Do investors care about impact? "Beleggers betalen voor ‘groen gevoel’, niet voor meer impact”

31 mei 2021
Beleggers willen zeker duurzame keuzes maken. Maar willen ze ook meer betalen voor beleggingen met méér impact op CO2-emissiebesparing? Helaas niet, concludeert behavioural finance expert Stefan Zeisberger in zijn onderzoek: “Consumenten betalen voor een ‘groen gevoel’. Niet voor daadwerkelijk meer impact." Hoe alarmerend zijn deze onderzoeksresultaten in het licht van de Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR), MiFID II-wijzigingen en het aankomende EU-Ecolabel? En wat is Zeisbergers advies voor banken om ‘greenwashing’ te voorkomen?

English

Waarom nemen beleggers, zelfs professional, vaak suboptimale beslissingen? En wat kunnen we daar aan doen? Behavioral finance geeft antwoord op zulke vragen, aldus Stefan Zeisberger: “Mijn onderzoek was erop gericht om het gedrag van beleggers beter te kunnen begrijpen. En te kijken hoe je vervolgens de financiële besluitvorming van individuen en bedrijven kunt verbeteren.”

Zeisberger is hoogleraar Financiële economie aan de Radboud University, en hoogleraar Fintech - experimental finance aan de Universiteit van Zürich. Zeisberger: “In ‘Do investors care about impact?’ onderzochten we de relatie tussen de betalingsbereidheid (ook wel ‘willingness to pay’/‘WTP’) van ‘duurzame beleggers’ en de daadwerkelijke impact van duurzame beleggingsproducten: zijn beleggers bereid om méér te betalen voor producten met meer impact op CO2-emissiereductie? Middels een online enquete onder beleggers analyseerden we het gedrag van twee groepen beleggers: ervaren (retail)beleggers en professionele impactbeleggers. De eerste groep overigens op aandragen van de Vereniging van Effectenbezitters (VEB).”

Een groen gevoel

Wat zijn de bevindingen uit het onderzoek? Zeisberger “We ontdekten dat - hoewel investeerders een aanzienlijke WTP hebben voor duurzame investeringen - ze niet méér betalen voor een investering met meer impact. Met andere woorden: we vonden geen significant verschil in de WTP tussen een ‘lichtgroen’ product en een ‘donkergroen’ product. Noch bij particuliere beleggers, noch bij professionals.”

Wat kan de reden zijn? Zeisberger: “We zagen dat beleggers donkergroene producten niet als beter, risicovoller of succesvoller beschouwden. Wat we wel constateerden, is dat voor investeerders lichte en donkergroene producten hetzelfde ‘aanvoelen’. Een duurzame investering, onafhankelijk van de daadwerkelijke impact, lijkt investeerders een ‘warm’ of ‘groen’ gevoel te geven. Dat is alarmerend. We zouden immers graag zien dat mensen geneigd zijn om te investeren in een ‘donkergroen’ product met meer impact. Om investeerders in ons onderzoek zelfs te helpen met het beoordelen van het impactniveau, definieerden we ‘duurzaamheid’ als een duidelijk meetbare besparing op de CO2-uitstoot.”

Stefan Zeisberger, hoogleraar Financiële economie Radboud University, hoogleraar Fintech - experimental finance Universiteit van Zürich

Gebrek aan kennis en ervaring

De komende MiFID II-wijzigingen verplichten beleggingsondernemingen om beleggers te vragen naar hun ESG-duurzaamheidsvoorkeuren. Hoe nuttig zou dat kunnen zijn in het licht van Zeisbergers onderzoek? Zeisberger: “Ik denk dat het geen slecht idee is om beleggers te vragen naar die voorkeuren. Er is bij klanten een gebrek aan kennis en ervaring als het gaat om duurzaamheid. Maar datzelfde geldt ook voor bijvoorbeeld risicobereidheid. De meeste consumenten lijken in ieder geval een relatief duidelijke mening te hebben over duurzaamheid en of ze volgens bepaalde ESG-criteria willen beleggen of niet.”

“Op dat gebied is natuurlijk nog veel werk aan de winkel. We hebben bijvoorbeeld duidelijke ESG-criteria nodig en betere ESG-data op productniveau. Desalniettemin denk ik dat het geen kwaad kan om op korte termijn klanten te vragen naar hun voorkeuren, ook al blijken die voorkeuren in het begin moeilijk te vertalen naar een product. Potentiële beleggers zullen meer geven om ‘lichtgroen’ versus ‘donkergroen’ als ze zicht hebben op de milieu-impact van beleggingen.”

SFDR en/of EU Ecolabel

Volgens het onderzoek geven consumenten blijkbaar niet zoveel om impact en ontbreekt het hun aan kennis en ervaring. Hoe nuttig zou de SFDR zijn, aangezien SFDR alleen gaat over transparantie en geen ‘groen label’ is? Zeisberger: “We moeten oppassen dat we van SFDR geen overwegend juridische aangelegenheid maken. Inzichten uit behavioral finance zijn hard nodig. Het voordeel van SFDR is wat mij betreft dat elke vorm van transparantie over duurzaamheid helpt. Het kan zijn dat met meer transparantie de WTP voor ‘donkergroene’ producten toeneemt. Verdere informatie moet wel handelingsperspectief bieden: prospectussen moeten voor mensen gemakkelijk te begrijpen zijn. Anders zullen ze niet erg effectief blijken. In tegenstelling tot SFDR – die alleen gaat over transparantie - is het EU-Ecolabel een label voor producten die voldoen aan een select aantal strenge regels voldoet. Ik denk dat er ruimte is voor zowel SFDR als het EU-Ecolabel, aangezien beleggers verschillen in hun voorkeuren en kennis en ervaring. Retailklanten zijn bijvoorbeeld best gewend aan Ecolabels op andere productcategorieën, zoals koelkasten of tv's. Maar ngo’s of institutionele beleggers die druk kunnen uitoefenen op bedrijven voor meer duurzaamheid, zijn wellicht meer geïnteresseerd in meer gedetailleerde informatie over de manier waarop een bedrijf werkt. SFDR kan die transparantie geven."

Symbolen en ratings

Op basis van de uitkomsten van Zeisbergers onderzoek uit hij enige zorgen over ‘greenwashing’ door de financiële sector. Wat is zijn advies voor banken - als aanbieders van duurzame producten - om ‘greenwashing’ te vermijden? Zeisberger: “Wat we zien, is dat beleggers naar duurzamere beleggingen gaan als de duurzaamheidsrating op een begrijpelijke manier wordt gepresenteerd. Bijvoorbeeld door symbolen of ratings met een navenante benchmark. Het definiëren van wat deze symbolen, ratings en benchmarks vertegenwoordigen, is een uitdaging voor financiële marktpartijen om ‘greenwashing’ te vermijden. Een mogelijk idee is een label afkomstig van bijvoorbeeld de toezichthouder of de overheid/EU. Dat zou bruikbaar zijn voor zowel bank als klant.”