier Boris Johnson en de President van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, stelden beide partijen vast dat ze intensiever doorgaan met onderhandelen, ook tijdens het zomerreces.


Equivalentie: Beoordeling van Britse regels “onaanvaardbaar” voor de EU - Britse beoordeling van EU regels vertraagd

Michel Barnier, de hoofdonderhandelaar voor de Brexit namens de EU, heeft gisteren aangegeven niet akkoord te gaan met de voorstellen van het VK voor financiële diensten. Het VK stelde vorige maand voor dat er enige wederzijdse toegang behouden zou kunnen worden voor financiële diensten, op de basis van samenwerking op regelgevingsgebied, onder toezicht van een onafhankelijk panel. Volgens Barnier zou dit de vrijheid van de EU om zelf regelgeving te maken beperken. Tevens zou door de Britse voorstellen senior managers en back-office activiteiten in het VK kunnen blijven waardoor Britse financiële instellingen in staat zouden zijn om zaken te doen met “minimale operaties en personeel op het continent.” Barnier stelt dat het VK niet de vruchten van de interne markt mag plukken, zonder zich te houden aan diens verplichtingen, waaronder het accepteren van het Europese Hof van Justitie.

De equivalentie assessment van de Britse regels zou nu afgerond moeten zijn, maar de Britse beoordeling van de Europese regels laat nog op zich wachten. Volgens Barnier is het VK nog lang niet klaar met het afronden van de equivalentie beoordeling. De Europese Commissie heeft een vragenlijst gestuurd over 28 onderwerpen, maar tot dusver zouden enkel vier vragenlijsten beantwoord zijn door het VK. De equivalentie assessment beschouwt hij al zeer uitdagend, omdat het VK heeft aangegeven te zullen afwijken, waardoor de regels vanaf begin volgend jaar zullen gaan veranderen.

Nederland heeft groot belang bij goede banden met het VK na Brexit

23 juni 2020

Ondanks alle politieke strubbelingen moeten we ook na Brexit blijven inzetten op nauwe samenwerking met het Verenigd Koninkrijk. Dat zei NVB voorzitter Chris Buijink tijdens een digitale Rondetafel over Brexit en de financiële sector, georganiseerd in samenwerking met de Netherlands British Chamber of Commerce (NBCC).
Lees de hele speech (Engels)

Financiële diensten – hoe krijgt de toekomstige relatie tussen de EU en het VK vorm?

11 juni 2020

Financiële diensten zijn slechts in beperkte mate onderdeel van het handelsakkoord. Enkel de vormen van samenwerking en de parameters waarbinnen de samenwerking wordt vormgegeven zijn onderdeel van de discussies in het handelsverdrag. De EU pleit voor een samenwerking tussen beleidsmaker vergelijkbaar met de EU-VS regulatory dialogue waar beleidsmakers ieder half jaar elkaar ontmoeten. Dit is gebaseerd op een Memorandum of Understanding (MoU) die relatief veel vrijheid biedt. Het VK ziet meer in een samenwerking gebaseerd op het EU-Japan handelsakkoord waarin de samenwerking geformaliseerd is. Daarnaast wil het VK veel van de WTO voorwaarden van non-discriminatie in het handelsverdrag integreren.

Het belangrijkste instrument om de samenwerking tussen de EU en het VK vorm te geven is equivalentie. Equivalentie betekent het erkennen van de Britse regels als gelijkwaardig aan die van de EU. Ook omgekeerd zou het VK dergelijke besluiten kunnen nemen. Er zijn rond de 40 soorten equivalentiebesluiten mogelijk, ieder gebaseerd op een bestaande richtlijn of verordening. Eén van de bekendste equivalentiebesluiten is het als gelijkwaardig erkennen van Britse clearinghuizen door de Commissie, zodat Europese financiële partijen toegang behouden om hun transacties daar te kunnen afronden.

Voor de Europese Commissie is het centrale uitgangspunt behoud van autonomie. Bij het nemen van equivalentie besluiten wil ze zo min mogelijk beperkt worden door voorwaarden. Daarom wijst het condities in het handelsakkoord af die deze besluiten zouden formaliseren of kunnen inperken. Vanuit het VK wordt echter gevraagd om meer zekerheden en ook een aparte arbitragecommissie voor geschillen. Daarnaast stelt de Commissie zich de strategische vraag in welke mate het op de langere termijn afhankelijk wil zijn van de Britse kapitaalmarkt. Tegelijk zijn er in de EU op dit moment beperkte alternatieven voor sommige type handel die nu op de Britse markt plaatsvinden.

Voor 30 juni moet de equivalentie beoordeling door de EU van de Britse regels voltooid zijn, een besluit over mogelijke equivalentie wordt dan waarschijnlijk pas in september genomen. De technische beoordeling verloopt volgens plan, maar de echte vraag is of de EU de politieke voorwaarden voldoende acht om equivalentie besluiten te nemen. Hoewel de Britse regels op het moment van vertrek exact dezelfde zijn als die van de EU, wil de Commissie graag garanties zien dat het VK niet fundamenteel gaat afwijken in de toekomst.

Brexit - Eind juni deadline nadert zonder substantiële voortgang in EU-VK onderhandelingen

9 juni 2020

De resultaten van de vier onderhandelingsrondes die hebben plaatsgevonden zien er niet rooskleurig uit: de onderhandelingen verlopen stroef en er is weinig vooruitgang geboekt om tot een akkoord te komen. De kans op een “no-deal Brexit” wordt steeds groter, aangezien er nog maar vijf maanden de tijd is om dit akkoord te bespreken en formeel goed te keuren. De Britse premier Boris Johnson houdt vast dat hij niet om meer tijd zal vragen voor de onderhandelingsperiode. Uitstel is alleen mogelijk als dit voor eind deze maand gevraagd is. Het bedrijfsleven en de financiële sector in het VK en de EU bereiden zich voor op een harde Brexit.


