Boter bij de vis in de autobranche? Niet (meer) in cash, maar gewoon via de bank

20 juli 2021
Gaat er echt zo veel cash om in de autobranche? Is er wellicht sprake van structurele Trade Based Money Laundering (TBML)? Nee, zo bleek uit breed publiek-privaat onderzoek, waaraan ook banken meewerkten. Breed samenwerken op TMBL is noodzaak, onderstreept FEC-projectleider Tamara Pollard: “Alle partijen beschikken over een puzzelstukje informatie. Samen maak je de puzzel compleet.” Marco van Beek (Rabobank): “Inzoomen op één sector leert ons hoe we ook andere sectoren kunnen onderzoeken. En zo samenwerken aan een integer financieel systeem”.

Cash is bepaald niet gebruikelijk in de automotive sector, zoals vaak wordt gedacht. 50 tot 80 procent van de ondernemingen doet helemaal geen cashstortingen bij de grootbanken. Een enkele onderneming doet wel grote cashstortingen. Wat meteen aanleiding is voor onderzoek naar onder meer witwassen.

Zo luiden in het kort de verrassende uitkomsten van het onderzoeksrapport dat het Financieel Expertise Centrum (FEC) recent publiceerde. Het onderzoek is onderdeel van het Nationaal Plan van aanpak witwassen uit 2019. Het is een samenwerking tussen onder meer banken (ABN Amro, ING, Rabobank en Volksbank), de Financial Intelligence Unit (FIU), de Belastingdienst, FIOD, Politie en het Openbaar Ministerie (OM). Een paar banken namen al maatregelen, door bijvoorbeeld geen hoge coupures meer te accepteren van deze sector en de cash afstortingslimiet te maximeren. Wat ook zal helpen, is het wetsvoorstel dat nu bij de Raad van State ligt om cashbetalingen te maximeren tot € 3.000.

Logische en enorme goederenstroom

“De automotive sector keerde regelmatig terug in opsporings- en toezichtonderzoeken, vertelt FEC-projectleider Tamara Pollard over de aanleiding van het onderzoek: “Er speelt van alles in deze sector. Van omzetbelastingfraude tot btw-carrousellen en witwassen. Maar het vermoeden dat auto's met crimineel geld werden betaald, bleek lastig te bewijzen. Daarnaast kleefde een hardnekkig beeld aan de sector; cash betalingen werden als gebruikelijk gezien. Nederland is enorm groot in de auto-export. Dat is niet zo gek. Het aanbod aan goede, jonge auto’s met een gecontroleerde kilometerstand is groot. Wij zijn de grootste afnemers van lease-auto’s in Europa en criminelen zitten graag in sectoren waar ze niet opvallen. Sectoren met een logische en enorme goederenstroom. Met als extraatje voor de crimineel: de gemaakte witwaskosten zijn deels terug te verdienen met btw-fraude.”

Deep dive

We besloten dus om een deep dive in de automotive sector te maken, vervolgt Pollard: “Is die branche zo cash-intensief als verondersteld wordt? Wat kenmerkt malafide kopers en afnemers? Wat zijn argumenten voor b2b cashbetalingen en kunnen we deze weerleggen? Waar kunnen we interventies plegen en barrières opwerpen? Met waardevolle sectorkennis vanuit de Belastingdienst ontwikkelde Rabobank een query voor de data. Deze query is door alle samenwerkende banken onderzocht in de data. Zo konden we de aanname weerleggen dat de automotive sector cash-intensief is. 10-15% cash op de totale omzet wordt nu als normaal gezien. Een beperkt aantal ondernemingen met extreem veel cash-transacties had een aanzienlijk aandeel in de hoogte van dat percentage. Ook het gebruik van hogere denominaties bleek ongebruikelijk. Daarnaast bleken veel argumenten om b2b cash te betalen niet valide. Deze kennis is voor alle deelnemende partijen natuurlijk heel waardevol. Er bestaan meer aannames die zich in de toekomst kunnen lenen voor nader onderzoek. De samenwerkende organisaties hebben nu ook duidelijk in beeld welke interventies ze kunnen plegen en welke barrières zij kunnen opwerpen.”

Rol van de bank

Marco van Beek, senior analist Bedrijven KYC bij Rabobank, deed vanuit deze bank mee: “Onze inbreng was ten eerste onze expertise in het waarnemen van patronen in TBML en ook: het waarnemen van veranderingen daarin. Ten tweede onze expertise in het verantwoord delen van die informatie. Dus zonder de betreffende entiteiten bij naam en toenaam te noemen. Onze bank vergeleek haar waarnemingen ook met die van de andere deelnemende banken. Die uitkomsten werden vervolgens binnen de samenwerking verder geanalyseerd. Ook stonden wij aan de bakermat van de query voor eenduidige grote zoekopdrachten binnen de systemen van de aangesloten banken. Daardoor vergeleken we geen appels met peren.”

“Wat ook niet klopte is de aanname dat de autobranche veel cash zou accepteren, omdat er bij de verkoop sprake zou zijn van “boter bij de vis” (direct betalen). Dit zou uitsluitend cash kunnen, omdat een girale afhandeling te veel tijd vergt. We stelden vast dat dit argument in veel gevallen niet meer valide is, vanwege de interbancaire systemen waarmee girale transacties binnen Europa supersnel worden afgehandeld (Direct Payments).”

Aannames

Wat nemen Van Beek en Pollard mee naar een eventueel volgende onderzoek? Pollard: “Het inzicht dat het goed is om onderzoek te doen naar aannames. Er zijn legio aannames over tal van sectoren, betaalmethoden en bijvoorbeeld goederenstromen. Ga onderzoek doen in een sector om die aannames te toetsen. Klopt het beeld met de feitelijke situatie? Ik zeg altijd: je kunt je klant pas kennen als je de sector kent. Is vooruitbetaling gebruikelijk in de sector? Is het gebruikelijk dat een bepaalde goederenstroom van A naar B gaat of zou je deze andersom verwachten? Je weet pas wat afwijkend is als je weet wat gebruikelijk is.”

Know your customer, know your sector

Dat laatste beaamt ook Van Beek: “Niet alleen know your customer is van belang voor een goed klantbeeld. Maar ook know your sector. Daarnaast zagen we dat het fysiek samenkomen belangrijk was voor de samenwerking, het delen van bevindingen en het welslagen van het project.”  Pollard besluit: “Deze samenwerking was redelijk uniek. Samenwerken met zoveel organisaties is op zowel proces als inhoud echt een uitdaging. Al die bedrijfsculturen, samenwerken op ‘fenomeen-basis’ dus niet alles kunnen zeggen wat je weet en denkt, vertrouwen en een wij-gevoel opbouwen…. Veelal worden dit soort publiek-private samenwerkingen nog naast het eigen werk gedaan. Om zo’n samenwerking écht effectief te kunnen vormgeven,  moeten mensen worden vrijgemaakt zodat je meer fysieke samenkomsten kunt hebben. De coronaperiode was wat dat betreft ook nog een obstakel. Ondanks deze omstandigheden ben ik waanzinnig trots op de gezamenlijk behaalde resultaten. Zonder deze publiek-private samenwerking waren we niet gekomen waar we vandaag staan. We hebben samen een puzzel gelegd en een prachtig netwerk opgebouwd.”