Beleggen
Beleggen is de laatste jaren populair, maar het is gecompliceerder en risicovoller dan sparen. De risico’s bestaan uit onzekerheid over het uiteindelijke te behalen rendement en het behoud van de investering. Niet elke belegging brengt hetzelfde risico met zich mee. Er zijn diverse soorten beleggingen met grote verschillen in risico’s, waarbij een duidelijk verband bestaat tussen de hoogte van het verwachte rendement en de hoogte van het risico. Effecten zijn te verdelen in de hoofdgroepen obligaties, aandelen, derivaten, warrants en overige effecten. Naast het individueel beleggen bestaat de mogelijkheid om collectief te beleggen via beleggingsmaatschappijen en beleggingsfondsen. Elke bank kent een eigen assortiment van beleggingsproducten. Voor concrete informatie over beleggingsproducten en advies verwijzen dient u zich tot uw eigen bank te wenden. Deze pagina beschrijft de verschillende soorten beleggingsvormen.
Obligaties
Een belegger die een laag risico wil lopen, kan kiezen voor gewone obligaties. De gewone obligaties zijn schuldbewijzen en eigenlijk niets anders dan leningen. De belegger leent dus zijn geld aan de overheid, semi-overheid of aan het bedrijfsleven. Daar staat een vaste vergoeding tegenover in de vorm van een rente percentage, de zogenaamde couponrente. Een ander voordeel van een obligatie is dat de hoofdsom van de obligatie op een vooraf vastgestelde datum door de uitgever van de obligatie weer zal worden terugbetaald, de zogenaamde lossingsdatum. Het grootste risico bij een gewone obligatie is een faillissement. Bij faillissement zijn de rechten als van de obligatiehouder als schuldeiser veel sterker dan die van een aandeelhouder. De hoogte van de rentevergoeding, de resterende looptijd en de hoogte van de rente op de kapitaalmarkt zijn de voornaamste factoren voor de koersvorming. Obligaties zijn verhandelbaar op de beurs.
Naast de gewone obligaties bestaan er obligaties met een hoger risico. De te onderscheiden types van obligaties zijn:
- kapitaalobligatie
- converteerbare obligatie
- reverse exchangable obligatie
Een kapitaalobligatie behoort in tegenstelling tot een gewone obligatie tot het Eigen Vermogen van de uitgever van de obligatie. In geval van faillissement zijn de rechten van de obligatiehouders gelijk te stellen aan de rechten van de aandeelhouder.
Een converteerbare obligatie is een obligatie die het recht geeft om tussentijds of aan het einde van de looptijd te worden omgezet naar aandelen. Gedurende de looptijd wordt de koers, naast de rentevergoeding, de resterende looptijd en de kapitaalmarktrente, eveneens bepaald door de koers van het onderliggende aandeel.
Een reverse exchangable is een obligatie met een zeer korte looptijd (meestal 1 à 2 jaar) en een hoog risico. De voorwaarden van de obligatielening bieden de uitgever de mogelijkheid de nominale waarde van de obligatie uit te betalen in contanten of hiervoor in de plaats de onderliggende aandelen te leveren. Deze obligatie kent dezelfde risico’s als het beleggen in aandelen. Een ander kenmerk voor een reverse exchangable is dat de couponrente bijzonder hoog is.
Aandelen
Een belegger kan ook kiezen voor een deelname in een bedrijf. De deelname kan worden verkregen door het kopen van aandelen. Doordat de belegger nu tot de eigenaren van een bedrijf behoort, deelt hij ten volle in de voor- en tegenspoed van die onderneming. Hij heeft ook recht op een winstuitkering, ofwel dividend. Een belegger weet nooit van tevoren hoeveel winst een onderneming gaat maken en weet dus nooit vooraf of en hoe hoog het dividend zal zijn. Als mede-eigenaar kan de aandeelhouder zich tijdens de jaarvergadering uitspreken over:
- de prestaties van de bestuurders;
- de hoogte van het dividend;
- de salariëring, etcetera van de bestuurders.