Stroeve onderhandelingen, geen overeenstemming op belangrijke onderwerpen (visserij, eerlijk concurrentievermogen)

Sinds het verlaten van het Verenigd Koninkrijk (VK) uit de Europese Unie (EU) eind januari 2020, is sprake van een overgangsfase: tot eind 2020 zijn alle EU regels nog van toepassing op het VK en proberen het VK en de EU tot een nieuw handelsakkoord te komen. Afsluitend aan de vierde onderhandelingsronde concludeerden beide partijen afgelopen vrijdag dat geen vooruitgang is geboekt in de onderhandelingen. David Frost, de Brexit onderhandelaar namens het VK, gaf wel aan dat er sprake was van een “positieve toon” tussen beide partijen. Dit in contrast tussen een briefwisseling die enkele geleden tussen Frost en Barnier plaatsvond waarin de toon minder constructief was.

Sinds de uitbraak van de coronacrisis vinden de onderhandelingen digitaal plaats, wat het onderhandelingsproces mogelijk bemoeilijkt. Volgens Michel Barnier, de EU-hoofdonderhandelaar voor de Brexit, zit het pijnpunt van de moeilijke onderhandelingen echter met name in de inhoudelijke verschillen van de partijen. De onderhandelingsposities van beide partijen zijn gebaseerd op de eerder aangenomen Politieke Verklaring, waarin het kader geschetst werd voor de toekomstige betrekkingen tussen het VK en de EU. Volgens Michel Barnier distantieert het VK zich van het onderhandelingsmandaat. Het VK daarentegen verwijt de EU ervan dat ze niet bereid is om compromissen te sluiten.

Voornamelijk op twee belangrijke onderwerpen, visserij en eerlijk concurrentievermogen (waarborgen van een “level playing field”) lopen de onderhandelingen stroef. De EU is enigszins bereid om op deze onderwerpen concessies te leveren, indien het VK dat ook doet, maar het VK is niet welwillend hiertoe. Met een harde Brexit zou de EU geen toegang meer hebben tot Britse wateren. De Britse regering pleit voor een nieuw visserijverdrag los van het handelsverdrag, waarin de toegang tot viswateren en een visquota jaarlijks worden afgesproken. De EU daarentegen pleit voor het aanhouden van het huidige Gemeenschappelijke Visserijbeleid (GVB), dat momenteel de quota verdeling reguleert. Een nieuw visserijverdrag zou de quotaverdeling nadelig kunnen aanpassen voor de EU. Wat betreft eerlijk concurrentievermogen willen de Britten toegang tot de interne markt behouden, maar zijn het oneens met de “level-playing field” voorwaarden die de EU hieraan stelt. Ook zou volgende de Politieke Verklaring er een akkoord moeten komen over internationale samenwerking voor het bestrijden van witwassen en financiering van terrorisme. De partijen zijn ver van het bereiken van overeenstemming hierover in de onderhandelingen.


Tijdslijn: deadline voor het aanvragen van uitstel nadert, maar uitstel lijkt niet waarschijnlijk

Hoewel de deadline om tot een deal te komen op 31 december 2020 is, is feitelijk maar tijd tot 31 oktober om tot een akkoord te komen aangezien het Europees Parlement de overeenkomst zal moeten ratificeren. Dit betekent dat er maar vier tot vijf maanden tijd over is om tot een beperkt handelsakkoord te komen. De uittredingsovereenkomst biedt het EU-VK Gemengd Comité, opgericht bij het uittredingsakkoord, de mogelijkheid om tot 1 juli 2020 om uitstel te vragen. Dit zou één tot twee jaar extra tijd bieden voor de onderhandelingen (Art. 132). De EU ziet dit als een optie, maar de Britse premier Boris Johnson houdt vooralsnog sterk vast aan de positie om geen uitstel te vragen en probeert hiermee druk uit te oefenen op de EU. Midden juni zal een belangrijk gesprek plaatsvinden tussen Boris Johnson en de President van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, waarin ze de staat van de onderhandelingen en de standpunten zullen bespreken. Dan zal blijken of er op politiek niveau mogelijk wel bereidheid is om vooruitgang te boeken.

De volgende onderhandelingsronde zal eind juni of begin juli plaatsvinden. Deze gesprekken zullen fysiek plaatsvinden – Barnier hoopt dat een fysieke meeting effectiever zal zijn. Indien er geen deal is, zal het VK de interne markt en douane-unie verlaten op 31 december 2020 en zullen de EU en het VK handel blijven drijven onder de (minder gunstige) voorwaarden van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), inclusief importheffingen en handelsbarrières.

VK verlaat EU

31 januari 2020

Na 45 jaar EU-lidmaatschap vertrekt het Verenigd Koninkrijk vandaag (om middernacht) uit de Europese Unie. Op dat moment gaat ook de uittredingsovereenkomst in. Dat is het Brexit-akkoord dat het VK en de EU vorig jaar sloten. Vorige week keurde het Britse Lagerhuis het akkoord definitief goed. Deze week nam ook het Europese Parlement het akkoord aan. De overeenkomst kreeg steun van de overgrote meerderheid van het parlement - met 621 stemmen voor, 49 tegen en 13 onthoudingen. Voorafgaand aan de stemming lieten veel europarlementariërs weten het besluit van het VK te betreuren. Ze waren echter genoodzaakt met het akkoord in te stemmen om een no-deal Brexit te voorkomen. Als laatste stap van het ratificatieproces gaven op 30/01 ook de ambassadeurs van de resterende 27 EU-landen een finaal akkoord. 

