Bart Snels (GroenLinks): “Snellere verduurzaming is voor financiële sector én maatschappij veruit het goedkoopste alternatief”

05 juni 2020
De financiële sector moet meer haast maken met verduurzaming, omdat anders straks radicale maatregelen nodig zijn. Dat en meer bepleitten de Tweede Kamerleden Snels (GroenLinks), Sneller (D’66), Bruins (CU) en Slootweg (CDA) in hun Initiatiefnota 'Van oliedom naar gezond verstand: verduurzaming van de financiële sector'. Je kunt banken moeilijk vragen te versnellen zonder ook politieke kaders te stellen, aldus initiatiefnemer Bart Snels: “Ook de politiek moet dit vraagstuk naar een nieuw niveau tillen. Dat is precies wat we beogen met onze initiatiefnota.”

Wat was voor jullie de aanleiding voor de publicatie van de initiatiefnota?

Snels: “GroenLinks ziet al langer dat de financiële sector een cruciale rol speelt in de verduurzamingsopgave. Dan gaat het natuurlijk over hoe banken, verzekeraars en pensioenfondsen via hun uitzettingen bijdragen aan de klimaatopgave. Maar het gaat ook over de financiële risico’s die enerzijds ontstaan als gevolg van de verduurzamingstransitie en anderzijds als het gevolg van fysieke klimaateffecten, zoals extreme droogte.”

“Deze thematiek staat op de agenda van de sector en toezichthouder, en ook steeds meer op die van de politiek. Er zijn dus veel initiatieven. Dat is een goede zaak. Maar tegelijkertijd merkten we dat we het overzicht niet helemaal meer hadden. Gebaseerd op het onderzoek dat we vervolgens deden, concluderen we dat de sector weliswaar de goede richting op gaat, maar dat de noodzakelijke snelheid van verduurzaming nog ontbreekt. We zien bijvoorbeeld dat er nog te weinig inzicht is in duurzaamheidsrisico’s. Inzicht in die risico’s vormt de basis om die risico’s aan te pakken. In onze nota doen we daarom voorstellen om dit naar een volgend niveau te brengen. Wat ons betreft is dit geen thema om ‘politiek theater’ mee te maken, maar vraagt dit om constructieve oplossingen en samenwerking – zowel tussen de sector als de politiek, als in de politiek zelf. Ik ben daarom heel blij dat ook D’66, ChristenUnie en het CDA meedoen.”

De wereld ziet er door de coronacrisis nu heel anders uit. Waarom juist nu deze initiatiefnota?

Snels: “We waren al wat langer met deze initiatiefnota bezig dan de coronacrisis bij ons is. Het klopt dat de wereld er door de coronacrisis heel anders uitziet. Maar dat betekent niet dat de maatschappelijke uitdagingen van voor de coronacrisis niet langer bij ons zijn. Dat geldt in extreme mate voor de verduurzamingsopgave. We mogen het niet laten gebeuren dat we onze inzet daarop door corona laten verslappen. Sterker nog, deze crisis is een kans om extra in te zetten op een groen herstel. Daarom hebben we deze nota nu alsnog ingediend.”

Hoe kijkt u naar de rol van banken in het bereiken van de doelstellingen van het Klimaatakkoord van Parijs? En hoe vindt u dat banken die rol nu vervullen?

Snels: “Het wordt geregeld benadrukt dat Nederlandse banken internationaal voorop lopen als het gaat om duurzaamheid. Dat is een goed uitgangspunt, omdat de rol van financiers van de klimaatopgave moeilijk onderschat kan worden. Tegelijkertijd moeten we ervoor oppassen dat we niet te lang stil staan bij dat we nu vanuit A vertrokken zijn. We moeten zo snel mogelijk naar B toe. We zitten bijvoorbeeld, als het om investeringen gaat, met een enorme bruine erfenis. Daar moeten we wat mee. Tegelijkertijd blijkt uit DNB-onderzoek dat veel van de CO2-intensieve uitzettingen de laatste tijd juist toenemen in omvang. Die verduurzaming gaat dus niet snel genoeg.”

