Joost Sneller (D66) over 4 jaar Bankenunie: ‘Geld stopt niet aan de grens’

Bankenunie
31 januari 2019
Voor meer financiële stabiliteit en een sterkere bankensector in de eurozone is er sinds 2014 de Europese Bankenunie. Joost Sneller, Tweede Kamerlid voor D66 met financiën in zijn portefeuille, is blij met de Bankenunie. Want het Europese belang is heel vaak ook het Nederlandse belang, aldus Sneller die benadrukt dat de unie nog niet ‘volmaakt’ is.

De Bankenunie bestaat al ruim 4 jaar. Wat is uw indruk over deze periode?

Joost Sneller: “De financiële sector, lidstaten en Europa hebben grote stappen vooruit gezet. Wanneer het misgaat bij een financiële instelling, betaalt de aandeelhouder en niet de belastingbetaler. Dat is een grote verbetering. Want bij de lusten van het investeringsrisico, horen de ook de lasten. Banken hebben een grote stap gezet in het afbouwen van risico’s op hun balansen, hoewel er nog veel verschillen tussen landen zijn. En er komen nu nieuwe regels om de kapitaalbuffers te verhogen. Dat is belangrijk voor een solide financiële sector die vertrouwen wil terugwinnen. Goede stappen dus, maar we zijn er nog niet. We moeten niet minder, maar juist meer samenwerken met andere lidstaten binnen Europa – samen staan we sterker. Dat is beter voor onze banken, beter voor de financiële sector als geheel, beter voor consumenten en beter voor Europa. En het Europese belang is heel vaak ook het Nederlandse belang. Want een bank die omvalt in Italië, leidt ook in Nederland tot problemen. Dat moeten we dus voorkómen.”

Joost Sneller

Wat zijn volgens u de belangrijkste prestaties van de Bankenunie?

Sneller: “De oprichting van de Bankenunie is hét bewijs dat Europese landen met elkaar kunnen samenwerken voor een gedeeld Europees belang. Europees toezicht op de grootste banken is inmiddels onomstreden. Samenwerken is echter niet altijd  makkelijk in deze politiek onzekere tijden. De Bankenunie is een onderdeel van de oplossingen die D66 voor Europa ziet. De afspraken die we met elkaar hebben gemaakt, dragen bij aan stabiliteit en een gezonde groei van de financiële sector. Dat landen verregaand willen samenwerken, dat we met elkaar een achtervang hebben afgesproken en dat banken een grote rol spelen in de oplossing in zo’n geval, is misschien niet eenvoudig of vanzelfsprekend maar volgens ons wel nodig.”

Er wordt veel gesproken over de verdere vervolmaking van de Bankenunie (EDIS) en ook over hoe de eurozone te versterken via het Europees Stabiliteit Mechanisme dat als ‘backstop’ kan dienen voor het Single Resolution Fonds. Wat zou er volgens u nog verder moeten gebeuren?

Sneller: “De Bankenunie moet nu worden af gemaakt. Met het verder afbouwen van risico’s op balansen, een Europees depositogarantiestelsel en het ‘doorknippen’ van te nauwe relaties tussen banken en overheden. Daarnaast is het belangrijk om de fictie los te laten dat alle staatsobligaties hetzelfde risico zouden kennen – laat staan dat dat risico 0 zou zijn. Op die manier kan de Bankenunie nog meer bijdragen aan een stabiel en daadkrachtig Europa. Lidstaten denken op dit moment nog vaak aan het belang van de eigen banken. Terwijl de banken van vandaag niet slechts in één lidstaat zijn gevestigd. ABN AMRO is ook actief in Frankrijk, Duitsland en Noorwegen. De Rabobank in Italië, Polen en Hongarije. En in Nederland zijn ook NIBC Direct, Handelsbanken en HSBC gevestigd. Banken denken al veel meer Europees. Logisch, want geld stopt niet aan de grens. We moeten dus op een andere manier gaan denken in Europa. Als in Polen het toezicht faalt, hebben we daar in Nederland last van. Nauwere samenwerking in Europa - en dus niet concurrentie tussen landen - is nodig om de financiële sector in de toekomst gezond te houden.”

Op welke vlakken is volgens u nog behoefte aan verdere risico-reductie? En wanneer is er sprake van voldoende risico-reductie?

Sneller: “Er zijn al grote stappen gezet in risico-reductie. Banken in Spanje hebben een grote stap gemaakt in de afbouw van niet-presterende leningen. Het is duidelijk dat het nog niet genoeg is. In sommige landen kennen banken nog steeds (veel te) veel slechte leningen. De rente die landen betalen op door hun uitgegeven staatsobligaties, geeft nog niet altijd het onderliggende risico weer. En het toezicht op de financiële sector kan nog beter.”

Hoe kijkt u aan tegen de ontwikkelingen in Italië?

Sneller: “De Italiaanse regering moet zorgen dat ze minder schulden maakt. En dat de economie weer gaat groeien. De Italiaanse populistische coalitie gebruikt deze begroting als een campagne-instrument. Daar heeft niemand wat aan – en de normale Italiaan het minst. Ik snap best dat sommige maatregelen die wél belangrijk zijn voor je economie, ook pijn doen op de korte termijn. Daar kunnen landen in Europa elkaar bij helpen, juist door als Europa Italië aan de afspraken te houden. Dat vraagt ook om leiderschap in landen zelf. Landen hebben zelf de verantwoordelijkheid om zaken op orde te hebben. En daar kunnen we elkaar bij helpen. Alleen zó is Europa sterk en de euro stabiel. Het recente ‘akkoord’ tussen de Europese Commissie en Italië (waarbij de Europese Commissie akkoord ging met de begroting van Italië, in ruil voor de toezegging van Italië om het begrotingstekort te verlagen. Red.) heeft me wel verbaasd.”

Denkt u dat er een akkoord ligt op EDIS voor het einde van dit decennium? Waar ziet u een noodzaak voor volgende stappen in de Europese integratie van de financiële sector?

Sneller “Je weet wat ze zeggen: Voorspellen is heel moeilijk, zeker als het om de toekomst gaat. Dus of dat akkoord er daadwerkelijk zal liggen in 2020 kan ik niet zeggen. Ik hoop het natuurlijk wel. Een gezamenlijk depositogarantiestelsel brengt meer stabiliteit en zekerheid voor spaarders. En het is beter om je met een grote groep gezamenlijk te verzekeren tegen risico’s. Maar dat kan alleen wanneer iedereen zich aan afspraken houdt. Daar hoort ook bij dat banken hun niet-presterende leningen afbouwen, en dat banken en overheden die te veel verstrengeld zijn die afhankelijkheid verminderen. Ik zie over het algemeen wel beweging in de goede richting, maar het tempo vind ik niet geruststellend.”

“Een volgende stap die we moeten zetten is zorgen dat de risico’s van staatsobligaties beter worden gewogen. Banken zullen meer kapitaal moeten aanhouden voor obligaties van landen met een hoger risico. Dat helpt om van die dodelijke omhelzing tussen banken en overheden af te komen en het creëert een extra prikkel voor overheden om gezond begrotingsbeleid te voeren. Het hoeft niet van vandaag op morgen, maar dit is voor de toekomst wel noodzakelijk. Ook moeten we nadenken via welke concrete tussenstappen we naar een echt Europees depositogarantiestelsel kunnen toegroeien. Misschien eerst met een aantal landen gezamenlijk of niet direct met alle banken tegelijk?”