Bank & taxonomie: wat zijn de ervaringen van een ‘publieke’ bank en een ontwikkelingsbank?

21 juli 2022
De EU Taxonomie wordt gezien als echte drijfveer naar een duurzame economie via de financiële sector. Voor financiële instellingen en stakeholders betekent het een wettelijke verplichting tot ‘vergroenen’ en daarover rapporteren in het openbaar. Wat betekent de taxonomie voor een ‘publieke’ bank als NWB Bank en een ontwikkelingsbank als FMO? Wilke de Boer (NWB Bank) en Jim Bredemus (FMO) aan het woord in deel II van onze reeks ‘Bank & taxonomie’.

Wat maakt uw bank anders dan (commerciële) banken, als we kijken naar de NWB Bank en FMO?

"De NWB Bank is een 'promotional bank’, wat inhoudt dat wij onze klanten middels financiering helpen om hun maatschappelijke doelen te realiseren ", aldus Wilke de Boer, Legal Counsel Sustainable Finance bij de NWB Bank. "Dit klinkt misschien wat abstract, maar wij financieren in principe alles waar de Nederlandse samenleving baat bij heeft. Onze klanten zijn publieke organisaties, zoals waterschappen, woningcorporaties, gemeenten en zorginstellingen. De NWB Bank verstrekt leningen tegen relatief lage kosten en draagt op die manier bij aan een goed functionerende en kostenefficiënte publieke sector. We vinden het allemaal vanzelfsprekend dat onze gemeente elke week onze afvalcontainer leegt en dat er schoon water uit onze kraan stroomt. Maar achter de schermen is daar financiering voor nodig. Onze bank vervult daarin al vele jaren een onmisbare rol. Als publieke-sector-bank beperken wij onze financiering tot klanten die op de een of andere manier gelieerd zijn aan de overheid. Ons klantenbestand ziet er dan ook heel anders uit dan dat van een commerciële bank.”

Jim Bredemus is Regulatory policy & strategy specialist bij FMO: "FMO biedt financiering en adviesdiensten aan de private sector in opkomende markten om klimaatverandering aan te pakken, ongelijkheid te verminderen en de werkgelegenheid te stimuleren. In tegenstelling tot andere banken investeren wij alleen in landen met lage en middeninkomens buiten de EU. Wij zijn erop ingesteld om krediet- en landenrisico's te nemen die commerciële partijen niet kunnen of willen nemen. Vanaf 2021 zijn wij actief in 83 landen in Afrika, Azië, Oost-Europa en Centraal-Azië, en Latijns-Amerika. Tegelijkertijd zijn we een bank met een volledige vergunning en onderworpen aan alle Europese regelgeving. Net als alle andere Europese banken zijn we verplicht om de Taxonomie toe te passen in onze rapportages.”

Kunt u iets meer vertellen over de impact van de Taxonomie op uw banken?

De Boer (NWB Bank): "Veel organisaties proberen nu duurzaamheid en zingeving te integreren in hun bestaande businessmodellen. Het goede nieuws is dat onze bank dit niet hoeft te doen. Het creëren van maatschappelijke meerwaarde op de lange termijn staat aan de basis van ons mandaat als promotional bank. We zijn als bank opgericht door de waterschappen om hen te helpen bij de enorme investeringsopgave om ons land te beschermen tegen het water. Duurzaamheid zit dus in onze genen, maar ook de andere sectoren die we financieren, zoals de sociale woningbouw en zorg, zijn volop bezig met verduurzaming. De NWB Bank helpt dus volop mee aan de duurzame transitie van de Nederlandse publieke sector. Tot nu toe zou je kunnen zeggen dat de impact van de EU-taxonomie beperkt is: we hoeven ons bestaande bedrijfsmodel niet aan te passen om een 'groene' of 'duurzame' bank te zijn. Om die reden stonden we te popelen om met de EU-taxonomie aan de slag te gaan, ook al zijn we niet verplicht om hieronder te rapporteren. Toen we echter de EU-taxonomie gingen toepassen voor onze eligibility rapportage, moesten we concluderen dat de huidige methodologie niet werkt voor onze bank en onze klanten.”

