“Windmolenprojecten: heel goed uitleggen waarom en hoe we het doen”

17 april 2020
De echte scherpe discussies over ethiek worden gevoerd aan de hand van concrete thema’s, zoals de financiering van windmolenprojecten, merken Twan Geurts en Pieter Plantinga van Rabobank Projectfinanciering. In deel 2 van de reeks Bank & ethiek vertellen zij waarom zij de dialoog met álle stakeholders bij windmolenprojecten zo belangrijk vinden. “Het gaat er om draagvlak te houden voor de energietransitie. En we moeten onze andere bankrelaties in de omgeving uit kunnen leggen waarom we meedoen aan zo’n project.”

Twan Geurts en Pieter Plantinga houden zich bezig met financieringen van projecten in zonne- en windenergie en verduurzaming van de landbouw: van kleine projecten bij de boer op het erf tot grote windmolenparken op zee. Plantinga richt zich daarbij primair op de Nederlandse en Europese markt, Geurts is verantwoordelijk voor alle nationale en internationale activiteiten op dit vlak. Windenergie heeft de laatste jaren een enorme vlucht genomen, vertelt Plantinga. “De technologie heeft zich enorm ontwikkeld, maar ook de manier waarop de maatschappij naar windmolenprojecten kijkt en erbij betrokken is.”

Impact beperken

Er zijn veel partijen betrokken bij windmolenprojecten: denk aan ontwikkelaars, energiemaatschappijen, grondeigenaren, gemeenten, provincies en de financiers, waaronder de banken. De belangen zijn groot, de druk is vaak hoog. Een project moet allereerst voldoen aan wet- en regelgeving en de vereisten voor een vergunning. En de bank stelt zelf ook eisen aan de duurzaamheid van zo’n project. Als financier van duurzame energieprojecten vindt Rabobank het bovendien belangrijk dat het project steeds in dialoog is met alle betrokkenen, dus ook met de omwonenden.

Pieter Plantinga

Plantinga licht toe: “Draagvlak is cruciaal voor het project, maar ook voor het maken van de energietransitie. We staan pas aan het begin van die ontwikkeling.” Er is veel weerstand tegen windmolenprojecten, ziet hij. “Mensen vinden de energietransitie wel belangrijk, maar willen liever geen windmolens in hun eigen omgeving. Daarbij hebben ze vaak het idee dat anderen er veel geld aan verdienen, terwijl zijzelf er vooral last van hebben.”

Vanaf het begin

Bij sommige projecten kunnen omwonenden zelf een aandeel kopen en zo mede-eigenaar worden, zodat zij ook een direct belang hebben bij het project. Geurts benadrukt het belang van goede voorlichting, zodat mensen een eigen afweging kunnen maken: “Het komt niet zonder risico.”
Cruciaal is echter de informatievoorziening en het tijdig betrekken van omwonenden bij de plannen, stelt hij. “Mensen moeten niet voor een voldongen feit komen te staan. Wanneer ze mee kunnen praten en merken dat hun belang van het begin af aan meegenomen wordt, ontstaat meer draagvlak.” De ontwikkeling van een project duurt vele jaren. In projecten die nu tot uitvoering komen, was het nog niet altijd gebruikelijk bewoners vroeg in het proces te betrekken. 
Ook dan is de dialoog met de omgeving belangrijk, zegt Plantinga. “We proberen de negatieve impact op de omgeving zo klein mogelijk te maken. Zo’n gesprek is wel lastiger, omdat mensen dan vaak het idee hebben dat alle belangrijke besluiten al buiten hen om genomen zijn.”

Lokale relaties

Twan Geurts

Het is dus belangrijk deze projecten in een breder maatschappelijk perspectief te plaatsen, aldus Geurts: “Wanneer wij een grootschalige ontwikkeling in Drenthe financieren – een gebied waar de weerstand tegen windmolenprojecten heel groot is - dan moeten we heel goed kunnen uitleggen waarom en hoe we dat doen. We hebben in die omgeving veel lokale mkb-bedrijven en particulieren als klant. Daar heeft onze bank óók een relatie mee. Reken maar dat we daarover spreken met lokale collega’s. Zij worden er immers door hun relaties op aangesproken. Ik merk: er worden echte scherpe discussies gevoerd binnen de bank aan de hand van concrete thema’s zoals deze.”

Internationaal speelveld

Wat het speelveld complexer maakt: de markt voor financiering van duurzame energieprojecten is geen Nederlandse markt meer. Internationale banken concurreren mee, aldus Plantinga: “We zullen altijd de discussie aangaan met de andere partijen om de dialoog over de impact goed te kunnen voeren. We kunnen als Nederlandse banken eventueel zeggen: “We gaan dit zo niet financieren”. Maar dan is er een andere bank die géén banden heeft met de omgeving die erin stapt. Mijn ervaring is dat we vaak meer bereiken door in een lastig project wel mee te doen, omdat we er dan als financier invloed op kunnen uitoefenen. Dat is een heel lastige afweging.”

Eerder in de reeks Bank & ethiek:
“Morele dilemma’s van vandaag zijn de reputationele en compliance risico’s van morgen"