Volgende fase: transitieperiode tot eind 2020

Vanaf 1 februari 2020 begint de transitieperiode, waarin de EU en het VK de toekomstige relatie in de vorm van een handelsakkoord moeten onderhandelen, gebaseerd op de eerder aangenomen Politieke Verklaring. Namens de EU zullen de onderhandelingen geleid worden door hoofd-Brexit onderhandelaar Michel Barnier. Onderhandelaar namens het VK is Europa-adviseur David Frost. Tijdens de transitieperiode zullen alle Europese regels nog van toepassing zijn op het VK. Het VK zal echter geen inspraak hebben in de Europese instellingen. Ook zal het VK nog deelnemen aan de interne markt. 

De transitieperiode loopt tot eind 2020. Begin maart starten de onderhandelingen. Mocht er geen overeenkomst komen, dan zullen de EU en het VK handel blijven drijven onder de (minder gunstige) voorwaarden van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). De uittredingsovereenkomst biedt de mogelijkheid voor een eenmalige verlenging van de transitieperiode - van twee jaar. Het EU-VK Gemengd Comité, opgericht bij uittredingsakkoord, heeft tot 1 juli 2020 de tijd om verlenging aan te vragen. De Britse premier Boris Johnson heeft echter duidelijk aangegeven niet om een verlenging van de transitieperiode te zullen vragen. Aangezien er in dat geval maar elf maanden resteren om tot een handelsovereenkomst te komen, is het de vraag in hoeverre het mogelijk is om tot een verreikend akkoord te komen.

Er zijn moeilijkheden te voorzien voor de onderhandelingen wat betreft de discussies over het waarborgen van een eerlijk concurrentievermogen. De EU streeft naar een zo hecht mogelijke relatie met het VK. De EU is voorstander van een uitvoerige handelsovereenkomst die een ‘gelijk speelveld’ waarborgt, waarin er eerlijke concurrentie plaatsvindt tussen de EU en het VK. Bijvoorbeeld op het gebied van milieuregels en belastingregimes. Ursula von der Leyen, president van de Europese Commissie, heeft toegezegd tot een verreikend vrijhandelsakkoord te willen komen, zonder tarieven en quota. Het VK streeft in mindere mate naar een nauwe relatie met de EU. Nu het VK ‘onafhankelijk’ is en het zich niet meer hoeft te houden aan Europese regels, streeft de Britse premier Johnson naar een concurrentievoordeel voor Britse bedrijven. Hoewel de politieke verklaring pleit voor ‘een vrijhandelszone, met nauwe samenwerking op het gebied van regelgeving en douane, en onderbouwd met bepalingen die een gelijk speelveld voor open en eerlijke concurrentie waarborgen’, is deze verklaring niet bindend. Kortom: het is afwachten hoe de nieuwe relatie tussen het VK en de EU wordt vormgegeven.

Financiële diensten samenwerking gereguleerd middels equivalentie besluiten, naast een handelsovereenkomst

De samenwerking tussen de EU en het VK in de financiële dienstensector zal vooral worden gereguleerd middels het equivalentiebeginsel: het beginsel van gelijkwaardigheid, waarbij de EU erkent dat de Britse regels vergelijkbaar zijn met de EU-regels. Deze besluiten zullen bestaan naast de toekomstige handelsovereenkomst. De equivalentie-evaluatie begint in februari en is waarschijnlijk eind juni klaar, volgens de Politieke Verklaring. Dit betekent dat er maar vijf maanden zijn om meer dan 30 wettelijke bepalingen voor financiële diensten te beoordelen en tot equivalentie-besluiten te komen.

Brexit – na Britse verkiezingen focus op VK-EU-handelsrelatie

20 december 2019

Na Boris Johnsons winst bij de Britse verkiezingen, is goedkeuring van de Brexit-deal een stuk waarschijnlijker geworden. Met een ruime meerderheid in het Britse Lagerhuis kan Johnson na goedkeuring van de deal zich richten op de onderhandelingen over de toekomstige relatie van het Verenigd Koninkrijk met de EU.


De status van de uittredingsovereenkomst – op zijn vroegst op vrijdag 20 december naar het Britse Lagerhuis

Nog voor de verkiezingen beloofde Johnson dat hij de uittredingsovereenkomst voor Kerst – deze week dus - naar het Britse Lagerhuis zou sturen. Woensdag 18/12 kwam het parlement weer bijeen en donderdag 19/12 vindt de Queen’s speech plaats, waarin de koningin de prioriteiten van de regering presenteert. Op zijn vroegst zou dus de Brexit-overeenkomst op vrijdag door het Lagerhuis behandeld kunnen worden. Aangezien alle Tories (Conservatieven) in oktober het Brexit-akkoord al steunden, wordt er verwacht dat premier Johnson de uittredingsovereenkomst spoedig door het Britse parlement zal krijgen. Het Europees Parlement zal de uittredingsovereenkomst nog moeten ratificeren. Dit gebeurt waarschijnlijk in de plenaire vergadering in januari 2020. Aangezien het Parlement bij eerdere Brexit-resoluties eensgezind was, zijn er ook hier geen moeilijkheden voorzien.

Focus voor nu: toekomstige VK-EU-relatie, transitiefase en tijdlijn voor onderhandelingen

Met de verkiezingen achter de rug, ligt nu de focus op het onderhandelen van de toekomstige VK-EU-relatie. Bij de afgelopen Europese Raad verzochten de EU-27-leiders de Europese Commissie een uitgebreid ontwerpmandaat voor de toekomstige betrekkingen met het VK voor te leggen, direct na de Brexit. Dit mandaat zal gebaseerd zijn op de Politieke Verklaring waarin het kader geschetst wordt voor de toekomstige betrekkingen tussen de EU en het VK – aangenomen door de EU-27-leiders op 25 november. De Europese leiders hebben de Commissie verzocht zo snel mogelijk met een voorstel voor een mandaat te komen, zodat er snel gestart kan worden met de onderhandelingen. Michel Barnier is herbenoemd tot Brexit onderhandelaar namens de EU.

