Round Borders
Round Borders
Round Borders

Bancair alternatief voor kapitaalverzekering eigen woning

NVB is positief over eigenwoningsparen

 

De NVB is een voorstander van de invoering van een bancair product dat vergelijkbaar is met de fiscaal gefacilieerde kapitaalverzekering eigen woning. De NVB reageert hiermee op het idee van de Vereniging Eigen Huis van 19 oktober 2006, om banken toe te staan een fiscaal gefacilieerde eigenwoningspaarrekening aan te bieden.

Het Tweede-Kamerlid Depla heeft inmiddels het voorstel van de Vereniging Eigen Huis overgenomen en zal het opnemen in het wetsvoorstel Depla & De Vries tot invoering van pensioensparen bij banken.

 

Eigenwoningspaarcontract

De Vereniging Eigen Huis (VEH) komt met het voorstel om ook andere instellingen naast de verzekeraars toe te staan producten aan te bieden voor fiscaal gefacilieerde vermogensopbouw. VEH stelt voor om bij een contractuele bankspaarvariant ten behoeve van de hypotheekaflossing dezelfde fiscale vrijstelling toe te passen als bij de bestaande kapitaalverzekering eigen woning.

 

Ook het Tweede-Kamerlid Staf Depla beoogt een ruimere markt voor aanbieders van deze of vergelijkbare producten te creëren, waarbij concurrentie van banken op deze markt tot een lager prijsniveau kan leiden. De NVB onderschrijft deze gedachte en staat positief tegenover elk initiatief dat een verruiming oplevert van de keuzes die de klant heeft bij de aanschaf van financiële producten.
Het is daarbij niet noodzakelijk dat een exacte kopie van het verzekeringsproduct wordt gecreëerd. Het kan juist in het belang van de klant zijn wanneer andere (minder strenge) voorwaarden gaan gelden, waardoor de kosten laag gehouden kunnen worden.

 

De fiscale voorwaarden voor de kapitaalverzekering eigen woning

Onder een kapitaalverzekering eigen woning (hierna: KEW) wordt verstaan: een kapitaalverzekering waarbij in de overeenkomst is opgenomen dat:
a. de woning een eigen woning is in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001(IB 2001);
b. de uitkering wordt alleen gebruikt voor de aflossing van de eigenwoninglening;
c. ten minste 15 jaar (of tot eerder overlijden van de verzekerde) jaarlijks premie wordt betaald;
d. de hoogste premie niet meer bedraagt dan het tienvoud van de laagste betaalde premie.

De KEW zit in box 1 en kent een volledige vrijstelling voor de vermogensaangroei begrepen in de uitkering uit een KEW voorzover die uitkering niet meer bedraagt dan € 140.500 (cijfers 2006) en voorzover ten minste twintig jaar (of tot eerder overlijden van de verzekerde) jaarlijks premie is betaald.
Als ten minste vijftien jaar (of tot eerder overlijden van de verzekerde) jaarlijks premie is betaald geldt een vrijstelling voor zover de uitkering maximaal € 31.900 (cijfers 2006) bedraagt.
Deze bedragen gelden per individuele belastingplichtige. De vrijstelling bedraagt evenwel nooit meer dan het bedrag aan eigenwoningschuld dat met de uitkering daadwerkelijk wordt afgelost. Is de uitkering groter dan de van toepassing zijnde vrijstelling, dan wordt het rentebestanddeel in het deel van de uitkering dat de vrijstelling overschrijdt, tegen het gewone IB-tarief van box 1 belast.

Deze KEW-voorwaarden zullen in principe ook voor de bancaire variant (hierna de “eigen woning”-rekening ofwel de EW-rekening) gaan gelden, waarbij voor “premie” gelezen moet worden: het saldo van het in een (contract)jaar gestorte spaarbedrag.

Bij de EW-rekening zullen rekeninghouders of hun eventuele erfgenamen verplicht zijn het saldo van de rekening te gebruiken voor de aflossing van de eigenwoningschuld van de klant zelf, van de echtgenoot of van degene met wie duurzaam een gezamenlijke huishouding wordt gevoerd.

De NVB geeft de politiek in overweging te onderzoeken of het wel noodzakelijk is dat wordt vastgehouden aan genoemde strikte eisen inzake looptijd en bandbreedte. Een versoepeling zou uiteraard ook voor de verzekeringsvariant moeten gelden (level playing field).
De wetgever wil immers met de fiscale vrijstelling de belastingplichtige juist aanmoedigen om te sparen voor de aflossing. Het opleggen van sancties, wanneer niet wordt voldaan aan de looptijd- en bandbreedte-eis, werkt niet alleen ontmoedigend, maar maakt de regeling ook lastiger voor de klant en voor de administratie van de bank.

Eenvoudiger lijkt het om een eenmalige EW-vrijstelling aan belastingplichtigen ter beschikking te stellen die als enige voorwaarden kent:

  • verplichte aflossing van de eigenwoningschuld; en
  • een maximum van € 140.500 (cijfers 2006).

Klanten hebben soms bij een bank meerdere eigenwoningleningen lopen, bijvoorbeeld als voor een verbouwing een extra lening is afgesloten. De NVB is voorstander van de mogelijkheid een EW-rekening te kunnen koppelen aan meerdere eigenwoningleningen. Het zou inefficiënt zijn om per lening een aparte EW-rekening te moeten openen.

 

Overlijdensrisico/levensverzekering

Om het eigenwoningspaarproduct vergelijkbaar te maken met het verzekeringsproduct kan de klant desgewenst naast de EW-rekening een levensverzekering afnemen, die een kapitaal uitkeert bij overlijden van de rekeninghouder. Daar waar bij de verzekeraar het EW-regime op de hele polis van toepassing is (zowel de kapitaalsopbouw als het overlijdensrisicodeel) kan bij de bancaire variant een overlijdensrisico/levensverzekering afzonderlijk worden afgenomen. Deze losse levensverzekering leidt niet tot belastingheffing bij de klant in box 3 (dus geen toepassing van het strenge EW-regime), terwijl het geblokkeerde spaartegoed op de EW-rekening in box 1 valt (dus met toepassing van het strenge EW-regime). Een uitkering uit deze verzekering bij overlijden hoeft niet verplicht gebruikt te worden voor de aflossing van de eigenwoninglening en valt niet onder het strenge EW-regime.

 
Sparen en / of beleggen in effecten

De NVB gaat er vanuit dat de klant dezelfde keuze kan maken over de wijze van kapitaalsvorming als bij levensloopsparen en bij het toekomstige pensioensparen: rentegevende spaarvormen of beleggingen in effecten dan wel een combinatie van beide.

 

Geruisloze overdracht bank/bank en verzekeraar / bank

Het moet wettelijk mogelijk gemaakt worden dat een belastingvrije of beter gezegd geruisloze overdracht kan plaatsvinden van een EW-rekening bij bank 1 naar bank 2 (zoals bij levensloop), teneinde de mogelijkheden voor de klant te optimaliseren en concurrentie tussen banken te stimuleren. Dit zou ook moeten gelden voor een overdracht, met behoud van fiscale voordelen, van een bank naar een verzekeraar en vice versa.