“Banken, laat op een positieve manier zien welk gedrag je van medewerkers verwacht”

21 november 2017
VAN BUITEN NAAR BINNEN: Jonathan Soeharno, hoogleraar rechtspleging in rechtsfilosofisch perspectief aan de Universiteit van Amsterdam, tevens advocaat De Brauw Blackstone Westbroek.

Sinds 2015 hebben bankmedewerkers te maken met de bankierseed en het tuchtrecht. Twee instrumenten met als doel het zelfreinigend vermogen binnen banken te vergroten. In de verfijning van de bankierseed – bijvoorbeeld met best practices - ligt volgens hoogleraar en jurist Jonathan Soeharno een kans voor banken: “Met concrete voorbeelden per functiegroep kun je als bank op een positieve manier laten zien welk gedrag je van medewerkers verwacht.”

Jonathan Soeharno is hoogleraar rechtspleging in rechtsfilosofisch perspectief aan de Universiteit van Amsterdam en advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek. Soeharno’s onderzoeksveld is integriteit. Niet alleen binnen beroepen zoals rechters, advocaten en notarissen. Maar ook integriteit binnen ondernemingen, zoals banken.

Wat is vanuit uw wetenschappelijk perspectief de waarde van de bankierseed?

Soeharno: “De bankierseed zorgt ervoor dat een bankmedewerker uitdrukkelijk - met een eigen verklaring - de gedragsregels onderschrijft. De belangrijkste regel daarin is: zet het klantbelang centraal. Door het uitspreken ervan wordt iemand zich bewust van het feit dat die gedragsregels ook voor hem of haar persoonlijk gelden. De hoop is dat die bewustwording een rol gaat spelen in de praktijk. Dat bankmedewerkers elkaar daarop gaan aanspreken. En dat zij daarop aanspreekbaar worden ten opzichte van de samenleving. Maar het is uiteindelijk niet de eed die de bankmedewerker geloofwaardig maakt. Het is andersom: de bankmedewerker moet de eed geloofwaardig maken.”

Wat doet het tuchtrecht banken precies?

“Men wilde de bankierseed niet tandeloos laten zijn. Er moesten gevolgen zijn voor diegenen die zich niet aan de eed zouden houden. Het tuchtrecht waarborgt echter maar een klein deel van de eed. Want het tuchtrecht kijkt alleen naar ernstig verwijtbare gedragingen van individuele bankmedewerkers.

Kijken we naar de uitspraken tot nu toe, dan gaat het om inktzwarte gedragingen van individuen. Maar de gedragsregels uit de eed gaan ook over grijze en lichtgrijze gedragingen: niet alleen over worst practices, maar ook over best practices. Staat bijvoorbeeld het klantbelang centraal bij nieuwe financiële producten, bij intakeprocedures van klanten en bij de manier waarop een bank adverteert? Dat zijn zaken die niet door het tuchtrecht worden gewaarborgd. Daarvoor moeten we kijken naar andere instrumenten zoals compliance, training, systeemtoezicht en good governance.”

Hoe kunnen banken volgens u het zelfreinigend vermogen in de sector vergroten?

“Door voor iedere functie duidelijker te maken wat de bankierseed specifiek inhoudt. De eed is weliswaar dezelfde voor alle bankiers, maar de ene bankier is de andere niet. Er zijn grote verschillen tussen functies in banken - denk aan corporate finance versus ICT, compliance versus marketing, of een call center versus bijzonder beheer. Het is lang niet altijd duidelijk wat de bankierseed concreet betekent. Om dit duidelijk te maken, denk ik niet zozeer aan extra regels, maar eerder aan voorbeelden - zoals best practices - per functie. Zodat elke bankmedewerker begrijpt wat de eed in praktijk voor hem of haar kan betekenen. Dat biedt de bank ook de mogelijkheid om op een positieve manier te laten zien welk gedrag men van medewerkers wenst, in plaats van alleen te benadrukken waarvan medewerkers moeten wegblijven.”