Transitiefase en tijdlijn voor onderhandelingen

De transitieperiode (overeengekomen in de uittredingsovereenkomst) loopt tot 31 december 2020. Het VK zal tot die datum deelnemen aan de interne markt. Gedurende de transitiefase zal Johnson moeten onderhandelen over de post-Brexit relatie met de EU betreffende onder andere: handel, veiligheid, defensie, visserij, databescherming en meer. Als er geen deal besloten wordt, zullen de EU en het VK handel blijven drijven onder de voorwaarden van de Wereldhandelsorganisatie (WTO).

Media stellen dat Diplomaten uit EU-lidstaten melden dat het onrealistisch is om een akkoord tussen het VK en de EU over de toekomstige betrekkingen te verwachten voor de deadline van 31 december 2020. Volgens hen is er meer tijd nodig om tot een uitgebreide handelsovereenkomst te komen. Ze verwachten daarom dat premier Johnson rond de zomer van 2020 om een verlenging van de transitieperiode zal vragen. In de uittredingsovereenkomst kan er maar één keer verlengd worden en dit moet voor 1 juli 2020 besloten worden. Dit zou dan een verlenging zijn van één of twee jaar.

Financiële diensten samenwerking gereguleerd middels equivalentie besluiten, naast een handelsovereenkomst

De samenwerking tussen de EU en het VK in de financiële dienstensector zal vooral gereguleerd worden middels het equivalentiebeginsel: het beginsel van gelijkwaardigheid, waarbij de EU erkent dat de Britse regels vergelijkbaar zijn met de EU-regels. Deze besluiten zullen bestaan naast de toekomstige handelsovereenkomst. De equivalentie-evaluatie zal in februari beginnen en is waarschijnlijk eind juni klaar, volgens de Politieke Verklaring. Dit betekent dat er maar vijf maanden zijn om meer dan 30 wettelijke bepalingen voor financiële diensten te beoordelen en tot equivalentie-besluiten te komen.

Na aantal bewogen Brexit weken – eerst Britse verkiezingen, voordat Brexit proces weer voortschrijdt

31 oktober 2019

De aanvankelijke Brexit datum zou vandaag, 31 oktober, plaatsvinden. De Britse Premier Boris Johnson was echter, tot zijn grote spijt, genoodzaakt om uitstel van de Brexit deadline aan te vragen, waarmee de EU heeft ingestemd. Het Verenigd Koninkrijk heeft meer tijd nodig om het nieuw gesloten uittredingsakkoord te bekrachtigen en om zo een toekomstige no-deal te voorkomen. Als tegenzet voor het uitstel wil Johnson vervroegde verkiezingen houden en zo een nieuwe meerderheid vinden voor de Brexit deal met de EU.

Status Brexit deal

De laatste versie van de deal is het Brexit akkoord zoals onderhandeld door de staatshoofden van de EU lidstaten bij de afgelopen EU raad van 17 en 18 oktober. Dit akkoord bevat een nieuwe douaneregeling als alternatief voor de eerder onderhandelde backstop en vermijdt een grens tussen Ierland en Noord-Ierland. Johnson beloofde de overeenkomst niet verder te zullen onderhandelen als hij steun kreeg voor zijn voorstel om vervroegde verkiezingen te houden. Gisteren heeft hij deze steun heeft gekregen.

Status Britse verkiezingen

De Britse verkiezingen zullen plaatsvinden op 12 december. Afgelopen avond heeft Boris Johnson de oppositie achter zich gekregen voor dit voorstel, en daarmee ook de meerderheid in het Britse Lagerhuis. Aanvankelijk was Labour (de grootste oppositiepartij) tegen de verkiezingen zolang er een kans op een no-deal bestond. Nadat de EU deze week instemde met de verlenging van de Brexit deadline naar uiterlijk 31 januari – waarmee de mogelijkheid op een no-deal Brexit is uitgesloten – heeft de Labour partij eindelijk ingestemd met de verkiezingen.

Wat zeggen de peilingen?

Volgens de peilingen staan de Conservatieve partij van Boris Johnson aan de top met 37% van de stemmen, gevolgd door 24% van Labour. De peilingen moeten echter niet blind vertrouwd worden want, zoals eerder is gebleken, kunnen de resultaten van de verkiezingen nog alle kanten op: Theresa May probeerde twee jaar geleden, gebaseerd op peilingen, de meerderheid in het Lagerhuis te winnen maar raakte deze toen juist kwijt en moest toen steun zoeken bij de zeer kritische Noord-Ierse Ulster Unionist.

De mogelijkheid bestaat dus ook dat Boris Johnson geen meerderheid achter zich zal krijgen in december. Dit zou de overige partijen de mogelijkheid geven om een nieuw referendum te houden (in welk geval er weer om een verlenging zou moeten worden gevraagd) of zelfs de Brexit een halt toe te roepen. Indien ze (hoewel onwaarschijnlijk) een meerderheid in het Lagerhuis krijgen in december, hebben de Liberaal-Democraten bijvoorbeeld aangegeven dat ze Artikel 50 willen intrekken en daarmee de Brexit tot een eind willen brengen. Als ze niet een meerderheid krijgen, steunen ze een nieuw referendum.

Verlening Brexit onderhandelingen tot uiterlijk 31 januari 2020

De 27 EU-ambassadeurs hebben ingestemd met een verlening van drie maanden van Artikel 50, wat betekent dat de Brexit onderhandelingen met maximaal drie maanden verlengd worden, dus tot aan 31 januari 2020. Het VK kan ook eerder uit de EU vertrekken - op 1 december of 1 januari - als het VK de uittredingsovereenkomst eerder bekrachtigd heeft en het de toestemming heeft gekregen van het Europees Parlement. Het doel van de verlening is alleen om het VK meer tijd te geven voor het ratificatieproces van de uittredingsovereenkomst en niet om de inhoud van de overeenkomst aan te passen, aldus de Raad. Ook het Europees Parlement was geen voorstander van verlenging van de deadline zonder een concreet doel, en wou geen mogelijkheid openhouden om de uittredingsovereenkomst opnieuw te onderhandelen.

