Round Borders
Round Borders
Round Borders

Publicatiedatum: 8 oktober 2007

EU-richtlijn beleggingsdiensten MiFID per 1 november in Nederland invoeren

 

De trage invoering van de Europese richtlijn voor beleggingen MiFID kan de Nederlandse financiële sector schaden. “We weten dat er hard aan wordt gewerkt, maar de Nederlandse bankensector dreigt hiermee internationaal gezien een slecht figuur te slaan. Vergeleken met de landen die hun zaken tijdig hebben geregeld worden banken in ons land in elk geval tijdelijk op achterstand gezet als het om hun concurrentiepositie gaat”, zegt Wim Mijs, directeur van de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB).

 

De invoering van de MiFID-richtlijn in Nederlandse wetgeving had per 1 januari 2007 klaar moeten zijn. Een belangrijk onderdeel van de MiFID is het Europees paspoort voor financiële instellingen, waarmee zij in andere lidstaten diensten aan beleggers mogen aanbieden. Nederland dreigt nu met al deze landen bilaterale overeenkomsten te moeten afsluiten. “Het is onzeker in hoeverre toezichthouders in deze landen hiermee soepel zullen omgaan, hoewel er een aanbeveling ligt van de Europese koepel van toezichthouders, CESR”, aldus Mijs, die een beroep doet op de Nederlandse politiek om de nieuwe Nederlandse wetgeving snel voor elkaar te brengen.

 

De parlementaire behandeling van de MiFID vindt op 10 oktober plaats. De NVB heeft een brief gestuurd aan de leden van de Vaste Commissie voor Financiën van de Tweede Kamer waarbij wordt aangedrongen op een zo spoedig mogelijke behandeling gezien het belang voor de Nederlandse financiële sector van de MiFID.

 

TOELICHTING

 

Tijdige implementatie is met name voor internationaal opererende leden van de NVB van cruciaal belang. Voor deze instellingen is het in het bezit zijn van een MiFID paspoort op 1 november 2007 een absoluut vereiste om hun grensoverschrijdende beleggingsdiensten binnen de EU te kunnen blijven verrichten. De Europese regels zijn zo geformuleerd dat het huidige paspoort op 1 november vervalt waardoor bij niet-tijdige implementatie van de MiFID instellingen niet langer over een paspoort beschikken. Toezichthouders in andere lidstaten kunnen dan Nederlandse instellingen de toegang tot hun markt weigeren met alle juridische, financiële en commerciële gevolgen van dien.

 

Ondanks de enorme tijdsdruk waaronder momenteel zowel door de wetgever, toezichthouder en financiële instelling wordt gewerkt om voor de deadline van 1 november gereed te zijn, blijft het van belang te zorgen dat de omzetting van de MiFID in de Wft consistent gebeurt. Het grootste punt van zorg voor de NVB is de door de AFM zo gewenste verplichting tot invoering van een Unique Client ID, een uniek klantnummer voor elke belegger. Het Unique Client ID vergt enorm veel administratief werk van de banken, terwijl onduidelijk is wat de voordelen zijn ten opzichte van de huidige situatie.

 

Op een aantal punten zijn nog steeds onduidelijkheden over de exacte wijze waarop invulling moet worden gegeven uit de bepalingen van de MiFID. Dit geldt bijvoorbeeld voor de zogenaamde best execution verplichting (de best mogelijke uitvoering van effectenorders). De NVB verwacht dan ook dat het Ministerie, maar ook de toezichthouder in de eerste periode na de inwerkingtreding van de MiFID coulant zijn en instellingen de tijd geven om de benodigde aanpassingen in hun systemen optimaal door te voeren.

 

De ingewikkelde discussie rond gedragsregels voor activiteiten die een agent of filiaal van een bank uitoefent in een andere lidstaat is evenmin afgerond. Binnen Europese koepel van toezichthouders CESR wordt gezocht naar een eenvoudig werkbare oplossing die aansluit op de bestaande praktijk. Voor grensoverschrijdende instellingen is een goede oplossing urgent.