Bredemus (FMO): “In eerste instantie is FMO goed voorbereid op de Taxonomie omdat we ervaring hebben met ESG-scores, risicobeheer en effectmeting. Het is ook onderdeel van onze bedrijfsethiek om transparant te zijn over onze beleggingen, welke resultaten we hebben bereikt en hoe we die meten. Maar het venijn zit hem in de details. De impact van de Taxonomie is nog onzeker, aangezien de aanpak van de toepassing ervan op niet-EU-posities nog ter discussie staat.

Tekst gaat verder onder beeld

Wilke de Boer, Legal Counsel Sustainable Finance NWB Bank
Wilke de Boer, Legal Counsel Sustainable Finance, NWB Bank

De EU-taxonomie vereist dat banken een groene activa-ratio (GAR) rapporteren, eenvoudig gezegd het resultaat van hun groene investeringen (teller) / hun totale investeringen (noemer). Wat zijn de specifieke uitdagingen bij het toepassen van de Taxonomie?

De Boer (NWB Bank): "Volgens de huidige methodologie van de EU-taxonomie moeten banken zogeheten ‘niet-NFRD exposures’ uitsluiten van de teller. Het overgrote deel van de portefeuille van een promotional bank bestaat uit klanten in de publieke sector die niet onder de NFRD hoeven te rapporteren. Dit betekent dat wij deze exposures niet kunnen opnemen in de teller voor onze GAR-berekening, hetgeen resulteert in een lage GAR. Wij denken dat de gekozen focus op NFRD-klanten beter aansluit bij het bedrijfsmodel van commerciële banken. De EU-taxonomie laat ruimte voor exposures in ‘sociale woningbouw’ en ‘overige financiering aan lokale overheden’, maar dit biedt helaas geen uitkomst voor onze bank. Ruwweg 1 op de 3 sociale woningbouwprojecten in Nederland wordt door onze bank gefinancierd en er worden enorm veel duurzaamheidsinvesteringen in deze sector gedaan, maar wij kunnen deze exposures niet meenemen in onze GAR-berekening. Volgens de huidige methodologie van de EU-taxonomie moeten leningen voor sociale woningbouw namelijk aan gemeenten worden verstrekt. In Nederland is de sociale woningbouw echter niet bij gemeenten ondergebracht, maar bij woningcorporaties. Ook kunnen we geen gebruik maken van de categorie ‘overige financiering lokale overheid’, omdat wij over het algemeen balansfinanciering verstrekken aan lokale overheden. Daarbij wordt niet zozeer een specifieke activiteit gefinancierd, maar de generieke financieringsbehoefte van de klant. Als wij deze klanten in onze GAR-berekening willen opnemen, zouden wij hen voortaan via projectfinanciering moeten bedienen, waarbij het bestedingsdoel bekend is. Daar is een aparte zogenoemde SPV-structuur voor nodig en de NWB Bank en haar klanten in de publieke sector zijn daar niet op ingericht.

Bredemus (FMO): “Het grootste probleem voor FMO is dat wij, omdat onze activiteiten zich buiten de EU afspelen (en dus alle tegenpartijen die zich niet aan de NFRD houden), geen taxonomiegegevens van onze klanten ontvangen en dat deze gegevens niet op de markt kunnen worden gekocht. De richtlijn is, begrijpelijkerwijs, op de EU gericht en dat brengt ook uitdagingen met zich mee. Sommige van de taxonomiestandaarden, met name met betrekking tot ‘Do No Significant Harm’, verwijzen naar Europese richtlijnen die wettelijk niet van toepassing zijn in onze markten. In sommige van onze markten worden lokale taxonomieën ontwikkeld en de overgangstrajecten verschillen van die in Europa, maar de huidige taxonomie houdt daar geen rekening mee. Technisch gezien is er nog steeds geen manier om activiteiten buiten de EU op te nemen als subsidiabel of gelijkgetrokken, omdat deze gebaseerd moeten zijn op feitelijke gegevens die in overeenstemming met de NFRD openbaar worden gemaakt. Wij zijn in overleg met beleidsmakers die deze tekortkoming erkennen en van plan zijn dit in de nabije toekomst aan te pakken, en wij hopen dat enige flexibiliteit wordt geboden om ramingen of prognoses te gebruiken wanneer primaire gegevens niet beschikbaar zijn."