Brexit: WTO implications for banks in case of a no-deal scenario

EBF publishes fact sheet explaining what banks can expect

October 28, 2019

The European Banking Federation has published a new fact sheet that explains which global trade rules will apply to European banks in the event of a no-deal Brexit. In the case of such a scenario, all trade between the EU and UK will be governed by the international rules agreed at the level of the World Trade Organisation, known as WTO.  The fact sheet specifically addresses the WTO implications for banks. Read more at ebf.eu.

Brexit-akkoord bereikt

18 oktober 2019

Op 17 oktober was de eerste dag van de Europese Top. De staatshoofden van de EU lidstaten zijn hierbij tot een nieuw Brexit akkoord gekomen. Volgens Donald Tusk, de voorzitter van de Europese Raad, is het grootste verschil tussen het nieuwe akkoord en eerdere versies dat Boris Johnson akkoord is gegaan met douanecontroles bij de entree in Noord-Ierland. Dit compromis voorkomt controles tussen Ierland en Noord-Ierland en moet zo de integriteit van de interne markt waarborgen. Volgens Tusk was een deal deze keer wel mogelijk, omdat het positief is beoordeeld door de EU en Ierland.


Volgende stappen 

Zaterdagochtend zal het Britse Lagerhuis het akkoord bespreken en erover stemmen. Als het akkoord goedgekeurd wordt door het Britse parlement, en het Europees Parlement de tekst vervolgens bekrachtigd, zal het op 1 november 2019 in werking treden. Daarna zal de EU beginnen te werken aan het nieuwe partnership met het VK, aldus Michel Barnier. Als het Britse parlement zaterdag niet akkoord gaat met het voorstel, is Johnson verplicht onder de Benn act om uitstel te vragen voor de Brexit.


Backstop alternatief 

Volgens Leo Varadkar, de Ierse Premier, zal de nieuwe douaneregeling mogelijk maken dat Noord-Ierland nog in het douanegebied van het VK blijft. Zo kan Noord-Ierland nog profiteren van de voordelen van handelsovereenkomsten van het VK, maar handelstarieven van het VK zullen ook voor Noord-Ierland gelden. De EU-VK douane grens zal getrokken worden in de Ierse Zee, wat betekent dat Noord-Ierland wel de Europese belastingtarieven zal blijven gebruiken, maar de rest van het VK niet meer.

Varadkar meldde ook dat er geen handelstarieven ingevoerd zullen worden tussen Ierland en Noord-Ierland en dat er geen controles zullen komen langs de landgrens. Er zal dus geen “harde” grens komen tussen Ierland en Noord-Ierland. In tegenstelling tot de backstop zou dit voorstel wel een permanente oplossing kunnen zijn, indien Noord-Ierland ermee akkoord gaat.

Er zal een transitieperiode zijn tot ten minste het einde van 2020, mogelijk te verlengen tot eind 2022. Het voorstel zal van kracht gaan voor een periode van vier jaar erna. Na vier jaar mogen de Noord-Ieren besluiten of ze het akkoord willen voortzetten of beëindigen.

Waar staan de uittredingsonderhandelingen?

27 september 2019

Met ongeveer nog een maand te gaan tot de Brexit datum van 31 oktober, blijft de kernvraag of de huidige Britse regering tegemoet kan komen aan de Europese eisen om met een alternatief te komen voor de Ierse back-stop. Vanuit Europese kant wordt met sceptische blik naar de Britten gekeken en twijfelt men of er iets uitkomt. Het Finse raadsvoorzitterschap heeft 30 september als deadline gesteld voor een nieuw Britse voorstel. Zij willen namelijk voorkomen dat alles aankomt op de onderhandelingen tussen Europese leiders in de Europese Raad van 17 oktober. Echter, zoals de onderhandelingen voorafgaand aan het Brexit uitstel van afgelopen maart lieten zien, zullen onderhandelingen tot op het laatste moment gevoerd worden.

De terugkeer van het Britse parlement

Voor premier Johnson geldt net als voor zijn voorgangster dat een parlementaire meerderheid verre van vanzelfsprekend is. Gedeeltelijk probeerde hij de parlementaire discussies over zijn Brexit koers te omzeilen door tijdelijk het Britse parlement niet bijeen te laten komen en bij terugkomst half oktober voor een voldongen feit te stellen. Door het Britse constitutionele hof werd dat echter ongrondwettelijk geacht. Het Britse parlement is nu terug van geweest en komt weer gewoon bijeen. De relatie tussen de Britse regering en de oppositie is zelden slechter geweest dan op dit moment.


Parlement probeert Britse regering tot uitstel te dwingen

Er is een motie aangenomen die de regering verplicht een no-deal uitkomst te vermijden en om uitstel aan de EU te vragen tot 31 januari 2020. Premier Johnson heeft echter gezegd dit niet te zullen doen. Dit laat enkel het sluiten van een deal als enige optie op de tafel. De vraag is of het parlement Johnson kan dwingen om effectief om uitstel te vragen. De verwachting is dat als er een Britse vraag om uitstel komt dat de Europese leiders daarmee akkoord zullen gaan, als er dan bijvoorbeeld verkiezingen zouden plaatsvinden. Tegelijk willen de meeste Europese lidstaten ook vermijden dat ze de schuld krijgen van een no-deal Brexit.


