Boeren en banken trekken samen op naar een duurzaam Nederland. Met de overheid aan zet

05 mei 2021
De Nederlandse agrisector loopt voorop in de export van kennis en slimme technologie. Hard nodig, gezien de snelle groei van de wereldbevolking. Innovatie is een must voor de zo gewenste transitie naar duurzame landbouw. Maar de financierbaarheid van agrarisch ondernemers staat onder druk – mede dankzij kapitaaleisen uit Basel 4. De sector moet én wil verder verduurzamen, zegt Sjaak van der Tak, voorzitter van Land- en Tuinbouworganisatie (LTO) Nederland. Banken kunnen helpen. Maar maken zich - net als de agrariërs zelf - zorgen over de inkomenspositie van boeren, aldus Chris Buijink, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Banken.

Een topsector, zo omschrijft Chris Buijink de agrisector: “Kijk naar de resultaten, en naar het kleine oppervlak waarop dat allemaal gebeurt. Innovatie is de sleutel. Dat innoverend vermogen, dáárin moet de sector kunnen blijven vooroplopen willen we toe naar een duurzaam Nederland. Waarin de agrisector ook kan fungeren als leverancier van duurzame energie. Wat is er mooier dan als jouw bedrijf ook energie levert aan nabijgelegen woonwijken? Die transitie vraagt een brede aanpak. Niet alleen financiering speelt een rol. Maar ook regie tussen de verschillende betrokken overheden. Plus een masterplan voor een duurzaam Nederland – vanuit de overheid.”

Waar moet de boer dat vandaan halen?

Een duurzame agrisector. Daar moeten we zeker heen, beaamt ook Sjaak van der Tak. “Maar er zijn wel een aantal uitdagingen voor de ondernemers die dat moeten realiseren. De eerste is stikstof – de steeds strengere richtlijnen voor stikstofuitstoot. “Kan mijn papa nog wel boer zijn?” was te lezen op spandoeken tijdens de grote boerendemonstratie op het Malieveld in 2019. Boeren hebben daar ernstige zorgen over.”

“Tweede uitdaging is het verdienvermogen van agrarisch ondernemers. Samenleving en politiek willen toe naar duurzame landbouw. Maar dat zien boeren tot op de dag van vandaag alleen terug in de kostprijs – niet in de consumentenprijs. Een voorbeeld: de melkprijzen zijn al 20 jaar gelijk. Anno 2021 is het vaak zo dat een melkveehouder een financieringslast van 3 miljoen euro heeft. Een omzet van 3 ton en een netto jaarinkomen van € 31.000. Dat is niet houdbaar. Als een ondernemer verder moet investeren in verduurzaming, waar moet hij dat vandaan halen?”

Van der Tak vervolgt: “Derde uitdaging ligt in het - ontbreken van een - level playing field. Nederlands agrariërs zijn vaak het braafste jongetje van de klas. Of het nu gaat om fruit, vlees of bloemen: de binnenlandse markt is vaak maar 20 tot 30%. Dat betekent veel import, en in het buitenland gelden vaak andere regels, bijvoorbeeld voor gewasbeschermingsmiddelen. Nederland levert vakmanschap, topkwaliteit en duurzaam ondernemerschap. In coronajaar 2020 was de sector goed voor zo’n 95 miljard omzet. Maar de bejegening van de sector in eigen land houdt niet over.”

Tekst loopt door onder beeld

Sjaak van der Tak, voorzitter Land- en Tuinbouworganisatie (LTO) Nederland

Impulsen

De overheid zou een grotere rol moeten spelen om agrarisch ondernemers te helpen richting duurzame landbouw, stelt Van der Tak: “Om onze hoge standaarden te behouden, zijn voldoende financiële middelen voor innovatie nodig. Dat vraagt een proactieve houding van de overheid. Er zijn veel maatschappelijke wensen en discussies. Maar de burger wil soms iets anders dan wat de consument in het schap kiest. Voor innovatie en technologische oplossingen die de ondernemer niet kan doorberekenen in de kostprijs, zou de  overheid moeten komen met een tussentijdse investeringsimpuls. Voor banken zie ik ook een grotere rol weggelegd bij zulke impulsen. Ze zouden bijvoorbeeld kunnen komen met aantrekkelijke financieringsvormen en -voorwaarden om ondernemers te helpen verder te verduurzamen of ondernemers die besluiten te stoppen met hun bedrijf.”

Banken: kennis en lef

Banken zijn op de goede weg, constateert Van der Tak: “In hun visies zijn ze duidelijk voorstander van de transitie naar duurzame landbouw. Maar helaas zie ik nog te weinig gebeuren  aan de keukentafel van de boer. Coöperatieve initiatieven van boeren – zoals een mestverwerkingsfabriek of biodiversiteitsprojecten – blijken ingewikkeld voor banken om te financieren. Banken hebben de kennis in huis, maar zouden meer lef kunnen hebben. Banken kunnen ook met agrariërs meedenken over toekomstige verdienmodellen in ketens, dus ook richting supermarkten die de consumentenprijzen bepalen. De bankensector en de land- en tuinbouw moeten samen optrekken richting politiek, richting het nieuwe kabinet. Waarbij wij ons buigen over de benodigde innovaties en banken komen met hun kennis over de verdien- en bedrijfsmodellen voor ondernemers en mogelijkheden om de genoemde impulsen te financieren.”

Tekst loopt door onder beeld

Chris Buijink, voorzitter Nederlandse Vereniging van Banken (NVB)

Gesprek tussen boer en bank

Buijink: “Banken kunnen levensvatbare ondernemingen bijstaan met advies. Bijvoorbeeld over duurzaam ondernemerschap, bedrijfsvoering en sectorscenario’s. Banken financieren alleen als het verantwoord is. We moeten altijd kijken of ondernemers een financiering kunnen dragen. Wat is de kracht van hun ondernemerschap? Dat vraagt om verdere verbetering van hun verdienmodel. Om eerlijk prijzen middels een ketenaanpak, waarvoor LTO al de nodige initiatieven nam. Maar ook meegaan in innovaties in bijvoorbeeld biodiversiteit en initiatieven, zoals de Rabobank Carbon Bank. Daarmee worden agrarisch ondernemers uitgedaagd om hun land groener te maken (‘CO2-opslag’), om zo de uitstoot op macroniveau te reduceren. Het gesprek tussen bank en ondernemer blijft belangrijk. Banken committeren zich middels het Klimaatcommitment aan de CO2-reductiedoelstellingen. Ze gaan vanaf volgende jaar structureel met klanten in gesprek over verduurzaming.”

Land als onderpand

De naderende implementatie van nieuwe kapitaaleisen vanuit Basel 4 hebben niet alleen impact op banken, maar zeker ook op boeren. Banken moeten hierdoor meer gaan financieren vanuit rentabiliteit en liquiditeit - bedoeld om de bankensector robuuster te maken. “Op zich een mooi streven”, vindt Buijink, “maar voor agrariërs betekent het dat de waarde hun land minder gaat meetellen als onderpand. De agro financieren wordt dus duurder voor banken. Terwijl dat volgens banken niet terecht is gezien de risico’s. Je zou de financiering aan de agrisector niet moeilijker moeten maken dan noodzakelijk – zeker gezien de uitdagingen waar de agri-ondernemer voor staat. En breder: gezien de maatschappelijke noodzaak van de transitie naar een duurzaam Nederland.”