“Online fraude is een samenlevingsbreed probleem, dat ook samenlevingsbreed moet worden opgepakt.”

23 mei 2022
Wat kunnen we leren van mensen die een online fraudepoging van zich af wisten te slaan? Het verminderen van snelle beslissingen en meer kennis van fraude werkt preventief, aldus onderzoeker Marianne Junger van de Universiteit Twente. De onderzoeksresulaten zijn pittig: 1 op de 6 Nederlanders (16%) werd in 2020 slachtoffer van fraude – fraude die vooral online plaatsvindt. 42% maakt een poging mee. De financiële schade is geschat op 2,75 miljard euro. Junger pleit voor brede maatschappelijke aanpak - met voor elke sector preventieve maatregelen.

Marianne Junger

Marianne Junger is emeritus hoogleraar cybersecurity aan de Universiteit Twente, met als expertise human factors in cyberveiligheid. Ze leidde het onderzoek ‘Fraudevictimalisatie in Nederland’, gefinancierd door Stichting Achmea Slachtoffer & Samenleving (SASS), International Card Services (ICS), de Nationale Politie en de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB).

Wat is precies onderzocht?

Junger: “Samen met prof. dr. Bernard Veldkamp en Luka Koning (MSc) zochten we antwoord op vragen als: hoeveel mensen worden jaarlijks slachtoffer van een (poging tot) fraude, van welke fraudevormen precies (online en/of offline), wat is de schade en de impact op mensen, hoe is de meldingsbereidheid en wat kunnen we leren over preventie? We onderzochten allerlei fraudedata en hielden ook een representatieve steekproef onder de Nederlandse bevolking over fraudegebeurtenissen in 2020. We ondervroegen dus zowel mensen die wel en als die  geen slachtoffer waren geworden van fraude.”

Waarom is dit onderzoek gedaan?

“Eenvoudigweg omdat er geen totaalbeeld was van slachtofferschap van fraude in Nederland. Er zijn natuurlijk onderzoeken naar bepaalde typen van criminaliteit, zoals vermogensdelicten. Het CBS en de politie bijvoorbeeld rapporteren daarover. Maar fraude – waarbij geld of persoonlijke informatie van iemand wordt gestolen - is erg veronachtzaamd. Terwijl we zien dat – hoewel de ‘traditionele’, fysieke fraude afneemt – online fraude een enorme vaart neemt. Een extra reden om fraude te onderzoeken vanuit het slachtofferperspectief.”

Welk beeld schetst jullie eerste verslag van het onderzoek?

“Dat fraude omvangrijk en divers is in Nederland. Fraude vindt vooral online plaats. 1 op de 6 Nederlanders (16%) wordt jaarlijks slachtoffer. 42% maakt een poging mee en de schade per jaar is, naar schatting, 2,75 miljard euro. De verliezen door en impact van fraude zijn vaak klein, maar soms ook heel groot. Maar weinig slachtoffers zoeken contact met de politie of andere partijen, terwijl dit belangrijk is om zicht te houden op fraude. Het onderzoek is nog niet afgerond: we proberen meer inzicht verkrijgen in afzonderlijk onderwerpen, zoals de fraudepoging: wat maakt dat mensen er niet in trappen?”

Wat zijn de belangrijkste aanbevelingen voor minder slachtoffers van online fraude?

“In het kort: het verminderen van snelle beslissingen en het vergroten van kennis bij slachtoffers over online fraude. Want wat we heel opmerkelijk vonden: naast de hoge slachtofferpercentages was ook het aantal pogingen heel groot. Mensen die een fraudepoging van zich af wisten te slaan, blijken de fraude als zodanig te herkennen. Ze gaven bijvoorbeeld aan dat ze tijdens de poging informatie op internet hadden opgezocht; terwijl slachtoffers hadden dat niet gedaan. Of ze herkennen gelijk fraude. Het gaat dus om kennis. Organisaties beschikken vaak over veel informatie over online fraude. Informatie die ze wel online aanbieden, maar de onderzoeksresultaten pleiten ervoor dat dit pro-actiever kan. Dat is lastig vanwege de vele fraudevormen – van spoofing en phishing tot aan What’s App-fraude en Markplaatsfraude - en vraagt effort van organisaties afzonderlijk.”