Nieuwe verkiezingen zijn onafwendbaar

Premier Johnson die verkiezingen had voorgesteld voorafgaand aan het wegsturen van het Britse parlement, heeft het parlement uitgedaagd om hem via een vertrouwensmotie weg te stemmen. Dit wordt echter geweigerd, want de oppositie en een significant aantal Conservatieve overlopers zien het als hun voornaamste taak om de Brexit datum uit te stellen tot 31 januari 2020. Alleen als dit uitstel er komt, zullen zij waarschijnlijk akkoord gaan met nieuwe verkiezingen.


The art of no-deal

Johnson heeft beloofd dat het VK op 31 oktober de EU zal verlaten “due or die”, zelfs als dat betekent dat er geen uittredingsovereenkomst wordt bereikt met de EU. Recent gepubliceerde scenario’s, ze zogenoemde “Operation Yellowhammer” van de Britse regering laten echter behoorlijke disruptie zien als dit zou gebeuren. Zowel de VK als de EU stellen voorbereid te zijn op een no deal uitkomst, al erkennen beide dat dit economisch zeer nadelig zal zijn.

Johnson wil de back-stop uit de Brexit uittredingsovereenkomst verwijderen

8 augustus

Boris Johnson heeft de interne leiderschapsstrijd binnen de Britse Conservatieven gewonnen en heeft als nieuwe premier beloofd “do or die” (alles of niets), om te zorgen dat het Verenigd Koninkrijk (VK) de EU verlaat op 31 oktober 2019. In de heronderhandeling wenst hij de back-stop te schrappen. De back-stop is een optie waarin in laatste instantie op teruggevallen kan worden als er geen goede oplossing wordt gevonden voor onbelemmerd verkeer tussen Ierland en Noord-Ierland. De back-stop houdt in dat Noord-Ierland en het VK voor onbepaalde tijd in de EU douane unie zouden blijven, hetgeen vrij verkeer van goederen relatief ongehinderd zou laten plaatsvinden. Deze back-stop werd in eerdere onderhandelingen afgesproken, omdat de EU wil voorkomen dat er een hard grens komt op het Ierse eiland, terwijl het VK geen harde grens wil tussen Ierland en de rest van het VK. Vandaar dat beide in uiterste geval onderdeel van de douane unie zouden blijven vormen.  Deze eerdere afspraak is de regering van Boris Johnson een doorn in het oog, omdat dit betekent dat een aantal van de interne markt regels van toepassingen zullen blijven en het daarmee lastig wordt voor het VK om zelf handelsovereenkomsten te sluiten met landen buiten de EU. Tegelijk wordt vanuit het Europese Unie perspectief de back-stop noodzakelijk geacht, omdat in de Good Friday Agreements dit een belangrijk onderdeel was en er zorgen zijn dat het conflict dat decennia geduurd heeft, weer zal oplaaien.


Weinig animo bij EU voor zo’n fundamentele heronderhandeling; wel bereidheid om Brexit-datum uit te stellen

De Europese onderhandelingspositie zal niet worden gewijzigd, tenzij het VK bereid is om ook haar eigen “red lines” in de onderhandelingen te herzien. Juncker - tot 1 november nog de voorzitter van de Europese Commissie – gaf aan dat heronderhandeling van de back-stop geen optie is. Tegelijk heeft zijn beoogde opvolgster Ursula von der Leyen gesteld dat ze voorstander is van uitstel van de Brexit-datum, om een no-deal Brexit te voorkomen. Een verzoek tot uitstel moet echter vanuit de Britse regering komen, voordat daar met unanimiteit over besloten kan worden door de 27 EU-lidstaten.

Veel weerstand in het Britse parlement tegen een “no-deal”; een vertrouwensstemming in september lijkt waarschijnlijk

De Britse regering verliest langzaam zijn meerderheid door een regionale herverkiezing en heeft op het moment nog een meerderheid van 1 zetel (op een totaal van 650 zetels). Daarnaast zijn er ook een aantal Tories (Conservatieven) die eigenlijk willen dat het VK binnen de EU blijft. Als er in september een motie van wantrouwen in stemming wordt gebracht, bestaat er een kans dat een meerderheid hiervoor zal stemmen.

Een meerderheid voor een motie van wantrouwen stopt waarschijnlijk geen no-deal Brexit uitkomst, want nieuwe verkiezingen zouden pas plaatsvinden na een Brexit-datum

Als de motie wordt aangenomen, dan is er een periode van 14 dagen waarin een nieuwe regering kan worden gevormd. Om een nieuwe alternatieve regering te vormen, zouden veel verschillende soorten partijen moeten samenwerken om tot een meerderheid te komen en dit lijkt daarmee onwaarschijnlijk. Nieuwe verkiezingen zijn daarom vermoedelijk nodig. De Britse regering heeft na deze periode 25 dagen om een datum voor de verkiezingen te bepalen. Boris Johnson zal er waarschijnlijk voor kiezen om deze te laten plaatsvinden na 31 oktober, om zo te verzekeren dat hij zijn Brexit-belofte nakomt en om te voorkomen dat zijn partij wordt weggevaagd in de verkiezingen.

Is er nog een kans dat het VK vraagt om de Brexit-datum van 31 oktober uit te stellen?