“Een ander voorbeeld is het Klimaatakkoordcommitment van de financiële sector. Goed natuurlijk dat banken zich eraan committeren vanaf 2022 reductiedoelstellingen en –strategieën openbaar te maken. Maar dan denk ik ook: welke harde afspraken zorgen ervoor dat die reductiedoelstellingen ook ambitieus genoeg zijn? En bij de ondertekening van de Spitsbergenambitie in 2018 is door een aantal partijen al iets soortgelijks afgesproken. Waarom zien we dan nu niet al veel meer uitgesproken ambities en rapportages over duurzaamheidsrisico’s?

Tegelijkertijd raakt dit punt aan de rol van banken in verduurzaming. Het is me te makkelijk de schuld op dit punt maar naar de banken te schuiven. Want het is natuurlijk ook een probleem van de politiek dat er in het Klimaatakkoord geen harde sturing zit op het ambitieniveau. Je kunt banken moeilijk vragen te versnellen zonder ook in de politiek iets neer te zetten via deadlines, normeringen en beprijzingen. Ook vanuit ons is het hoog tijd om het vraagstuk naar een nieuw niveau te tillen. Dat is precies wat we met onze initiatiefnota beogen te doen.”

Tekst loopt door onder de afbeelding

Bart Snels

In de nota staat dat ‘een snelle en ordentelijke verduurzaming niet alleen wenselijk is voor de toekomstige leefomgeving, maar juist ook maatschappelijk veruit het goedkoopste. Gezond verstand noopt tot ambitie.’ Kunt u toelichten waarom snelle verduurzaming volgens jullie maatschappelijk het goedkoopste is?

Snels: “Zoals ik al even aanstipte, zijn de twee voornaamste duurzaamheidsrisico’s transitierisico’s en fysieke risico’s. Transitierisico’s ontstaan als financiële instellingen in hun investeringen niet meebewegen met de verduurzamingstransitie. Dan kom je met stranded assets te zitten. Fysieke risico’s ontstaan doordat investeringen geraakt worden door klimaatverandering en biodiversiteitsverlies. Denk bijvoorbeeld aan extreem weer en waterschaarste. Er zit een zekere afruil in de mate van transitierisico’s en fysieke risico’s. Als we sneller verduurzamen, zijn de transitierisico’s iets hoger, maar beperk je de fysieke risico’s op de langere termijn. Als we niet verduurzamen, zijn er geen transitierisico’s, maar is de klimaat- en natuurschade zo groot dat de fysieke risico’s gigantisch zijn. Het schrikbeeld is dat we nu te weinig aan verduurzaming doen en er over een tijdje, als het eigenlijk al te laat is, achter komen dat we als de wiederweerga alsnog door die transitie heen moeten. Dan zijn zowel je transitierisico’s als fysieke risico’s hoog.”

“Vervolgens is de vraag: welk scenario levert de minste materiële risico’s op voor samenleving en sector? Instituten als De Nederlandsche bank (DNB), de Bank of England en de Bank for International Settlements hebben daar interessant onderzoek naar gedaan. Dan blijkt ten eerste dat we nu op koers liggen voor een late, chaotische transitie en ten tweede dat de korte termijnkosten van versnelling vele malen lager zijn dan de lange termijnkosten van te weinig verduurzaming. Meer ambitie nu zal op de lange termijn daarom voor zowel de sector als de samenleving veruit het goedkoopste blijken.”

In de initiatiefnota benoemen jullie het belang van een helder tijdspad en voorspelbare beleidstrajecten voor financiële instellingen om hun duurzaamheidsdoelstellingen te realiseren. Hoe kijkt u naar de rol van de overheid in het bewerkstelligen van deze tijdspaden en beleidstrajecten?

Snels: “Aanhakend op mijn vorige antwoord: je transitierisico’s worden te hoog, als je nu eist dat fossiele investeringen bijvoorbeeld binnen drie jaar naar nul gaan. Dat gaat simpelweg niet. Dat laat zien dat je niet alleen ambitieus moet zijn, maar ook helderheid moet geven richting de sector. Dan kan de sector daar zelf op anticiperen en komt die stroomversnelling op gang. Er ligt dus een hele expliciete verantwoordelijkheid voor de overheid om richting te geven aan een ambitieuze doch ordentelijke transitie.”