Over welke punten maakt u zich zorgen? Heeft dit gevolgen voor uw klanten?

De Boer (NWB Bank): "Onze conclusie is dat wij veel 'groene' activiteiten financieren, maar dat deze niet als 'groen' kwalificeren onder het huidige regime van de EU-taxonomie. Als de methodologie van de EU-taxonomie niet verandert, zal de NWB Bank waarschijnlijk (vrijwillig) een lage GAR rapporteren. Wij zijn een belangrijke uitgever van groene obligaties, met een grote vraag van beleggers naar bijvoorbeeld onze ‘Waterobligaties', die worden gebruikt voor klimaatgerelateerde investeringen van waterschappen. Als de interesse van investeerders in onze obligaties afneemt als gevolg van een lage GAR, kan dit mogelijk leiden tot hogere leenkosten voor de publieke sector. Dit zou indruisen tegen de rol die wij als promotional bank willen vervullen: een betaalbare transitie naar een duurzamere publieke sector mogelijk maken. Wij willen de EU-taxonomie graag laten werken voor ons type bank. Dit is mogelijk door ‘balansfinanciering voor lokale overheden’ binnen het toepassingsgebied van de EU-taxonomie te brengen. Op die manier kunnen wij onze rol als promotional bank naar behoren blijven uitoefenen en gelden laten stromen naar ‘groene' activiteiten in de publieke sector."

Bredemus (FMO): "Zolang de kwestie met de posities buiten de EU niet is opgelost, zal FMO waarschijnlijk een lage groene activa-ratio rapporteren. Dit zou een negatief effect kunnen hebben op onze reputatie, ons vermogen om groene obligaties uit te geven en om commerciële financiering naar opkomende markten te brengen. Meer in het algemeen is onze grootste zorg dat de Taxonomie het onbedoelde gevolg kan hebben dat duurzame of overgangsinvesteringen in landen met lage en middeninkomens worden ontmoedigd. Als de EU-standaarden en gegevensvereisten moeilijk toe te passen zijn, of als de complexiteit en de lasten voor klanten te hoog zijn, kan het moeilijk zijn om investeringen als duurzaam te rapporteren en zou dit investeerders ertoe aanzetten om alleen grotere bedrijven te financieren die actief zijn in meer ontwikkelde markten waar de taxonomievereisten gemakkelijker nageleefd en geverifieerd kunnen worden.

Tekst gaat verder onder beeld

Jim Bredemus, Regulatory policy & strategy specialist, FMO

Jim Bredemus, Regulatory policy & strategy specialist, FMO

De Taxonomie kan als behoorlijk complex worden omschreven. Hoe maakt uw bank er een uitdaging van om tot een duurzamere economie te komen?

De Boer (NWB Bank): "We beschikken over veel expertise op het gebied van duurzame financiering. De EU-taxonomie is complex, maar ik heb er alle vertrouwen in dat wij, samen met andere Europese promotional banks, dit instrument in de toekomst in ons voordeel kunnen gebruiken. Ik vind comfort in de gedachte: als promotional banks niet als duurzaam worden beschouwd, welk type bank dan wel?”

Bredemus (FMO): "Het is belangrijk om na te denken over de lange termijn en de voordelen die de Taxonomie kan opleveren voor de financiële sector en de samenleving. Dit is slechts het begin van een reis. De Taxonomie kan een manier zijn voor opkomende markten om het potentieel van duurzame financiering in hun land beter te laten zien, gesteund door gemeenschappelijke standaarden en gegevens. Samen met onze collega's willen we een brug slaan tussen de EU-regelgeving en de duurzame aanpak van onze klanten. De Taxonomieverordening leidt tot harmonisatie en samen met de duurzaamheidsstandaarden van de ISSB moet dit de ruis en complexiteit rond duurzaamheidsrapportage verminderen. Idealiter laat de rest van de wereld zich inspireren door de inspanningen van de EU op het gebied van duurzame financiering en zullen er na verloop van tijd wereldwijde standaarden ontstaan."