“Wil je banken zien als probleem of als oplossing? Ik kies voor het laatste, maar dan moet het vertrouwen eerst herwonnen zijn”

12 februari 2021
Roald van der Linde, VVD-Tweede Kamerlid voor de VVD en woordvoerder financiële markten, neemt bij deze verkiezingen afscheid. Hoe kijkt Van der Linde terug op 8 jaar Kamerlidmaatschap? En wat is zijn visie op de rol die banken in die periode speelden? Vandaag – met de start het verkiezingsreces – is het een goed moment voor zes vragen aan Van der Linde.

Wat was voor u persoonlijk een belangrijk moment?

Roald van der Linde: “De meeste voldoening beleefde ik aan het Woonakkoord in 2015. Niet eens een financieel onderwerp dus. De sociale huisvesting was de weg kwijt. Corporaties vergaten hun doelgroep en speelden projectontwikkelaar en commerciële verhuurder. Sommige directeuren leefden als God in Frankrijk. Er liep een parlementair onderzoek naar de SS Rotterdam en de derivaten bij Vestia.”

“Met de PvdA werkten we uiteindelijk de grote lijnen voor een wijziging van de Woningwet uit - in één brainstormsessie. Betaalbare woningen voor mensen met een kleine portemonnee, dat was de kern. En voor de rest zoveel mogelijk wegblijven uit de woningmarkt. Het klinkt nu logisch, maar we lagen aanvankelijk ver uit elkaar. Dat is sowieso het probleem op de woningmarkt: links bekommert zich om de sociale huur, rechts om de koophuizen. En de vrije huur daartussenin bestaat in Nederland nauwelijks. Terwijl vrije huur de smeerolie van de woningmarkt is. Ik haal mijn lol uit dit soort gecompliceerde puzzels. En het leuke aan politiek is dat je zo’n ingewikkeld verhaal daarna moet vertalen in gewoon, begrijpelijk Nederlands. Want je wilt dat mensen snappen waarom we dit doen.”

Uw Kamerlidmaatschap was tijdens de nasleep van de financiële crisis en de daar opvolgende economische hoogconjunctuur. Er is toen veel veranderd in en door de financiële sector. Hoe kijkt u terug op deze periode en wat was uw rol?

Van der Linde: “Tot de zomer van 2008 werkte ik in de Verenigde Staten. Ik deed daar veel macro-economisch werk en keek naar de financiële sector. Ik denk nog steeds dat de crisis is veroorzaakt door agressief monetair beleid. Vervolgens maakten structurele problemen in de financiële sector het nog erger. In de beeldvorming is dat versmald tot graaiende bankiers. En dat beeld heeft weer geleid tot een diep en langdurig wantrouwen jegens banken en andere instituties. Daar moet je iets mee als je woordvoerder in de Tweede Kamer wordt. Wil je banken zien als probleem of als oplossing? Ik kies voor het laatste, maar dan moet het vertrouwen eerst herwonnen zijn. Terug naar begrijpelijke, eerlijke en veilige producten. Een sobere lineaire hypotheek. Duidelijkheid over provisies. Afscheid van woekerpolissen en mkb-derivaten. Gematigd beloningsbeleid. Een strakke lijn op witwassen, maar intussen toch goede service.

Dat was de hoofdmoot. Ik ben vaak kritisch geweest, een aantal malen ook kwaad, en ik weet dat niet elke bankbestuurder daar blij mee was. Alsof ze het niet verwachten van de VVD. Vreemd, want juist onze achterban wil  een dienstbare financiële sector zonder gedoe.

Uw vertrek uit de Kamer valt in een periode waarin een nieuwe crisis de economie hard raakt. Banken vervullen hierin een rol, door zoveel mogelijk door te gaan met het verstrekken van krediet. Tegelijkertijd zetten banken in op innovatie en verduurzaming. Wat zijn volgens u de belangrijkste uitdagingen de komende jaren voor de sector en specifiek de banken?