“Het is daarom tekenend dat haast alle banken de politiek vragen om een CO2-heffing. Analytisch realiseer ik me dat investeringen van banken moeilijk kunt vergroenen als je die economie zelf nauwelijks vergroent. Je kan de verduurzaming van de financiële sector daarom niet los zien van veel breder economisch transitiebeleid. Mijn partij maakt zich al lange tijd hard voor ambitie op dat punt.

Tegelijkertijd zijn er wel degelijk stappen die je kan zetten om meer specifiek de verduurzaming van de financiële sector te versnellen. Dat gaat bijvoorbeeld over de mate waarin financiële instellingen transparant zijn over duurzaamheidsrisico’s en de voetafdruk van hun uitzettingen. Daar moeten belangrijke stappen gezet worden en onze nota besteed daar dan ook uitgebreide aandacht aan.” 

Jullie roepen de regering op om de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) onderzoek te laten doen naar publiek-private duurzaamheidsrisico’s. Wat verwachten jullie van zo’n onderzoek?

Snels: “Op de langere termijn ontkomen we er niet aan dat met de verduurzaming van de financiële sector verdelingsvraagstukken ontstaan. Neem bijvoorbeeld het vraagstuk hoe je als toezichthouder en politiek wilt omgaan met een concentratie van fysieke risico’s. De beleidsreflex is dan natuurlijk: voor hogere risico’s moet je hogere buffers aanleggen. Maar bij fysieke risico’s kan dit er bijvoorbeeld toe leiden dat banken hogere vergoedingen gaan vragen voor hypotheken in het Hollandse laagland dan voor die in de Limburgse heuvels. Wat moet de bank dan doen? En de toezichthouder? Dan kom je maatschappelijk op zeer glad ijs terecht. Het kan best nog eventjes duren voordat we daadwerkelijk met dit soort vraagstukken geconfronteerd worden. Maar als ze er zijn, is de impact groot. De WRR heeft zowel een economische als bredere expertise. Daarom lijkt het ons zeer verstandig als zij in staat gesteld wordt om eens diep na te denken over wat voor verdelingsvraagstukken we, als het gaat om financiële risico’s en duurzaamheid, op ons af krijgen. Alleen door daar goed over na te denken kunnen we er vervolgens adequaat op anticiperen.”

De Europese Commissie presenteerde vorig jaar haar Green Deal. Hierin is ook aandacht voor de rol van de financiële sector. Hoe kijkt u naar de samenhang tussen de Europese en Nederlandse ambities?

Snels: “In algemene zin heeft transitiebeleid op Europees en Nederlands niveau, met name via de Green Deal en het Klimaatakkoord, een belangrijke invloed op wat en hoe financiële instellingen kunnen financieren. Het is daarom goed dat Nederland in Brussel vrij ambitieus inzet op verduurzaming. Op dat punt zit er dus wel een samenhang tussen het Nederlandse en Europese.

Daarnaast is de vraag: welk specifiek op de financiële sector gericht verduurzamingsbeleid wil je op Nederlands niveau regelen, en welk op Europees niveau? Voor een Europese aanpak is gegeven het internationale speelveld van de sector natuurlijk veel te zeggen. Daarom roepen we de minister op om zich ook harder in te spannen op sommige punten in de Europese context. Denk bijvoorbeeld aan het verbreden van de groene taxonomie richting een taxonomie die op alle investeringen van toepassing is. Dat moet je niet in Den Haag willen regelen, maar kan je wel van daaruit aanjagen. Tegelijkertijd brengt het internationale speelveld meer traagheid met zich mee en is er ook een aantal punten waarop we nu al zelf stappen kunnen zetten. Denk bijvoorbeeld aan rapportageverplichtingen, reductiedoelstellingen en de bankenbelasting. Laten we daar dan ook zelf al de versnelling inzetten.”

Volgend jaar zijn de Tweede Kamerverkiezingen. Gaan we de voorstellen uit de initiatiefnota terugzien in het nieuwe regeerakkoord?

Snels: “De kans is groot dat één of meer van de indienende partijen zitting neemt in een volgend kabinet. En de agenda die we voorstellen, is er nadrukkelijk een waarvan we hopen dat er nog veel langer op verder gebouwd zal worden. Ook hopen we breder steun te ontvangen uit de Kamer, naar aanleiding van het debat dat we over de initiatiefnota zullen gaan voeren. Daarmee proberen we een solide politieke basis te leggen om dit thema de komende jaren verder te brengen.”