Is de bovengenoemde inzet door afzonderlijke organisaties afdoende?

“Een brede landelijke preventieve beweging zou zeker helpen. Kijk bijvoorbeeld naar de jaren tachtig. Toen was er een forse stijging van ‘veelvoorkomende criminaliteit’ zoals dat destijds heette, zoals inbraak, winkeldiefstal, autodiefstal enzovoort. Het advies van de Tweede Kamercommissie Kleine Criminaliteit – de commissie Roethof – en het Beleidsplan Samenleving en Criminaliteit leidde tot breed beleid en een heuse ‘preventieve beweging’.  Woningbouwverenigingen bijvoorbeeld besteedden meer aandacht aan anti-woninginbraakmaatregelen. Autofabrikanten verbeterden de beveiliging van auto’s. Winkeliers plaatsten poortjes tegen winkeldiefstal. Maatregelen die bijdragen aan de (nog steeds voortdurende) daling van deze vormen criminaliteit.”

Hoe kun je als onderzoeker deze inzichten vertalen naar nu?

“In deze tijd vindt fraude vooral online plaats. Dat is ingewikkelder. De kans om slachtoffer te worden, had altijd tot op zekere hoogte te maken gehad met de risico’s die je zelf neemt. Die risico’s waren vroeger beter te begrijpen. Iedereen snapt dat het verstandig is je huis of auto af te sluiten als je weggaat. Vertaal je dat naar de online wereld, dan is het voor mensen minder helder dat er óók voorzorgsmaatregelen nodig zijn. Belangrijk is dat je mensen niet de schuld hoeft te geven als het misgaat. Maar dat ze wel worden gewezen op de eigen verantwoordelijkheid om verstandig te handelen als ze online gaan. Voor wat betreft de maatregelen van afzonderlijke organisaties of sectoren: bij de telecomsector kun je denken aan het terugdringen van prepaid telefoonkaarten. Die worden gebruikt om anoniem mensen lastig te vallen. De politie zou de informatie die slachtoffers geven, beter kunnen analyseren. Banken zouden de bovengrens van de dagelijkse transacties kunnen verlagen. Eigenlijk zou elke sector zelf nog beter kunnen kijken: wanneer gaat het mis en wat kunnen wij daartegen doen?”

De verliezen door en impact van fraude op slachtoffers zijn vaak klein. Maar soms ook heel groot, bleek uit het onderzoek. Wat doet online fraude met mensen?

“De persoonlijke impact kan groot zijn. Een respondente gaf aan dat ze dagelijks telefonisch werd lastiggevallen door mensen met steeds andere telefoonnummers. Ze had geen smartphone, had dus kon ze geen telefoonnummers blokkeren. Die mevrouw durfde de telefoon bijna niet meer op te nemen. Sommige mensen verliezen al hun spaargeld, dat is natuurlijk vreselijk. Er is nu terecht veel aandacht voor slachtofferschap bij gewelds- en zedenmisdrijven. Maar we mogen slachtofferschap bij online fraude niet veronachtzamen. Er is een lage aangiftebereidheid (12%) en dat komt naast dat het vaak om lage bedragen gaat, wellicht ook omdat mensen zich zelf verantwoordelijk voelen: ze geven immers zelf vaak de betalingsopdracht. Neemt niet weg dat ze bedonderd worden en er wel degelijk sprake is van fraude. Fraude die veel voorkomt, met hoge maatschappelijke kosten. Een samenlevingsbreed probleem, dat ook samenlevingsbreed moet worden opgepakt.”