De kans dat de huidige Britse regering dit zal vragen is gering, maar valt toch niet helemaal uit te sluiten. Voorafgaand aan 29 maart heeft het Britse parlement ook een wet ingediend die de Britse regering de opdracht gaf om een “no-deal” uitkomst te vermijden en om uitstel te vragen. De regering van Theresa May was daartoe bereid, ondanks dat dit tot deelname aan de Europese verkiezingen leidde. De regering onder leiding van Boris Johnson stelt de optie van een no-deal te accepteren als heronderhandelingen niet lukken. Voor deze Britse regering lijkt het vrij eenvoudig om een vraag om uitstel te saboteren door zich oncoöperatief op te stellen. Zeker aangezien dit een besluit met unanimiteit van de zijde van de EU lidstaten vereist is er een grote kans dat het VK daar in zou slagen. Verder speelt mee dat het VK bij uitstel in principe ook recht heeft om een nieuwe Eurocommissaris te benoemen. Boris Johnson heeft gezegd dit niet te willen doen. Dit zou kunnen betekenen dat bij een Brexit-uitstel een nieuwe Europese Commissie juridisch gezien niet als compleet kan worden beschouwd waardoor en onzekerheid ontstaat over de legitimiteit van het nieuwe college van Eurocommissarissen. De vraag is of de EU lidstaten bereid zullen zijn dit te riskeren of dat ze wellicht een oplossing hiervoor vinden. Echter het is de vraag of de EU-lidstaten dit willen riskeren voor een Britse regering die met een “alles of niets”-attitude de onderhandelingen in gaat.

Mays vertrek biedt geen lichtpunt; risico op een no-deal blijft levensgroot

28 mei 2019

Het aangekondigde aftreden van Britse premier May na het driemaal in stemming brengen van de uittredingsdeal met de EU biedt weinig concrete oplossingen. In eerste instantie moet de Britse conservatieve partij nu bepalen wie de nieuwe leider wordt. Hier zullen enkele weken overheen gaan, want May legt haar leiderschapspositie neer vanaf 7 juni. De Conservatieven lieten de afgelopen maanden zien niet bereid te zijn de huidige deal te steunen. Een nieuwe leider lijkt bijna per definitie dus verder af te staan van de Europese partijen dan May.

De dramatische resultaten in de Europese verkiezingen voor de Conservatieven en Labour, laten zien dat voor geen van hen parlementaire verkiezingen een aantrekkelijk perspectief is. De Conservatieven en Labour werden afgestraft met respectievelijk 4 zetels en 10 zetels, uit een totaal van 73 beschikbare zetels voor het VK.

Tegelijk laat de uitslag de absolute verdeeldheid zien tussen de uiterst pro-Europese Libdems (17 zetels van 73) en Groenen (11 zetels van 73) aan de ene kant en de euro-sceptische Brexit Party (29 zetels van 73) aan andere zijde. Als de uitkomst van de Europese verkiezingen gelezen wordt als een alternatief referendum, dan heeft (als ook SNP en Labour worden meegeteld) slechts een fractie meer gestemd om binnen de EU te blijven. Met een dergelijke diepe verdeeldheid is een referendum ook geen politiek aantrekkelijk alternatief voor de Conservatieven en Labour. Heel veel verder zijn wij dus niet.

De nieuwe Brexit-datum is 31 oktober. Er wordt dus gesproken van een Halloween Brexit. Er lijkt zeer weinig bereidheid bij de EU om nog meer toe te geven in de deal met de Britten. Vooral omdat er sprake is van een fundamentele tegenstelling op de Noord-Ierse grens. De EU zal ook na de verkiezingsuitslag vasthouden aan de zekerheid dat - als er geen oplossing komt in de toekomstige handelsbesprekingen - Noord-Ierland in de Douane-Unie blijft, om het sluiten van de Noord-Ierse grens met Ierland te voorkomen en daarmee het verbreken van het Noord-Ierse vredesakkoord. Veel Britse Conservatieven en Brexiteers zien dit als een aantasting van de eenheid van het United Kingdom en willen daarom op principiële gronden niet akkoord gaan. Er blijft dus een grote kans dat de EU en een nieuwe Britse premier niet veel dichter bij elkaar zullen komen. Er blijft dus een zeer grote kans op een no-deal uitkomst.

Brexit en EU-verkiezingen

21 mei 2019

Met de Europese verkiezingen in zicht heeft Theresa May haar intentie kenbaar gemaakt voor een vierde stemming in het Britse Lagerhuis - volgende week - over haar Withdrawal Agreement. De Britse conservatieve regering probeerde de afgelopen weken tot een doorbraak te komen middels onderhandelingen met de Labourpartij. Dit nadat de EU begin april de Brexit-deadline uitstelde tot 31 oktober.

Hoewel de gehoopte doorbraak uitbleef, hoopt May gelet op de hoge tijdsdruk met enkele aanpassingen in het uittredingsakkoord genoeg draagvlak te creëren om een deel van de Labourpartij aan haar zijde te krijgen. Bovendien heeft May aangegeven op te stappen zodra haar Withdrawal Agreement is aangenomen. Naar verwachting wordt het akkoord ondanks deze concessies opnieuw afgewezen, aangezien beleidsmakers de impasse rond de kwestie van de Noord-Ierse grens nog altijd niet hebben weten op te lossen.

Tot het Verenigd Koninkrijk officieel is uitgetreden, behoudt het land alle rechten en plichten behorend aan lidmaatschap van de EU. Zodoende is het Verenigd Koninkrijk ook verplicht te participeren in de Europese verkiezingen deze week. Ook zullen Britse beleidsmakers in de Raad, Parlement en Commissie stemmen over wetgevingsprocedures en bijdragen aan het politieke schaakspel inzake de leiderschapsvacatures en beleidsprioriteiten. Mocht het uittredingsakkoord niet worden aangenomen, dan blijft een no-deal Brexit een reële mogelijkheid.

Overeenkomst EBA en Bank of England

21 maart 2019

De Europese bankenautoriteit (EBA) bereikt overeenkomst met Bank of England (BoE) over uitwisseling van informatie in voorbereiding op Brexit.

De EBA zal ook in het geval van een harde Brexit nauw blijven samenwerken met haar Britse tegenpartijen. In een gezamenlijk statement lieten de Prudential Regulation Authority (PRA), Financial Conduct Authority en EBA gisteren (20 maart) weten een concept Memorandum van Overeenstemming te hebben opgesteld waarin zij zich committeren tot onderbroken informatiedeling en samenwerking op toezichtgebied.