Van der Linde: “Het zijn vooral kansen, lijkt me. Anderhalf jaar geleden vroeg ik banken hardop waar ‘het grote gebaar’ naar de samenleving bleef. Dit zíjn die grote gebaren. Het afgelopen half jaar hebben banken en verzekeraars kunnen laten zien dat ze mensen en bedrijven uit de problemen halen. Met verduurzaming en innovatie kunnen ze een volgend gebaar maken. Maar nu de keerzijde. Banken zijn blij dat ze het tijdens deze pandemie eindelijk goed kunnen doen, de toezichthouder geeft ze extra ruimte, wij dragen als politici nog wat probleemgevallen aan en vragen voortdurend meer. Maar wat gebeurt er over een jaar, als de banken aan de grens van hun leencapaciteit zitten? Of we nu een recessie krijgen of juist een opleving, bedrijven staan dan in de rij bij hun bank. En dan willen we ook nog verduurzamen. Ik hoop echt dat banken en toezichthouders vooruitkijken, ruimte houden en een nieuwe credit crunch voor zijn. En voor de rest mag de sector best wat eisen stellen. Kijk naar de groene taxonomie die nu in Brussel in elkaar wordt gezet: kun je daar echt mee uit de voeten? Biedt het zekerheid voor de levensduur van een investeringsproject? Maakt het ook kernenergie mogelijk? En financiering van projecten die weliswaar niet zo groen als gras zijn, maar die wel het verschil maken?”

Een belangrijk thema voor banken is de bestrijding van witwassen. U hebt u zeer actief over dit onderwerp uitgesproken.  Hoe kijkt u naar de (ontwikkeling van) de rol van de banken op dit dossier?

Van der Linde: “Twee dingen daarover. Eén: de overheid is aan zet. Je kunt niet regel op regel stapelen, duizenden mensen aan het werk zetten bij banken, maar zelf stil blijven staan. Banken moeten informatie kunnen uitwisselen met elkaar en met de overheid. Inclusief BSN-nummers en inzage in de basisregistratiepersonen. Ze moeten een betrouwbare partner hebben aan de overheid en samen met die overheid prioriteiten stellen. En de overheid moet veel meer menskracht zetten op opsporing en vervolging.

“Twéé: het begint te piepen en te kraken bij de klant. Ons vestigingsklimaat lijdt eronder als een internationaal bedrijf drie maanden moet wachten op een bankrekening. Diplomaten en vrijwilligers bij politieke partijen worden steeds vaker geweigerd omdat ze politiek prominent zijn.

Het is tijd voor een reset. Het kan echt effectiever, met minder mensen en wat meer gegevensuitwisseling, en dat moet je op Europees niveau regelen. Gelukkig wordt dat nu gevraagd door de ministers van Financiën in de EU.”

Als zittend Kamerlid heeft u vanzelfsprekend wel meegedacht over het huidige verkiezingsprogramma van uw fractie.  Welke boodschap wilt u meegeven aan het nieuwe kabinet en uw opvolger?

Van der Linde: “Voor economen zijn de afgelopen twintig jaar adembenemend en soms beangstigend geweest. Eerst 9/11, vervolgens de kredietcrisis, daarna de eurocrisis, nu de coronapandemie. Al onze text book economics is getest, al onze beleidsmatige creativiteit is uit de kast gehaald.

De Nederlandse economie blijkt heel veerkrachtig. Maar die veerkracht, die flexibiliteit moet te veel komen van hardwerkende Nederlanders. Al hun zekerheden – een baan, koopkracht, een onbezorgde oude dag – staan ter discussie. Daar moet je iets mee. Vandaar dat we de afgelopen jaren kritisch hebben gekeken naar ons liberale gedachtengoed. De VVD blijft een rechtse partij met oog voor een goed draaiende economie - daarover geen misverstand. We willen wel oog hebben op de rafelranden, de neveneffecten van het beleid. Dat gaat over fiscaliteit, de arbeidsmarkt, het pensioenakkoord, uitkeringen. En júist de VVD moet extra kritisch zijn als bedrijven er een potje van maken.”

Ligt uw volgende carrièrestap weer binnen de overheid of heeft u andere plannen?

Van der Linde: “Voorlopig wil ik alle mogelijkheden openhouden. Ik besef dat dat vrijblijvend klinkt, maar zo lang ik Kamerlid ben kan ik niet zo maar solliciteren bij een bedrijf. Stel je voor dat ik moet debatteren over bank XYZ en daar intussen al een functie heb gekregen… Vanaf 30 maart ga ik vol aan de slag!”