Coronacommunicatie: “Het is belangrijk om realistisch te blijven over wat je wel en niet kunt als sector”

17 juli 2020
Bart van Leeuwen is Hoofd Communicatie & Woordvoering bij de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB). En toen half maart de coronacrisis – met plotselinge lock down – zich aandiende, was het alle hens aan dek voor Van Leeuwen en collega’s van banken. Hoe laten we samen zien wat we als sector kunnen betekenen voor onze klanten (en wat niet)?

Wat zijn in zo’n crisissituatie de eerste prioriteiten als het gaat om communicatie?

Bart van Leeuwen: “In een crisis maakt iedereen zich zorgen en is er onzekerheid over welke kant het opgaat. Al vrij snel werd duidelijk dat banken een belangrijke rol konden vervullen bij het ondersteunen van bedrijven en consumenten in deze moeilijke tijden. En dat we daarin als bankensector samen konden optrekken met de overheid. Eerste prioriteit was dus: elkaar direct opzoeken en samenwerken. Niet alleen als banken onderling. Maar ook banken met toezichthouders, overheden, en andere belangenorganisaties die bijvoorbeeld ondernemers vertegenwoordigen.”

Hoe zagen jouw eerste dagen thuiswerken na de lockdown eruit?

Van Leeuwen: “Die stonden in het teken van een bijna ononderbroken stroom van videocalls. Doorgaans in groepsverband. Met inhoudelijke experts van banken en de NVB – zij maken immers beleid op wat banken samen kunnen en willen doen. Maar ook met bankbestuurders, bewindslieden en communicatiecollega’s van banken. Iedereen – op alle niveaus - ging vol aan de bak. Dankzij die samenwerking kwamen banken 19 maart al met de eerste gezamenlijke maatregelen om ondernemers te ondersteunen – de mogelijkheid van uitstel van aflossingen op hun zakelijk krediet.”

Bart van Leeuwen

En hoe zorg je dat de mensen die die ondersteuning nodig hebben, ook weten wat mogelijk is (en wat niet)?

Van Leeuwen: “Door als sector snel, helder en eenduidig te communiceren. Direct nadat we die maatregel via een videocall aan de minister van Financiën en de staatssecretaris van Economisch Zaken hadden voorgelegd, brachten we een persbericht uit. Dat was een duidelijk signaal aan onze klanten: banken staan naast jullie in deze crisis. In onze communicatie-aanpak willen we duidelijk naar voren brengen dat banken veel kunnen en willen doen, maar niet alles. We kunnen niet iedereen ‘redden’. Het adagium ‘whatever it takes’ van Mario Draghi ten tijde van de eurocrisis, is nu niet van toepassing. Banken hebben met veel belangen rekening te houden, dus wij gaan er in onze aanpak van uit: ‘Wat mógelijk is’. Banken ondersteunen bedrijven die in de kern gezond zijn en die in principe na de crisis de schade kunnen inlopen. Het is belangrijk om realistisch te blijven over wat je wel en niet kunt als sector. En goede, heldere communicatie kan dat ondersteunen. Zo brachten we bijvoorbeeld elke twee weken een Corona Monitor uit, die in veel media is gebruikt. Daarin zag je de ondersteuning van banken oplopen van 5 miljard (half april) naar 19 miljard (half juli). Ook organiseerden we persgesprekken met onze experts en bestuurders. Verder zijn er vanuit de banken zelf en heeft met name onze voorzitter Chris Buijink de nodige interviews gegeven.”

Wat heb je geleerd de afgelopen maanden?

Van Leeuwen: “Het grote belang van samenwerking. Deze crisis toont ook de meerwaarde van een belangenorganisatie heel duidelijk aan. Je bent niet alleen een platform voor leden onderling. Maar zorgt ook voor contacten met overheid, toezichthouders en andere belangenorganisaties. Bijvoorbeeld ook met brancheorganisaties waarvan de leden veel te lijden hadden vanwege de coronamaatregelen van het kabinet. Daar onderhielden we nauwe contacten mee, om te kijken hoe we de helpende hand konden bieden. Zo organiseerden we een webinar van bankexperts en de leden van InRetail. De sector heeft eenheid laten zien de afgelopen maanden. Iedereen snapt dat het in zo’n crisis niet gaat om het eigen merk. En zelfs niet om de banken als sector. Het gaat erom dat je als samenleving goed reageert op een ingrijpende crisis. Dat doen we, en daar ben ik best trots op.”