Dit conceptmemorandum dient als standaard voor bilaterale memorandums tussen de nationale toezichthouders in de Europese Economische Gemeenschap en de Britse toezichthouders. Het document is gebaseerd op de al bestaande Memorandums van Overeenstemming tussen Europese toezichthouders en haar buiten-Europese tegenpartijen.


Meer informatie:

Brexit en SEPA

11 maart 2019

Om gebruik te kunnen maken van de gestandaardiseerde SEPA overboeking en SEPA incasso voor eurobetalingen van de European Payment Coincil (EPC) moeten banken gevestigd zijn in een land dat deel uitmaakt van de SEPA zone. Die bestaat in de basis uit de Europese Unie (EU) en de landen van de Europese Economische Ruimte (EER). Maar ook daarbuiten kunnen landen deelnemen aan de SEPA zone, als zij kunnen aantonen dat de op betalingsverkeer toepasselijke wetgeving in dat land gelijkwaardig is met die van de EU. Op die basis maakt bijvoorbeeld Andorra deel uit van SEPA.

Na een 'harde Brexit' zou het Verenigd Koninkrijk (VK) vanaf 30 maart 2019 geen onderdeel meer van de EU of de EER zijn en dus ook niet van SEPA. Dat zou betekenen dat betalingsverkeer in euro van en naar het VK niet meer op basis van de SEPA overboeking en incasso zou kunnen plaatsvinden, wat mogelijk tot tragere en duurdere betalingen zou kunnen leiden. Namens de financiële sector van het VK heeft branchevereniging UK Finance daarom een aanvraag bij de EPC ingediend om onderdeel van SEPA te mogen blijven. Die aanvraag werd ondersteund met het vereiste bewijs van juridische gelijkwaardigheid en is op 7 maart 2019 goedgekeurd door de Board van de EPC. Daarmee is ook in geval van de harde Brexit een ongestoord euro betalingsverkeer tussen de EU en het VK gewaarborgd.

Buitenlandse Zaken komt met overzicht maatregelen en gevolgen no deal Brexit

27 februari 2019

Op 22 februari maakte minister Stef Blok van Buitenlandse Zaken een overzicht openbaar van de getroffen maatregelen en gevolgen bij een no deal Brexit. Dit document geeft een helder visueel overzicht van de maatregelen en gevolgen voor:

  • Burgers
  • Zorg
  • Grenscontroleprocedures
  • Logistiek en transport
  • Veiligheid en dataverkeer
  • Markttoegang en handel
  • Overige economische onderwerpen (waaronder de gevolgen en maatregelen voor financiële diensten)

ESMA erkent drie Britse clearinghuizen (CCP’s) in geval van no deal Brexit

26 februari 2019

ESMA, de Europese Autoriteit voor effecten en markten, heeft drie Britse CCP’s erkend in geval van een no deal Brexit. Het gaat om de CCP’s: LCH Limited, ICE Clear Europe Limited and LME Clear Limited. Erkenning van UK Central Securities Depositories loopt nog. De NVB heeft eerder samen met andere koepelorganisaties opgeroepen tot deze erkenning.

Met een no deal Brexit zouden Europese - en daarmee ook Nederlandse-  banken zonder deze maatregelen toegang verliezen tot de centrale tegenpartij (CCP’s) in het Verenigd Koninkrijk. Een CCP plaatst zich tussen koper en verkoper om het tegenpartijrisico af te dekken bij clearing (een proces op het vlak van effectentransacties).

Ook publiceerde ESMA vorige week haar werk programma voor komend jaar. ESMA benadrukt haar voortzetting van de voorbereidingen op de finalisering van een Memorandum of Understanding met de Bank of England en haar toezicht op en analyse van het functioneren van Britse CCP’s. Dit om voortzetting van de toegang van Europese Clearing members en klanten tot Britse CCP’s te waarborgen bij een no deal Brexit. Verder zal ESMA de potentiële risico’s die derde-land (TC)CCP’s in de EU met zich mee zouden kunnen brengen, blijven monitoren. Met een focus op de impact van de Brexit op het TC CCP-regime.

Tot slot zal ESMA de ontwikkelingen op het vlak van EMIR 2.2., dat gaat over nieuwe regels voor erkenning en toezicht op derde land CCP’s, nauwlettend blijven volgen. Ook bereidt ESMA zich voor op eventuele nieuwe taken die hier uit zouden kunnen voortvloeien.

No-deal Brexit: welke maatregelen zijn tot nu toe (half februari 2019) genomen?

  • Ten eerste Europese maatregelen op het vlak van clearing (een proces op het vlak van effectentransacties). De Europese Commissie heeft besloten dat alle Europese partijen na de Brexit nog een jaar lang gebruik kunnen maken van clearingdiensten in het Verenigd Koninkrijk. Dit vooral vanuit oogpunt van financiële stabiliteit.
  • Ten tweede zijn er nationale maatregelen, die per land een beetje kunnen verschillen. In Nederland gaat het om twee belangrijke maatregelen vanuit het Ministerie van Financiën. De eerste is de aanpassing van de Finaliteitsrichtlijn - nodig om transacties als afgesloten te kunnen beschouwen. Daarnaast zijn er recente maatregelen die ervoor zorgen dat beleggingsinstellingen vanuit het Verenigd Koninkrijk nog steeds diensten kunnen verlenen in Nederland.
  • Daarnaast is er in het Verenigd Koninkrijk een tijdelijk vergunningsregime (Temporary Permissions Regime) opgezet voor een overgangsperiode waaronder banken met vooral wholesale banking-activiteiten als bijkantoor actief kunnen blijven in het Verenigd Koninkrijk.