“Meer precisie in toepassen mensenrechtennormen in zaken die banken raken”

22 januari 2019
De Nederlandse bankensector kan wereldwijd meer impact bereiken op mensenrechtengebied als zij meer precisie aan de dag legt in het toepassen van mensenrechtennormen in zaken die banken raken, aldus Willem van Genugten. Van Genugten is panellid en voorzitter van het Advisory Panel on Responsible Banking dat de NVB eind 2018 lanceerde.

In het Advisory Panel on Responsible Banking zullen drie experts advies uitbrengen over praktijkcases die banken en ngo’s aanbrengen, waarna de leerpunten breed kunnen worden gedeeld. De implementatie van de OESO-richtlijnen, in het bijzonder op mensenrechten, is immers een belangrijke gezamenlijke ambitie van banken.

Regelgeving en consequenties voor banken

Willem van Genugten is onder meer emeritus hoogleraar Internationaal Recht bij Tilburg University en heeft veel kennis en ervaring op het vlak van bedrijven en mensenrechten: “Ik ben al ruim twintig jaar betrokken bij discussies over bedrijven en de rechten van de mens en heb daar veel over geschreven, proefschriften begeleid, onderwijs gegeven en advieswerk gedaan. Steeds was de startvraag: hoe kunnen bedrijven positieve invloed uitoefenen op de rechten van de mensen met wie ze werken - in de breedste zin van het woord - en wat valt eraan te doen als ze het met deze rechten niet al te nauw nemen?”

“Banken oefenen grote invloed uit op de positie van mensen, bedrijven, overheden waarin zij investeren. Positief – zoals ook in toenemende mate gebeurt – en negatief, zoals nog altijd aan de orde. Ik zie het als mijn taak als panel-voorzitter om duidelijk te maken hoe het mondiaal is gesteld met de regelgeving op het vlak van bedrijven en de rechten van de mens (UN Guiding Principles, OESO- en ILO-richtlijnen) en wat daarvan de consequenties zijn voor banken. Kerntermen zijn vooralsnog: due diligence, span of control, toerekenbaarheid, gedeelde verantwoordelijkheid en ketenaansprakelijkheid.”

Willem van Genugten

‘Soft law’: vergeet die term!

Welke impact zou Van Genugten graag zien naar aanleiding van de cases die het panel zal behandelen? Van Genugten: “Meer precisie in het toepassen van mensenrechtennormen in zaken waarbij banken zijn betrokken, zonder te belanden in over-juridisering, zowel aan de kant van de normen als bij het toezicht op de naleving. Het moet eerst en vooral gaan om kennis van het geldende internationale recht op het terrein van bedrijven en rechten van de mens, dat immers, ondanks het feit dat het vaak wordt aangeduid als ‘soft law’ – vergeet die term! – helemaal zo soft niet is. Maar handhaving via gerechtelijke instanties kost doorgaans veel tijd en geld. Ook staan er vaak andere wegen open om punten van geschil te beslechten. Ik zie rechtszaken vooral als een laatste instantie, als het niet anders kan.”

Correct handelen en bewaken winstmarges

Wat zijn volgens Van Genugten de belangrijkste dilemma’s en vraagstukken binnen verantwoord bankieren waarover het panel zou kunnen adviseren? “De spanning tussen correct handelen vanuit het perspectief van de rechten van de mens en het dienen van de belangen van – indien aanwezig – aandeelhouders, c.q. het bewaken van de winstmarges. Op papier hoeft daar geen spanning tussen te zitten. Maar in de werkelijkheid is daarvan voortdurend sprake. Het gaat dan vooral om keuzemomenten, waarbij afwegingen dienen te worden gemaakt en waarbij accenten zowel de ene als de andere kant op kunnen gaan. Dit raakt ook aan korte- en langetermijnbelangen van banken, bijvoorbeeld aan de wijze waarop velen tegen de wereld van de banken aankijken. Uiteindelijk gaat het om overbrugging van de tegenstellingen: een bank die het goed doet op gebied van mensenrechten, milieu, mondiale ontwikkelingen moet het ook commercieel goed kunnen doen.”

Denken en handelen vooruit helpen

Met welke thema’s binnen verantwoord bankieren heeft Van Genugten de meeste affiniteit? “Ik denk dat ik affiniteit zal blijken te hebben met álles wat de realiteit ons binnen de kaders van het IMVO-convenant Bancaire Sector zal voorschotelen. Ik kan dat zeggen, omdat ik zo in elkaar zit en ik er altijd weer vanuit ga dat het niet interessant is wat ik al weet, maar dat het erom gaat hoe ik - met die kennis - het denken en handelen op een bepaald terrein een stukje verder kan helpen. En dat vraagt om openheid voor ontwikkelingen van onderop, om die vervolgens met kennis van zaken, en in nauwe samenwerking met mijn panel-collega’s, te helpen analyseren.”