Ondanks die mogelijkheid loopt de belegger dus meer risico dan bij gewone obligaties. Aandelen zijn verhandelbaar op de beurs.
Derivaten
Derivaten zijn van financiële waarden afgeleide producten, oorspronkelijk bedoeld om risico’s van het beleggen af te dekken. Tegenwoordig gebruiken steeds meer beleggers derivaten als zelfstandige beleggingen. De meest bekende zijn de aandelenopties waarmee beleggers een recht kopen om voor een bepaald bedrag aandelen te kopen of te verkopen. Het risico is groter dan bij aandelen. Daar staat tegenover dat derivaten meer rendement kunnen opleveren. Er zijn callopties en putopties:
- Callopties
De koper van een calloptie heeft het recht om binnen een vooraf overeengekomen tijd tegen een vooraf vastgesteld bedrag aandelen in een bepaalde onderneming te kopen. Daar tegenover staat de verkoper (schrijver) die de verplichting op zich heeft genomen om de onderliggende waarde te leveren tegen de vooraf afgesproken prijs, als de koper zijn optie wil uitoefenen. - Putopties
De koper van een putoptie heeft het recht om binnen een vooraf overeengekomen tijd tegen een vooraf vastgesteld bedrag aandelen in een bepaalde onderneming te verkopen. Daar tegenover staat de verkoper (schrijver) die de verplichting op zich heeft genomen om de onderliggende waarde te kopen tegen de vooraf afgesproken prijs, als de koper zijn optie wil uitoefenen.
De uitoefening van de contracten wordt exercise en assignment genoemd en vindt uitsluitend plaats indien de opties in de money zijn. Voor een calloptie betekent het dat de koers/ prijs van de aandelen hoger ligt dan die van de optie en voor de putoptie betekent het dat de koers/ prijs van de aandelen lager ligt dan die van de optie.
Warrants
De warrant is evenals een derivaat een van financiële waarden afgeleid product. Een warrant geeft het recht, maar niet de verplichting om, vóór of op het einde van de looptijd van de warrant, financiële waarden te kopen (call) dan wel te verkopen (put) tegen een vooraf vastgestelde prijs. De vastgestelde prijs wordt de uitoefenprijs genoemd. De houder van een warrant is dus vrij om dit recht al dan niet uit te oefenen. Hij betaalt hiervoor een premie, die maar een deel van de onderliggende waarde is. Het recht is slechts een vooraf bepaalde periode geldig. Na de vervaldag vervalt het recht en verliest de warrant dus zijn waarde.
Warrants onderscheiden zich op een aantal punten van opties. De belangrijkste verschillen zijn:
- Een optie is een standaardproduct uitgegeven door de optiebeurs. Het heeft een vaste uitoefenprijs en een standaard aflooptermijn, ook betreft het een standaard aantal van onderliggende warde, Een warrant wordt door een financiële instelling uitgegeven, die bovenstaande variabelen bepaalt per uitgegeven warrant.
- Bij warrants ligt het aantal uitstaande contracten vast. Bij opties is het aantal contracten variabel.
- Het kredietrisico – het risico dat bepaalde partijen niet aan hun verplichtingen kunnen voldoen - bij opties wordt gedragen door de Clearing Organisatie. Deze organisatie stelt margin eisen aan partijen die short gaan. Daardoor is het kredietrisico vrijwel nihil. Bij warrants is de belegger afhankelijk van de dekking door de uitgever van de warrants.
- Warrants hebben meestal een langere looptijd dan opties.
Opties hebben hoofdzakelijk binnenlandse aandelen als onderliggende waarde, warrants heb je ook op buitenlandse aandelen, aandelenmandjes, etcetera. De risico’s bij warrants zijn bijna gelijk als de risico’s verbonden aan derivaten.