'Iedereen hard nodig in strijd tegen mensenhandel'

30 juli 2019
Vorig jaar heeft de VN 30 juli uitgeroepen als de Werelddag tegen mensenhandel. Is dat anno 2019 nog nodig? Helaas wel, zo blijkt uit cijfers uit 2016 dat ongeveer 40 miljoen mannen, vrouwen en kinderen zich nog in moderne slavernij bevinden. Dit gebeurt ook in Nederland. In dit land wordt het aantal op 6250 slachtoffers per jaar geschat, waarvan ongeveer 69 procent slachtoffers van seksuele uitbuiting zijn. Wij vroegen aan mr. dr. drs. Jill Coster van Voorhout, sociologe en juriste, universitair docent (inter-)nationaal strafrecht aan de UvA, als expert op het gebied van mensenhandel hoe zij de bewustwording van mensenhandel in de maatschappij in de loop der jaren heeft zien veranderen.

‘Vandaag, op de internationale dag tegen mensenhandel, is het goed om weer stil te staan bij dit complexe misdrijf. In de vele jaren dat ik bezig ben met dit onderwerp valt het mij op dat veel mensen wel bewust zijn van gedwongen prostitutie als een vorm van mensenhandel. Maar mensenhandel buiten de seksindustrie is nog onderbelicht. Zo is er nog weinig bewustzijn omtrent mensenhandel met het oogmerk van arbeidsuitbuiting bijvoorbeeld in sectoren zoals land- en tuinbouw, horeca en transport. Of mensenhandel met het oogmerk van orgaanhandel. Ook lijkt niemand te denken aan hetgeen nu kortweg vaker als criminele uitbuiting wordt aangeduid, te weten het gedwongen plegen van misdrijven. Daarom is het ook goed dat de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) vandaag aandacht vraagt voor bewustwording voor mensenhandel in al haar verschijningsvormen. Alleen op die manier kunnen we mensen die door anderen worden uitgebuit beschermen.’

Er moet nog een hoop gebeuren om slachtoffers beter in beeld te krijgen. In 2017 kwam de Nationaal Rapporteur Mensenhandel met de volgende cijfers naar buiten dat slechts 958 slachtoffers in beeld zijn, dit was een daling t.o.v. 2014-2015. De Nationaal Rapporteur Mensenhandel Herman Bolhaar gaf daarop aan: ‘We moeten onze ogen hier niet voor sluiten. Mensenhandel heeft politieke topprioriteit, daarom is het van groot belang dat er meer slachtoffers in beeld komen en dat zij bescherming krijgen.’ (Slachtoffer mensenhandel 2013-2017, Nationaal Rapporteur Mensenhandel). Banken kunnen hier een belangrijke rol inspelen. Dit bevestigt Jill Coster van Voorhout als we haar vragen hoe die rol eruit zou moeten zien: 

‘Wij hebben iedereen hard nodig in de strijd tegen mensenhandel. De publieke sector kan dat niet alleen. De private sector ook niet. Daarom is het nodig dat banken op ten minste twee manieren bijdragen aan de strijd tegen mensenhandel. Ten eerste kan een bank slachtoffers van mensenhandel detecteren in bankgegevens. Zo kunnen banken, mits zij daarbij worden geholpen door publieke partijen en wetenschappers, slachtoffers aantreffen in bankgegevens. Die slachtoffers zouden anders mogelijk nooit aangetroffen worden. Zonder deze activiteit van banken zouden wij die slachtoffers niet kunnen beschermen. Ten tweede kan een bank helpen de gehele keten van hun (commerciële) klanten mensenhandel-vrij te maken. Zo krijgt het werk van een bank ook een olievlekwerking. De bank is dan niet alleen bezig met de strijd tegen mensenhandel in de eigen bedrijfsvoering. Maar de bank helpt daarmee dan ook de eigen (commerciële) klanten om geen uitbuiting in de keten toe te staan. Daardoor weet een consument ook dat alle producten of diensten op een eerlijke en duurzame manier worden gemaakt of geleverd. Daarmee versterken alle partijen, die een bijdrage kunnen leveren in de strijd tegen mensenhandel, elkaar. En dat is hard nodig.’

Dat doen banken ook in het onderzoeksproject dat Jill Coster van Voorhout als drijvende kracht meer dan vier jaar geleden startte samen met de Inspectie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en ABN AMRO in hun publiek-private samenwerkingsverband om mensenhandel tegen te gaan. In datzelfde verband ontwikkelden zij samen meer dan 26 indicatoren waarmee banken proactief slachtoffers van mensenhandel kunnen signaleren in bankgegevens. Een voorbeeld van een dergelijke indicator is dat een mensenhandelaar een werknemer betaalt maar dat zogenaamde salaris er snel weer afhaalt. 

Het goede nieuws is dat drie andere banken zich dit jaar ook aan hebben gesloten bij deze samenwerking: ING, KNAB en Rabobank, zo maakte voorzitter Chris Buijink van de Nederlandse Vereniging van Banken onlangs bekend tijdens een symposium op het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Binnen dit project zijn 72 ongebruikelijke transacties inmiddels aan de Financial Intelligence Unit gemeld, waarvan 50 verdacht zijn verklaard en als zodanig in drie clusters doorverwezen zijn naar de Inspectie SZW. Het goede nieuws is dat drie andere banken zich dit jaar ook aan hebben gesloten bij deze samenwerking: ING, KNAB en Rabobank. Dit onderzoeksproject past ook in de samenwerking die banken in 2016 zijn aangegaan in het kader van ‘het IMVO-Convenant’ met NGOs, vakbonden en de overheid om meer inzicht te krijgen in ketens waar mensenrechtenschendingen waaronder bijvoorbeeld mensenhandel plaatsvinden. Banken nemen vervolgens gepaste actie om die schendingen te voorkomen en te adresseren door o.a. met hun klanten in gesprek te gaan en actieplannen op te stellen.

Het is een groot genoegen om te zien hoe in ons publiek-private samenwerkingsverband tussen vier banken, negen publieke partijen en vijf wetenschappers aan de UvA alle organisaties hun eigen verantwoordelijkheid willen dragen met als gezamenlijk doel de bestrijding van mensenhandel.

Tot slot vroegen wij Jill Coster van Voorhout waar ze het meest trots op is en wat nog meer nodig is om het project nog meer tot een succes te maken:

‘Het is een groot genoegen om te zien hoe in ons publiek-private samenwerkingsverband tussen vier banken, negen publieke partijen en vijf wetenschappers aan de UvA alle organisaties hun eigen verantwoordelijkheid willen dragen met als gezamenlijk doel de bestrijding van mensenhandel. Er wordt zoveel geleerd, ook op financieel-technologisch vlak, dat dit doel door iedereen ook met veel plezier wordt nagestreefd. Wij hebben meer partijen nodig die samen met ons willen blijven leren en ook daadwerkelijk willen bijdragen aan dit belangrijke doel: om mensenhandel in al haar verschijningsvormen efficiënter te bestrijden en hopelijk zelfs te voorkomen. Mocht u daarin geïnteresseerd zijn, neem dan vooral contact met mij op via  J.CostervanVoorhout@UvA.nl.’